Übersetzungen für pretenderen

Suchbegriff:

pretenderen

  hat 3 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 12 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

pretenderen (schijn, zeggen, bedrog)

Französisch pretenderen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

affirmer (v) (schijn)

affirmer (v) (zeggen)

déclarer (v) (schijn)

déclarer (v) (zeggen)

invention (n) [f.] (bedrog)

professer (v) (schijn)

professer (v) (zeggen)

prétendre (v) (schijn)

prétendre (v) (zeggen)

proclamer (v) (schijn)

proclamer (v) (zeggen)

comédie (n) [f.] (bedrog)

frime (n) [f.] (bedrog)

simulation (n) [f.] (bedrog)

chiqué (n) [m.] (bedrog)

Italienisch pretenderen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

finta (n) [f.] (bedrog)

pretendere (v) (zeggen)

pretendere (v) (schijn)

pretendere di (v) (zeggen)

pretendere di (v) (schijn)

simulazione (n) [f.] (bedrog)

Englisch pretenderen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

pretending (n) (bedrog)

faking (n) (bedrog)

feigning (n) (bedrog)

pretend (v) (zeggen)

profess (formal) (v) (schijn)

claim (v) (schijn)

Deutsch pretenderen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Schwindeln (n) [n.] (bedrog)

Vortäuschen (n) [n.] (bedrog)

Simulieren (n) [n.] (bedrog)

vorgeben (v) (zeggen)

vorgeben (v) (schijn)

behaupten (v) (schijn)

Spanisch pretenderen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

pretender (v) (schijn)

pretender (v) (zeggen)

simulación (n) [f.] (bedrog)

Schwedisch pretenderen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

låtsas (v) (zeggen)

låtsas (v) (schijn)

förege (v) (zeggen)

förege (v) (schijn)

påstå (v) (zeggen)

påstå (v) (schijn)

Portugiesisch pretenderen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

afirmar (v) (zeggen)

afirmar (v) (schijn)

proclamar (v) (zeggen)

proclamar (v) (schijn)

fingir (v) (zeggen)

fingir (v) (schijn)

simulação (n) [f.] (bedrog)

fingimento (n) [m.] (bedrog)

     

Verbformen von pretenderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord pretenderend und gepretendeerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens pretendeer pretendeert pretendeert pretenderen pretenderen pretenderen
Imperfect pretendeerde pretendeerde pretendeerde pretendeerden pretendeerden pretendeerden
Toekomende tijd I zal pretenderen zult pretenderen zal pretenderen zullen pretenderen zullen pretenderen zullen pretenderen
Conditionalis I zou pretenderen zou pretenderen zou pretenderen zouden pretenderen zouden pretenderen zouden pretenderen
Perfectum heb gepretendeerd hebt gepretendeerd heeft gepretendeerd hebben gepretendeerd hebben gepretendeerd hebben gepretendeerd
Voltooid verleden tijd had gepretendeerd had gepretendeerd had gepretendeerd hadden gepretendeerd hadden gepretendeerd hadden gepretendeerd
Toekomende tijd II zal gepretendeerd hebben zult gepretendeerd hebben zal gepretendeerd hebben zullen gepretendeerd hebben zullen gepretendeerd hebben zullen gepretendeerd hebben
Conditionalis II zou hebben gepretendeerd zou hebben gepretendeerd zou hebben gepretendeerd zouden hebben gepretendeerd zouden hebben gepretendeerd zouden hebben gepretendeerd
Imperatief - pretendeer - - pretendeert -
pretenderen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - pretenderen übersetzen