Übersetzungen für repudiëren

Niederländisch Niederländisch

repudiëren

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von repudiëren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord repudiërend und gerepudieerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens repudieer repudieert repudieert repudiëren repudiëren repudiëren
Imperfect repudieerde repudieerde repudieerde repudieerden repudieerden repudieerden
Toekomende tijd I zal repudiëren zult repudiëren zal repudiëren zullen repudiëren zullen repudiëren zullen repudiëren
Conditionalis I zou repudiëren zou repudiëren zou repudiëren zouden repudiëren zouden repudiëren zouden repudiëren
Perfectum heb gerepudieerd hebt gerepudieerd heeft gerepudieerd hebben gerepudieerd hebben gerepudieerd hebben gerepudieerd
Voltooid verleden tijd had gerepudieerd had gerepudieerd had gerepudieerd hadden gerepudieerd hadden gerepudieerd hadden gerepudieerd
Toekomende tijd II zal gerepudieerd hebben zult gerepudieerd hebben zal gerepudieerd hebben zullen gerepudieerd hebben zullen gerepudieerd hebben zullen gerepudieerd hebben
Conditionalis II zou hebben gerepudieerd zou hebben gerepudieerd zou hebben gerepudieerd zouden hebben gerepudieerd zouden hebben gerepudieerd zouden hebben gerepudieerd
Imperatief - repudieer - - repudieert -
repudiëren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - repudiëren übersetzen