Übersetzungen für prikkelen
prikkelen
hat 6 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 SynonymeNiederländisch Niederländisch
prikkelen (oog, aandacht, gevoelens, gedrag, zintuiglijke gewaarwording, ledematen)
Französisch
prikkelen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
brûler
(v)
(oog)
capter
(v)
(aandacht)
capter
(v)
(gevoelens)
stimuler
(v)
(gevoelens)
stimuler
(v)
(aandacht)
exciter
(v)
(gevoelens)
exciter
(v)
(aandacht)
remuer
(v)
(aandacht)
remuer
(v)
(gevoelens)
provoquer
(v)
(gedrag)
agiter
(v)
(gevoelens)
agiter
(v)
(aandacht)
susciter
(v)
(aandacht)
susciter
(v)
(gevoelens)
captiver
(v)
(aandacht)
captiver
(v)
(gevoelens)
mettre en colère (v) (gedrag)
éveiller
(v)
(aandacht)
éveiller
(v)
(gevoelens)
cuire
(v)
(oog)
piquer
(v)
(zintuiglijke gewaarwording)
fourmiller
(v)
(ledematen)
picoter
(v)
(ledematen)
picoter
(v)
(zintuiglijke gewaarwording)
Italienisch
prikkelen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
attirare
(v)
(aandacht)
attirare
(v)
(gevoelens)
bruciare
(v)
(oog)
cattivare (v) (aandacht)
cattivare (v) (gevoelens)
destare
(v)
(aandacht)
destare
(v)
(gevoelens)
eccitare
(v)
(gevoelens)
eccitare
(v)
(aandacht)
formicolare
(v)
(ledematen)
formicolare
(v)
(zintuiglijke gewaarwording)
incitare
(v)
(aandacht)
incitare
(v)
(gevoelens)
indignare
(v)
(gedrag)
pizzicare
(v)
(zintuiglijke gewaarwording)
provocare
(v)
(gevoelens)
provocare
(v)
(aandacht)
provocare
(v)
(gedrag)
sollevare
(v)
(aandacht)
sollevare
(v)
(gevoelens)
stimolare
(v)
(gevoelens)
stimolare
(v)
(aandacht)
suscitare
(v)
(aandacht)
suscitare
(v)
(gevoelens)
Englisch
prikkelen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
prikkelen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
kribbeln (v) (ledematen)
brennen (v) (oog)
prickeln (v) (zintuiglijke gewaarwording)
hervorrufen (v) (aandacht)
erwecken (v) (aandacht)
erregen (v) (aandacht)
aufregen (v) (gevoelens)
erregen (v) (gevoelens)
anregen (v) (gevoelens)
aufreizen (v) (gedrag)
aufhetzen (v) (gedrag)
aufstacheln (v) (gedrag)
Spanisch
prikkelen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
atraer (v) (aandacht)
atraer (v) (gevoelens)
cautivar
(v)
(aandacht)
cautivar
(v)
(gevoelens)
despertar
(v)
[m.]
(aandacht)
despertar
(v)
[m.]
(gevoelens)
enfadar
(v)
(gedrag)
escocer
(v)
(oog)
estimular
(v)
(gevoelens)
estimular
(v)
(aandacht)
excitar
(v)
(gevoelens)
excitar
(v)
(aandacht)
hormiguear
(v)
(ledematen)
irritar
(v)
(gedrag)
picar (v) (oog)
picar (v) (zintuiglijke gewaarwording)
provocar (v) (gevoelens)
provocar (v) (aandacht)
sentir hormigueo (v) (zintuiglijke gewaarwording)
suscitar
(v)
(aandacht)
suscitar
(v)
(gevoelens)
Schwedisch
prikkelen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
stimulera (v) (aandacht)
stimulera (v) (gevoelens)
egga (v) (aandacht)
egga (v) (gevoelens)
egga (v) (gedrag)
hetsa upp (v) (aandacht)
hetsa upp (v) (gevoelens)
väcka (v) (aandacht)
väcka (v) (gevoelens)
upphetsa (v) (aandacht)
upphetsa (v) (gevoelens)
sporra (v) (gedrag)
framkalla (v) (aandacht)
framkalla (v) (gevoelens)
svida (v) (oog)
sticka (v) (ledematen)
sticka (v) (zintuiglijke gewaarwording)
fånga (v) (aandacht)
fånga (v) (gevoelens)
Portugiesisch
prikkelen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
acender (v) (gevoelens)
acender (v) (aandacht)
enervar (v) (gedrag)
fomentar (v) (aandacht)
fomentar (v) (gevoelens)
estimular (v) (gevoelens)
estimular (v) (aandacht)
prender (v) (aandacht)
prender (v) (gevoelens)
suscitar (v) (aandacht)
suscitar (v) (gevoelens)
incitar (v) (aandacht)
incitar (v) (gevoelens)
levantar (v) (aandacht)
levantar (v) (gevoelens)
excitar (v) (gevoelens)
excitar (v) (aandacht)
cativar (v) (aandacht)
cativar (v) (gevoelens)
irritar (v) (gedrag)
arder (v) (oog)
despertar (v) [m.] (aandacht)
despertar (v) [m.] (gevoelens)
picar (v) (zintuiglijke gewaarwording)
formigar (v) (ledematen)
formigar (v) (zintuiglijke gewaarwording)
Verbformen von prikkelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | prikkelend | und | geprikkeld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | prikkel | prikkelt | prikkelt | prikkelen | prikkelen | prikkelen |
| Imperfect | prikkelde | prikkelde | prikkelde | prikkelden | prikkelden | prikkelden |
| Toekomende tijd I | zal prikkelen | zult prikkelen | zal prikkelen | zullen prikkelen | zullen prikkelen | zullen prikkelen |
| Conditionalis I | zou prikkelen | zou prikkelen | zou prikkelen | zouden prikkelen | zouden prikkelen | zouden prikkelen |
| Perfectum | heb geprikkeld | hebt geprikkeld | heeft geprikkeld | hebben geprikkeld | hebben geprikkeld | hebben geprikkeld |
| Voltooid verleden tijd | had geprikkeld | had geprikkeld | had geprikkeld | hadden geprikkeld | hadden geprikkeld | hadden geprikkeld |
| Toekomende tijd II | zal geprikkeld hebben | zult geprikkeld hebben | zal geprikkeld hebben | zullen geprikkeld hebben | zullen geprikkeld hebben | zullen geprikkeld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geprikkeld | zou hebben geprikkeld | zou hebben geprikkeld | zouden hebben geprikkeld | zouden hebben geprikkeld | zouden hebben geprikkeld |
| Imperatief | - | prikkel | - | - | prikkelt | - |
