Übersetzungen für publiceren
publiceren
hat 3 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 10 SynonymeNiederländisch Niederländisch
publiceren (algemeen, nieuws, journalistiek)
Französisch
publiceren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
édition
(n)
[f.]
(algemeen)
publication
(n)
[f.]
(algemeen)
publication
(n)
[f.]
(nieuws)
dévoilement
(n)
[m.]
(nieuws)
révélation
(n)
[f.]
(nieuws)
divulgation
(n)
[f.]
(nieuws)
publier
(v)
(journalistiek)
Italienisch
publiceren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
divulgazione
(n)
[f.]
(nieuws)
edizione
(n)
[f.]
(algemeen)
pubblicare
(v)
(journalistiek)
pubblicazione
(n)
[f.]
(algemeen)
pubblicazione
(n)
[f.]
(nieuws)
rivelazione
(n)
[f.]
(nieuws)
Englisch
publiceren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
publiceren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Ausgabe (n) [f.] (algemeen)
Veröffentlichung (n) [f.] (algemeen)
Bekanntmachung (n) [f.] (nieuws)
Bekanntgabe (n) [f.] (nieuws)
herausgeben (v) (journalistiek)
veröffentlichen (v) (journalistiek)
Spanisch
publiceren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
divulgación
(n)
[f.]
(nieuws)
edición (n) [f.] (algemeen)
publicación (n) [f.] (algemeen)
publicación (n) [f.] (nieuws)
publicar (v) (journalistiek)
revelación
(n)
[f.]
(nieuws)
Schwedisch
publiceren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
publicera (v) (journalistiek)
offentliggörande (n) [n.] (nieuws)
avslöjande (n) [n.] (nieuws)
uppenbarande (n) [n.] (nieuws)
Portugiesisch
publiceren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
edição (n) [f.] (algemeen)
exposição (n) [f.] (nieuws)
publicação (n) [f.] (algemeen)
publicação (n) [f.] (nieuws)
descobrimento (n) [m.] (nieuws)
revelação (n) [f.] (nieuws)
divulgação (n) [f.] (nieuws)
publicar (v) (journalistiek)
Verbformen von publiceren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | publicerend | und | gepubliceerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | publiceer | publiceert | publiceert | publiceren | publiceren | publiceren |
| Imperfect | publiceerde | publiceerde | publiceerde | publiceerden | publiceerden | publiceerden |
| Toekomende tijd I | zal publiceren | zult publiceren | zal publiceren | zullen publiceren | zullen publiceren | zullen publiceren |
| Conditionalis I | zou publiceren | zou publiceren | zou publiceren | zouden publiceren | zouden publiceren | zouden publiceren |
| Perfectum | heb gepubliceerd | hebt gepubliceerd | heeft gepubliceerd | hebben gepubliceerd | hebben gepubliceerd | hebben gepubliceerd |
| Voltooid verleden tijd | had gepubliceerd | had gepubliceerd | had gepubliceerd | hadden gepubliceerd | hadden gepubliceerd | hadden gepubliceerd |
| Toekomende tijd II | zal gepubliceerd hebben | zult gepubliceerd hebben | zal gepubliceerd hebben | zullen gepubliceerd hebben | zullen gepubliceerd hebben | zullen gepubliceerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben gepubliceerd | zou hebben gepubliceerd | zou hebben gepubliceerd | zouden hebben gepubliceerd | zouden hebben gepubliceerd | zouden hebben gepubliceerd |
| Imperatief | - | publiceer | - | - | publiceert | - |
