Übersetzungen für profeteren

Suchbegriff:

profeteren

  hat Eine Bedeutung, 2 Synonymgruppen & 5 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

profeteren (toekomst)

Französisch profeteren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

clairvoyance (n) [f.] (toekomst)

prévision (n) [f.] (toekomst)

divination (n) [f.] (toekomst)

bonne aventure (n) [f.] (toekomst)

Italienisch profeteren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

divinazione (n) [f.] (toekomst)

predire il futuro (n) [m.] (toekomst)

predizione (n) [f.] (toekomst)

Englisch profeteren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

divining (n) (toekomst)

prophesying (n) (toekomst)

predicting (n) (toekomst)

foretelling (n) (toekomst)

Deutsch profeteren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Wahrsagen (n) [n.] (toekomst)

Prophezeien (n) [n.] (toekomst)

Spanisch profeteren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

adivinación (n) [f.] (toekomst)

predicción (n) [f.] (toekomst)

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch profeteren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

adivinhação (n) [f.] (toekomst)

profecia (n) [f.] (toekomst)

previsão do futuro (n) [f.] (toekomst)

leitura da sorte (n) [f.] (toekomst)

     

Verbformen von profeteren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord profeterend und geprofeteerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens profeteer profeteert profeteert profeteren profeteren profeteren
Imperfect profeteerde profeteerde profeteerde profeteerden profeteerden profeteerden
Toekomende tijd I zal profeteren zult profeteren zal profeteren zullen profeteren zullen profeteren zullen profeteren
Conditionalis I zou profeteren zou profeteren zou profeteren zouden profeteren zouden profeteren zouden profeteren
Perfectum heb geprofeteerd hebt geprofeteerd heeft geprofeteerd hebben geprofeteerd hebben geprofeteerd hebben geprofeteerd
Voltooid verleden tijd had geprofeteerd had geprofeteerd had geprofeteerd hadden geprofeteerd hadden geprofeteerd hadden geprofeteerd
Toekomende tijd II zal geprofeteerd hebben zult geprofeteerd hebben zal geprofeteerd hebben zullen geprofeteerd hebben zullen geprofeteerd hebben zullen geprofeteerd hebben
Conditionalis II zou hebben geprofeteerd zou hebben geprofeteerd zou hebben geprofeteerd zouden hebben geprofeteerd zouden hebben geprofeteerd zouden hebben geprofeteerd
Imperatief - profeteer - - profeteert -
profeteren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - profeteren übersetzen