Übersetzungen für slenteren

Suchbegriff:

slenteren

  hat Eine Bedeutung, 5 Synonymgruppen & 16 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

slenteren (vermaak)

Französisch slenteren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

flâner (v) (vermaak)

se balader (v) (vermaak)

se promener (v) (vermaak)

Italienisch slenteren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

andare a zonzo (v) (vermaak)

bighellonare (v) [m.] (vermaak)

gironzolare (v) (vermaak)

passeggiare (v) (vermaak)

Englisch slenteren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

amble (v) (vermaak)

stroll (v) (vermaak)

saunter (v) (vermaak)

ramble (v) (vermaak)

Deutsch slenteren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

schlendern (v) (vermaak)

lustwandeln (v) (vermaak)

flanieren (v) (vermaak)

bummeln (v) (vermaak)

Spanisch slenteren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

amblar (v) (vermaak)

ambular (v) (vermaak)

andar muy despacio (v) (vermaak)

dar una vuelta por (v) (vermaak)

pasearse (v) (vermaak)

Schwedisch slenteren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

lunka (v) (vermaak)

släntra (v) (vermaak)

gå i sakta mak (v) (vermaak)

ströva (v) (vermaak)

promenera (v) (vermaak)

Portugiesisch slenteren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

perambular (v) (vermaak)

dar uma volta (v) (vermaak)

vaguear (v) (vermaak)

passear (v) (vermaak)

     

Verbformen von slenteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord slenterend und geslenterd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens slenter slentert slentert slenteren slenteren slenteren
Imperfect slenterde slenterde slenterde slenterden slenterden slenterden
Toekomende tijd I zal slenteren zult slenteren zal slenteren zullen slenteren zullen slenteren zullen slenteren
Conditionalis I zou slenteren zou slenteren zou slenteren zouden slenteren zouden slenteren zouden slenteren
Perfectum heb geslenterd hebt geslenterd heeft geslenterd hebben geslenterd hebben geslenterd hebben geslenterd
Voltooid verleden tijd had geslenterd had geslenterd had geslenterd hadden geslenterd hadden geslenterd hadden geslenterd
Toekomende tijd II zal geslenterd hebben zult geslenterd hebben zal geslenterd hebben zullen geslenterd hebben zullen geslenterd hebben zullen geslenterd hebben
Conditionalis II zou hebben geslenterd zou hebben geslenterd zou hebben geslenterd zouden hebben geslenterd zouden hebben geslenterd zouden hebben geslenterd
Imperatief - slenter - - slentert -
slenteren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - slenteren übersetzen