Übersetzungen für spreiden

Suchbegriff:

spreiden

  hat 4 Bedeutungen

Niederländisch Niederländisch

spreiden (voorwerp, plaats, betaling, vakantiedag)

Französisch spreiden Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

espacer (v) (voorwerp)

espacer (v) (plaats)

espacer (v) (betaling)

étaler (v) (vakantiedag)

étaler (v) (betaling)

étaler (v) (plaats)

répartir (v) (betaling)

répartir (v) (plaats)

étendre (v) (voorwerp)

étendre (v) (plaats)

échelonner (v) (betaling)

échelonner (v) (plaats)

Italienisch spreiden Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

disporre ad intervalli (v) (betaling)

disporre ad intervalli (v) (plaats)

disporre ad intervalli (v) (voorwerp)

distanziare (v) (betaling)

distanziare (v) (plaats)

distanziare (v) (voorwerp)

ripartire (v) (betaling)

ripartire (v) (plaats)

scaglionare (v) (vakantiedag)

stendere (v) (voorwerp)

stendere (v) (plaats)

Englisch spreiden Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

stagger (v) (vakantiedag)

space out (v) (betaling)

spread out (v) (betaling)

spread out (v) (voorwerp)

space out (v) (plaats)

Deutsch spreiden Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

staffeln (v) (vakantiedag)

verteilen (v) (betaling)

ausbreiten (v) (voorwerp)

verteilen (v) (plaats)

ausbreiten (v) (plaats)

Spanisch spreiden Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

distanciar (v) (voorwerp)

distanciar (v) (plaats)

distanciar (v) (betaling)

escalonar (v) (vakantiedag)

espaciar (v) (betaling)

espaciar (v) (plaats)

extender (v) (voorwerp)

extender (v) (plaats)

separar (v) (voorwerp)

separar (v) (plaats)

separar (v) (betaling)

Schwedisch spreiden Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

bre ut (v) (voorwerp)

bre ut (v) (plaats)

sprida ut (v) (betaling)

sprida ut (v) (voorwerp)

sprida ut (v) (plaats)

sprida (v) (vakantiedag)

fördela (v) (betaling)

fördela (v) (plaats)

Portugiesisch spreiden Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

separar (v) (betaling)

separar (v) (plaats)

separar (v) (voorwerp)

espaçar (v) (betaling)

espaçar (v) (plaats)

espaçar (v) (voorwerp)

estender (v) (voorwerp)

estender (v) (plaats)

dividir (v) (betaling)

dividir (v) (plaats)

dispor em intervalos de (v) (betaling)

dispor em intervalos de (v) (plaats)

dispor em intervalos de (v) (voorwerp)

distribuir (v) (betaling)

distribuir (v) (plaats)

escalonar (v) (vakantiedag)

     

Verbformen von spreiden

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord spreidend und gespreid
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spreid spreidt spreidt spreiden spreiden spreiden
Imperfect spreidde spreidde spreidde spreidden spreidden spreidden
Toekomende tijd I zal spreiden zult spreiden zal spreiden zullen spreiden zullen spreiden zullen spreiden
Conditionalis I zou spreiden zou spreiden zou spreiden zouden spreiden zouden spreiden zouden spreiden
Perfectum heb gespreid hebt gespreid heeft gespreid hebben gespreid hebben gespreid hebben gespreid
Voltooid verleden tijd had gespreid had gespreid had gespreid hadden gespreid hadden gespreid hadden gespreid
Toekomende tijd II zal gespreid hebben zult gespreid hebben zal gespreid hebben zullen gespreid hebben zullen gespreid hebben zullen gespreid hebben
Conditionalis II zou hebben gespreid zou hebben gespreid zou hebben gespreid zouden hebben gespreid zouden hebben gespreid zouden hebben gespreid
Imperatief - spreid - - spreidt -
spreiden - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - spreiden übersetzen