Übersetzungen für spenderen

Suchbegriff:

spenderen

  hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

spenderen (geld, tijd)

Französisch spenderen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

utilisation (n) [f.] (geld)

dépense (n) [f.] (geld)

dépenser (v) (geld)

tuer (v) (tijd)

passer (v) (tijd)

Italienisch spenderen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

ammazzare (v) (tijd)

dispendio (n) [m.] (geld)

far passare (v) (tijd)

passare (v) (tijd)

spendere (v) (geld)

spesa (n) [f.] (geld)

trascorrere (v) (tijd)

uscita (n) [f.] (geld)

Englisch spenderen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

expenditure (n) (geld)

spend (v) (geld)

lay out (v) (geld)

outlay (v) (geld)

spend (v) (tijd)

pass (v) (tijd)

pass away (v) (tijd)

Deutsch spenderen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Ausgabe (n) [f.] (geld)

ausgeben (v) (geld)

verbringen (v) (tijd)

Spanisch spenderen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

desembolso (n) [m.] (geld)

gastar (v) (geld)

gasto (n) [m.] (geld)

pasar (v) (tijd)

pasar el tiempo (v) (tijd)

Schwedisch spenderen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

använda (v) (geld)

fördriva (v) (tijd)

förbrukande (n) [n.] (geld)

spendera (v) (geld)

Portugiesisch spenderen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

gasto (n) [m.] (geld)

gastar (v) (geld)

gastar (v) (tijd)

passar (v) (tijd)

despesa (n) [f.] (geld)

passar o tempo (v) (tijd)

     

Verbformen von spenderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord spenderend und gespendeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens spendeer spendeert spendeert spenderen spenderen spenderen
Imperfect spendeerde spendeerde spendeerde spendeerden spendeerden spendeerden
Toekomende tijd I zal spenderen zult spenderen zal spenderen zullen spenderen zullen spenderen zullen spenderen
Conditionalis I zou spenderen zou spenderen zou spenderen zouden spenderen zouden spenderen zouden spenderen
Perfectum heb gespendeerd hebt gespendeerd heeft gespendeerd hebben gespendeerd hebben gespendeerd hebben gespendeerd
Voltooid verleden tijd had gespendeerd had gespendeerd had gespendeerd hadden gespendeerd hadden gespendeerd hadden gespendeerd
Toekomende tijd II zal gespendeerd hebben zult gespendeerd hebben zal gespendeerd hebben zullen gespendeerd hebben zullen gespendeerd hebben zullen gespendeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gespendeerd zou hebben gespendeerd zou hebben gespendeerd zouden hebben gespendeerd zouden hebben gespendeerd zouden hebben gespendeerd
Imperatief - spendeer - - spendeert -
spenderen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - spenderen übersetzen