Übersetzungen für tegenlopen
tegenlopen
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
- tegenlopen
Französisch Französisch
Italienisch Italienisch
Englisch Englisch
Deutsch Deutsch
Spanisch Spanisch
Schwedisch Schwedisch
Portugiesisch Portugiesisch
| ik | jij | hij/zij/het | wij | jullie | zij | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | loop tegen | loopt tegen | loopt tegen | lopen tegen | lopen tegen | lopen tegen |
| Imperfect | liep tegen | liep tegen | liep tegen | liepen tegen | liepen tegen | liepen tegen |
| Toekomende tijd I | zal tegenlopen | zult tegenlopen | zal tegenlopen | zullen tegenlopen | zullen tegenlopen | zullen tegenlopen |
| Conditionalis I | zou tegenlopen | zou tegenlopen | zou tegenlopen | zouden tegenlopen | zouden tegenlopen | zouden tegenlopen |
| Perfectum | ben tegengelopen | bent tegengelopen | is tegengelopen | zijn tegengelopen | zijn tegengelopen | zijn tegengelopen |
| Voltooid verleden tijd | was tegengelopen | was tegengelopen | was tegengelopen | waren tegengelopen | waren tegengelopen | waren tegengelopen |
| Toekomende tijd II | zal tegengelopen zijn | zult tegengelopen zijn | zal tegengelopen zijn | zullen tegengelopen zijn | zullen tegengelopen zijn | zullen tegengelopen zijn |
| Conditionalis II | zou zijn tegengelopen | zou zijn tegengelopen | zou zijn tegengelopen | zouden zijn tegengelopen | zouden zijn tegengelopen | zouden zijn tegengelopen |
| Imperatief | - | loop tegen | - | - | loopt tegen | - |
