rondvliegen
hat Eine Bedeutung
Niederländisch
Deutsch
Englisch
Französisch
Italienisch
Spanisch
Portugiesisch
Schwedisch
Verbformen von rondvliegen
| - | rond | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | rondvliegend | und | rondgevlogen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vlieg rond | vliegt rond | vliegt rond | vliegen rond | vliegen rond | vliegen rond |
| Imperfect | vloog rond | vloog rond | vloog rond | vlogen rond | vlogen rond | vlogen rond |
| Toekomende tijd I | zal rondvliegen | zult rondvliegen | zal rondvliegen | zullen rondvliegen | zullen rondvliegen | zullen rondvliegen |
| Conditionalis I | zou rondvliegen | zou rondvliegen | zou rondvliegen | zouden rondvliegen | zouden rondvliegen | zouden rondvliegen |
| Perfectum | heb rondgevlogen | hebt rondgevlogen | heeft rondgevlogen | hebben rondgevlogen | hebben rondgevlogen | hebben rondgevlogen |
| Voltooid verleden tijd | had rondgevlogen | had rondgevlogen | had rondgevlogen | hadden rondgevlogen | hadden rondgevlogen | hadden rondgevlogen |
| Toekomende tijd II | zal rondgevlogen hebben | zult rondgevlogen hebben | zal rondgevlogen hebben | zullen rondgevlogen hebben | zullen rondgevlogen hebben | zullen rondgevlogen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben rondgevlogen | zou hebben rondgevlogen | zou hebben rondgevlogen | zouden hebben rondgevlogen | zouden hebben rondgevlogen | zouden hebben rondgevlogen |
| Imperatief | - | vlieg rond | - | - | vliegt rond | - |
- ronduit de waarheid zeggen
- rondvaart
- rondvaren
- rondventen
- rondvertellen
rondvliegen
- rondvlinderen
- rondvragen
- rondwandelen
- rondwaren
- rondweg
- rondwentelen
- rondzaaien
- rondzeggen
- rondzeilen
- rondzendbrief
- rondzenden
- rondzien
- rondzwaaien
- rondzwalken
- rondzwemmen
- rondzwenken
- rondzwerven
- rondzwerving
- rondzweven
- rondzwieren
- ronken
- ronselen
- rood
- rood licht
- rood vlees

