Übersetzungen für rondspringen
rondspringen
hat Eine BedeutungNiederländisch Niederländisch
rondspringen (bokkesprongen maken)
Französisch
rondspringen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
faire des cabrioles (v) (bokkesprongen maken)
cabrioler (v) (bokkesprongen maken)
Italienisch
rondspringen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
fare capriole (v) (bokkesprongen maken)
ruzzare (v) (bokkesprongen maken)
saltare
(v)
(bokkesprongen maken)
saltellare
(v)
(bokkesprongen maken)
Englisch
rondspringen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
cavort
(v)
(bokkesprongen maken)
prance
(v)
(bokkesprongen maken)
caper
(v)
(bokkesprongen maken)
leap about (v) (bokkesprongen maken)
Deutsch
rondspringen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Luftsprünge machen (v) (bokkesprongen maken)
umherspringen (v) (bokkesprongen maken)
Spanisch
rondspringen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
corretear (v) (bokkesprongen maken)
dar cabrioladas (v) (bokkesprongen maken)
retozar
(v)
(bokkesprongen maken)
Schwedisch
rondspringen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
rasa (v) (bokkesprongen maken)
skutta (v) (bokkesprongen maken)
hoppa omkring (v) (bokkesprongen maken)
göra krumsprång (v) (bokkesprongen maken)
Portugiesisch
rondspringen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von rondspringen
| - | rond | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | rondspringend | und | rondgesprongen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | spring rond | springt rond | springt rond | springen rond | springen rond | springen rond |
| Imperfect | sprong rond | sprong rond | sprong rond | sprongen rond | sprongen rond | sprongen rond |
| Toekomende tijd I | zal rondspringen | zult rondspringen | zal rondspringen | zullen rondspringen | zullen rondspringen | zullen rondspringen |
| Conditionalis I | zou rondspringen | zou rondspringen | zou rondspringen | zouden rondspringen | zouden rondspringen | zouden rondspringen |
| Perfectum | heb rondgesprongen | hebt rondgesprongen | heeft rondgesprongen | hebben rondgesprongen | hebben rondgesprongen | hebben rondgesprongen |
| Voltooid verleden tijd | had rondgesprongen | had rondgesprongen | had rondgesprongen | hadden rondgesprongen | hadden rondgesprongen | hadden rondgesprongen |
| Toekomende tijd II | zal rondgesprongen hebben | zult rondgesprongen hebben | zal rondgesprongen hebben | zullen rondgesprongen hebben | zullen rondgesprongen hebben | zullen rondgesprongen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben rondgesprongen | zou hebben rondgesprongen | zou hebben rondgesprongen | zouden hebben rondgesprongen | zouden hebben rondgesprongen | zouden hebben rondgesprongen |
| Imperatief | - | spring rond | - | - | springt rond | - |
