Übersetzungen für stimuleren
stimuleren
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 16 SynonymeNiederländisch Niederländisch
stimuleren (activeren, gevoelens, algemeen, handel)
Französisch
stimuleren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
activer
(v)
(activeren)
activer
(v)
(gevoelens)
stimuler
(v)
(activeren)
stimuler
(v)
(gevoelens)
stimuler
(v)
(algemeen)
exciter
(v)
(gevoelens)
exciter
(v)
(algemeen)
exciter
(v)
(activeren)
remuer
(v)
(gevoelens)
remuer
(v)
(activeren)
encourager
(v)
(handel)
promouvoir
(v)
(handel)
agiter
(v)
(algemeen)
agiter
(v)
(gevoelens)
agiter
(v)
(activeren)
Italienisch
stimuleren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
attivare
(v)
(activeren)
attivare
(v)
(gevoelens)
destare
(v)
(gevoelens)
destare
(v)
(activeren)
eccitare
(v)
(gevoelens)
eccitare
(v)
(activeren)
eccitare
(v)
(algemeen)
incitare
(v)
(gevoelens)
incitare
(v)
(activeren)
promuovere
(v)
(handel)
provocare
(v)
(gevoelens)
provocare
(v)
(activeren)
provocare
(v)
(algemeen)
stimolare
(v)
(algemeen)
stimolare
(v)
(gevoelens)
stimolare
(v)
(activeren)
suscitare
(v)
(gevoelens)
suscitare
(v)
(activeren)
Englisch
stimuleren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
stimulate
(formal) (v)
(algemeen)
promote
(v)
(handel)
further
(v)
(handel)
arouse
(formal) (v)
(gevoelens)
excite
(v)
(gevoelens)
incite
(v)
(gevoelens)
stir
(v)
(gevoelens)
stimulate
(formal) (v)
(gevoelens)
turn on
(v)
(gevoelens)
energize
(v)
(activeren)
activate
(v)
(activeren)
boost
(v)
(activeren)
Deutsch
stimuleren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
anregen (v) (algemeen)
fördern (v) (handel)
erregen (v) (gevoelens)
aufhetzen (v) (gevoelens)
anheizen (v) (gevoelens)
stimulieren (v) (gevoelens)
aufregen (v) (gevoelens)
anregen (v) (gevoelens)
erregen (v) (activeren)
aktivieren (v) (activeren)
Spanisch
stimuleren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
activar
(v)
(activeren)
activar
(v)
(gevoelens)
dar energía a (v) (activeren)
dar energía a (v) (gevoelens)
estimular
(v)
(activeren)
estimular
(v)
(gevoelens)
estimular
(v)
(algemeen)
excitar
(v)
(gevoelens)
excitar
(v)
(algemeen)
excitar
(v)
(activeren)
fomentar
(v)
(handel)
promover (v) (handel)
provocar (v) (algemeen)
provocar (v) (gevoelens)
provocar (v) (activeren)
suscitar
(v)
(gevoelens)
suscitar
(v)
(activeren)
Schwedisch
stimuleren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
aktivera (v) (gevoelens)
aktivera (v) (activeren)
stimulera (v) (algemeen)
stimulera (v) (gevoelens)
stimulera (v) (activeren)
egga (v) (algemeen)
egga (v) (gevoelens)
egga (v) (activeren)
hetsa upp (v) (gevoelens)
hetsa upp (v) (activeren)
väcka (v) (gevoelens)
väcka (v) (activeren)
upphetsa (v) (algemeen)
upphetsa (v) (gevoelens)
upphetsa (v) (activeren)
främja (v) (handel)
Portugiesisch
stimuleren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
acender (v) (gevoelens)
acender (v) (activeren)
acender (v) (algemeen)
ativar (v) (activeren)
ativar (v) (gevoelens)
fornecer energia a (v) (gevoelens)
fornecer energia a (v) (activeren)
fomentar (v) (gevoelens)
fomentar (v) (activeren)
estimular (v) (algemeen)
estimular (v) (gevoelens)
estimular (v) (handel)
estimular (v) (activeren)
suscitar (v) (gevoelens)
suscitar (v) (activeren)
incitar (v) (gevoelens)
incitar (v) (activeren)
excitar (v) (gevoelens)
excitar (v) (activeren)
excitar (v) (algemeen)
promover (v) (handel)
induzir (v) (algemeen)
induzir (v) (gevoelens)
Verbformen von stimuleren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | stimulerend | und | gestimuleerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | stimuleer | stimuleert | stimuleert | stimuleren | stimuleren | stimuleren |
| Imperfect | stimuleerde | stimuleerde | stimuleerde | stimuleerden | stimuleerden | stimuleerden |
| Toekomende tijd I | zal stimuleren | zult stimuleren | zal stimuleren | zullen stimuleren | zullen stimuleren | zullen stimuleren |
| Conditionalis I | zou stimuleren | zou stimuleren | zou stimuleren | zouden stimuleren | zouden stimuleren | zouden stimuleren |
| Perfectum | heb gestimuleerd | hebt gestimuleerd | heeft gestimuleerd | hebben gestimuleerd | hebben gestimuleerd | hebben gestimuleerd |
| Voltooid verleden tijd | had gestimuleerd | had gestimuleerd | had gestimuleerd | hadden gestimuleerd | hadden gestimuleerd | hadden gestimuleerd |
| Toekomende tijd II | zal gestimuleerd hebben | zult gestimuleerd hebben | zal gestimuleerd hebben | zullen gestimuleerd hebben | zullen gestimuleerd hebben | zullen gestimuleerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gestimuleerd | zou hebben gestimuleerd | zou hebben gestimuleerd | zouden hebben gestimuleerd | zouden hebben gestimuleerd | zouden hebben gestimuleerd |
| Imperatief | - | stimuleer | - | - | stimuleert | - |
