Übersetzungen für prepareren

Suchbegriff:

prepareren

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

prepareren (onderwijs, gebeurtenis, culinair)

Französisch prepareren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

préparer (v) (onderwijs)

préparer (v) (gebeurtenis)

apprêter (v) (culinair)

Italienisch prepareren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

preparare (v) (onderwijs)

preparare (v) (gebeurtenis)

preparare (v) (culinair)

Englisch prepareren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

equip (v) (onderwijs)

prepare (v) (onderwijs)

prepare (v) (gebeurtenis)

prepare (v) (culinair)

get ready (v) (culinair)

Deutsch prepareren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

ausrüsten (v) (onderwijs)

vorbereiten (v) (onderwijs)

vorbereiten (v) (gebeurtenis)

zubereiten (v) (culinair)

Spanisch prepareren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

equipar (v) (onderwijs)

equipar (v) (gebeurtenis)

preparar (v) (onderwijs)

preparar (v) (gebeurtenis)

preparar (v) (culinair)

Schwedisch prepareren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

tillaga (v) (culinair)

göra rustad (v) (onderwijs)

göra rustad (v) (gebeurtenis)

förbereda (v) (onderwijs)

förbereda (v) (gebeurtenis)

bereda (v) (culinair)

Portugiesisch prepareren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

preparar (v) (onderwijs)

preparar (v) (gebeurtenis)

preparar (v) (culinair)

equipar (v) (onderwijs)

equipar (v) (gebeurtenis)

     

Verbformen von prepareren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord preparerend und geprepareerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens prepareer prepareert prepareert prepareren prepareren prepareren
Imperfect prepareerde prepareerde prepareerde prepareerden prepareerden prepareerden
Toekomende tijd I zal prepareren zult prepareren zal prepareren zullen prepareren zullen prepareren zullen prepareren
Conditionalis I zou prepareren zou prepareren zou prepareren zouden prepareren zouden prepareren zouden prepareren
Perfectum heb geprepareerd hebt geprepareerd heeft geprepareerd hebben geprepareerd hebben geprepareerd hebben geprepareerd
Voltooid verleden tijd had geprepareerd had geprepareerd had geprepareerd hadden geprepareerd hadden geprepareerd hadden geprepareerd
Toekomende tijd II zal geprepareerd hebben zult geprepareerd hebben zal geprepareerd hebben zullen geprepareerd hebben zullen geprepareerd hebben zullen geprepareerd hebben
Conditionalis II zou hebben geprepareerd zou hebben geprepareerd zou hebben geprepareerd zouden hebben geprepareerd zouden hebben geprepareerd zouden hebben geprepareerd
Imperatief - prepareer - - prepareert -
prepareren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - prepareren übersetzen