Übersetzungen für prikken

Suchbegriff:

prikken

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

prikken (zintuiglijke gewaarwording, voorwerpen, geneeskunde)

Französisch prikken Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

piquer (v) (zintuiglijke gewaarwording)

piquer (v) (voorwerpen)

piquer (v) (geneeskunde)

picoter (v) (zintuiglijke gewaarwording)

Italienisch prikken Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

formicolare (v) (zintuiglijke gewaarwording)

pizzicare (v) (zintuiglijke gewaarwording)

pungere (v) (voorwerpen)

pungere (v) (geneeskunde)

Englisch prikken Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

prick (v) (zintuiglijke gewaarwording)

prick (v) (voorwerpen)

prick (v) (geneeskunde)

Deutsch prikken Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

prickeln (v) (zintuiglijke gewaarwording)

stechen (v) (voorwerpen)

stecken (v) (geneeskunde)

Spanisch prikken Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

picar (v) (zintuiglijke gewaarwording)

pinchar (v) (voorwerpen)

pinchar (v) (geneeskunde)

punzar (v) (voorwerpen)

sentir hormigueo (v) (zintuiglijke gewaarwording)

Schwedisch prikken Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

sticka (v) (zintuiglijke gewaarwording)

sticka (v) (voorwerpen)

sticka (v) (geneeskunde)

Portugiesisch prikken Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

espetar (v) (voorwerpen)

espetar (v) (geneeskunde)

picar (v) (zintuiglijke gewaarwording)

formigar (v) (zintuiglijke gewaarwording)

     

Verbformen von prikken

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord prikkend und geprikt
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens prik prikt prikt prikken prikken prikken
Imperfect prikte prikte prikte prikten prikten prikten
Toekomende tijd I zal prikken zult prikken zal prikken zullen prikken zullen prikken zullen prikken
Conditionalis I zou prikken zou prikken zou prikken zouden prikken zouden prikken zouden prikken
Perfectum heb geprikt hebt geprikt heeft geprikt hebben geprikt hebben geprikt hebben geprikt
Voltooid verleden tijd had geprikt had geprikt had geprikt hadden geprikt hadden geprikt hadden geprikt
Toekomende tijd II zal geprikt hebben zult geprikt hebben zal geprikt hebben zullen geprikt hebben zullen geprikt hebben zullen geprikt hebben
Conditionalis II zou hebben geprikt zou hebben geprikt zou hebben geprikt zouden hebben geprikt zouden hebben geprikt zouden hebben geprikt
Imperatief - prik - - prikt -
prikken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - prikken übersetzen