Übersetzungen für spikkelen

Niederländisch Niederländisch

spikkelen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von spikkelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord spikkelend und gespikkeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spikkel spikkelt spikkelt spikkelen spikkelen spikkelen
Imperfect spikkelde spikkelde spikkelde spikkelden spikkelden spikkelden
Toekomende tijd I zal spikkelen zult spikkelen zal spikkelen zullen spikkelen zullen spikkelen zullen spikkelen
Conditionalis I zou spikkelen zou spikkelen zou spikkelen zouden spikkelen zouden spikkelen zouden spikkelen
Perfectum heb gespikkeld hebt gespikkeld heeft gespikkeld hebben gespikkeld hebben gespikkeld hebben gespikkeld
Voltooid verleden tijd had gespikkeld had gespikkeld had gespikkeld hadden gespikkeld hadden gespikkeld hadden gespikkeld
Toekomende tijd II zal gespikkeld hebben zult gespikkeld hebben zal gespikkeld hebben zullen gespikkeld hebben zullen gespikkeld hebben zullen gespikkeld hebben
Conditionalis II zou hebben gespikkeld zou hebben gespikkeld zou hebben gespikkeld zouden hebben gespikkeld zouden hebben gespikkeld zouden hebben gespikkeld
Imperatief - spikkel - - spikkelt -
spikkelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - spikkelen übersetzen