Übersetzungen für rangschikken
rangschikken
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
rangschikken (ordening, classificatie, toespraak)
Französisch
rangschikken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
disposer
(v)
(ordening)
disposer
(v)
(classificatie)
arranger
(v)
(ordening)
arranger
(v)
(classificatie)
arranger
(v)
(toespraak)
agencer
(v)
(ordening)
agencer
(v)
(classificatie)
répartir
(v)
(ordening)
répartir
(v)
(classificatie)
aligner
(v)
(ordening)
aligner
(v)
(classificatie)
classer
(v)
(classificatie)
classer
(v)
(toespraak)
classer
(v)
(ordening)
ranger
(v)
(classificatie)
ranger
(v)
(toespraak)
ranger
(v)
(ordening)
classifier
(v)
(classificatie)
classifier
(v)
(toespraak)
classifier
(v)
(ordening)
mettre en ordre (v) (classificatie)
mettre en ordre (v) (toespraak)
mettre en ordre (v) (ordening)
rassembler
(v)
(classificatie)
rassembler
(v)
(toespraak)
diviser
(v)
(classificatie)
trier
(v)
(classificatie)
faire le tri (v) (classificatie)
grouper
(v)
(classificatie)
grouper
(v)
(ordening)
Italienisch
rangschikken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
classificare
(v)
(classificatie)
classificare
(v)
(ordening)
classificare
(v)
(toespraak)
disporre
(v)
(classificatie)
disporre
(v)
(toespraak)
disporre
(v)
(ordening)
disporre in ordine (v) (classificatie)
disporre in ordine (v) (ordening)
dividere
(v)
(classificatie)
mettere in ordine (v) (classificatie)
mettere in ordine (v) (toespraak)
ordinare
(v)
(classificatie)
ordinare
(v)
(ordening)
ordinare
(v)
(toespraak)
organizzare
(v)
(classificatie)
organizzare
(v)
(ordening)
organizzare
(v)
(toespraak)
raggruppare
(v)
[m.]
(classificatie)
raggruppare
(v)
[m.]
(ordening)
selezionare
(v)
(classificatie)
separare
(v)
(classificatie)
sistemare
(v)
(classificatie)
sistemare
(v)
(ordening)
sistemare
(v)
(toespraak)
suddividere
(v)
(classificatie)
Englisch
rangschikken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
rangschikken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
einordnen (v) (classificatie)
ordnen (v) (classificatie)
aufstellen (v) (classificatie)
stellen (v) (classificatie)
einstufen (v) (classificatie)
einteilen (v) (classificatie)
sortieren (v) (classificatie)
einordnen (v) (ordening)
anordnen (v) (ordening)
aufstellen (v) (toespraak)
ordnen (v) (toespraak)
Spanisch
rangschikken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
agrupar
(v)
(classificatie)
agrupar
(v)
(ordening)
alinear
(v)
(ordening)
alinear
(v)
(classificatie)
arreglar (v) (classificatie)
arreglar (v) (toespraak)
arreglar (v) (ordening)
clasificar
(v)
(classificatie)
clasificar
(v)
(toespraak)
clasificar
(v)
(ordening)
colocar en orden (v) (ordening)
colocar en orden (v) (classificatie)
disponer (v) (ordening)
disponer (v) (classificatie)
disponer (v) (toespraak)
dividir (v) (classificatie)
ordenar (v) (classificatie)
ordenar (v) (toespraak)
ordenar (v) (ordening)
organizar (v) (classificatie)
organizar (v) (toespraak)
organizar (v) (ordening)
poner en orden (v) (classificatie)
poner en orden (v) (toespraak)
repartir (v) (classificatie)
situar en orden (v) (ordening)
situar en orden (v) (classificatie)
Schwedisch
rangschikken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ordna (v) (classificatie)
ordna (v) (ordening)
ordna (v) (toespraak)
arrangera (v) (classificatie)
arrangera (v) (ordening)
arrangera (v) (toespraak)
ställa upp på led (v) (classificatie)
ställa upp på led (v) (ordening)
organisera (v) (classificatie)
organisera (v) (ordening)
organisera (v) (toespraak)
anordna (v) (classificatie)
anordna (v) (ordening)
anordna (v) (toespraak)
indela (v) (classificatie)
indela (v) (ordening)
indela (v) (toespraak)
ställa i ordning (v) (classificatie)
ställa i ordning (v) (ordening)
ställa i ordning (v) (toespraak)
framställa klart (v) (classificatie)
framställa klart (v) (toespraak)
dela (v) (classificatie)
dela upp (v) (classificatie)
gruppera (v) (classificatie)
gruppera (v) (ordening)
sortera (v) (classificatie)
sortera ut (v) (classificatie)
Portugiesisch
rangschikken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
separar (v) (classificatie)
classificar (v) (classificatie)
classificar (v) (ordening)
classificar (v) (toespraak)
dispor (v) (classificatie)
dispor (v) (ordening)
dispor (v) (toespraak)
arrumar (v) (classificatie)
arrumar (v) (ordening)
arrumar (v) (toespraak)
alinhar (v) (classificatie)
alinhar (v) (ordening)
colocar em ordem (v) (classificatie)
colocar em ordem (v) (ordening)
colocar em ordem (v) (toespraak)
organizar (v) (classificatie)
organizar (v) (ordening)
organizar (v) (toespraak)
ordenar (v) (classificatie)
ordenar (v) (ordening)
ordenar (v) (toespraak)
pôr em ordem (v) (classificatie)
sistematizar (v) (classificatie)
sistematizar (v) (ordening)
sistematizar (v) (toespraak)
dividir (v) (classificatie)
agrupar (v) (classificatie)
agrupar (v) (ordening)
Verbformen von rangschikken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | rangschikkend | und | gerangschikt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | rangschik | rangschikt | rangschikt | rangschikken | rangschikken | rangschikken |
| Imperfect | rangschikte | rangschikte | rangschikte | rangschikten | rangschikten | rangschikten |
| Toekomende tijd I | zal rangschikken | zult rangschikken | zal rangschikken | zullen rangschikken | zullen rangschikken | zullen rangschikken |
| Conditionalis I | zou rangschikken | zou rangschikken | zou rangschikken | zouden rangschikken | zouden rangschikken | zouden rangschikken |
| Perfectum | heb gerangschikt | hebt gerangschikt | heeft gerangschikt | hebben gerangschikt | hebben gerangschikt | hebben gerangschikt |
| Voltooid verleden tijd | had gerangschikt | had gerangschikt | had gerangschikt | hadden gerangschikt | hadden gerangschikt | hadden gerangschikt |
| Toekomende tijd II | zal gerangschikt hebben | zult gerangschikt hebben | zal gerangschikt hebben | zullen gerangschikt hebben | zullen gerangschikt hebben | zullen gerangschikt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gerangschikt | zou hebben gerangschikt | zou hebben gerangschikt | zouden hebben gerangschikt | zouden hebben gerangschikt | zouden hebben gerangschikt |
| Imperatief | - | rangschik | - | - | rangschikt | - |
