Übersetzungen für plunderen
plunderen
hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 8 SynonymeNiederländisch Niederländisch
plunderen (algemeen, militair)
Französisch
plunderen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
dévaliser
(v)
(algemeen)
dévaliser
(v)
(militair)
piller
(v)
(militair)
piller
(v)
(algemeen)
spolier
(v)
(militair)
spolier
(v)
(algemeen)
mettre à sac (v) (militair)
mettre à sac (v) (algemeen)
pillage
(n)
[m.]
(militair)
déprédation
(n)
[f.]
(militair)
dilapidation (n) [f.] (militair)
Italienisch
plunderen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
depredamento (n) [m.] (militair)
depredare (v) (algemeen)
depredare (v) (militair)
depredazione (n) [f.] (militair)
razzia (n) [f.] (militair)
saccheggiare
(v)
(algemeen)
saccheggiare
(v)
(militair)
saccheggio
(n)
[m.]
(militair)
sacco
(n)
[m.]
(militair)
spogliare
(v)
(algemeen)
spogliare
(v)
(militair)
Englisch
plunderen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
depredation
(formal) (n)
(militair)
plundering (n) (militair)
pillage
(arch.) (n)
(militair)
ransack
(v)
(algemeen)
plunder
(v)
(militair)
loot
(v)
(militair)
spoliate (formal) (v) (militair)
ravage
(v)
(militair)
pillage
(arch.) (v)
(militair)
despoil (formal) (v) (militair)
Deutsch
plunderen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Verwüstung (n) [f.] (militair)
Plünderung (n) [f.] (militair)
Verheerung (n) [f.] (militair)
plündern (v) (algemeen)
plündern (v) (militair)
ausrauben (v) (militair)
Spanisch
plunderen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
depredación (n) [f.] (militair)
despojar de (v) (militair)
despojar de (v) (algemeen)
despojo
(n)
[m.]
(militair)
saquear
(v)
(militair)
saquear
(v)
(algemeen)
saqueo
(n)
[m.]
(militair)
Schwedisch
plunderen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
plunderen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
saque (n) [m.] (militair)
saquear (v) (algemeen)
saquear (v) (militair)
espoliar de (v) (algemeen)
espoliar de (v) (militair)
despojar de (v) (algemeen)
despojar de (v) (militair)
pilhagem (n) [f.] (militair)
pilhar (v) (algemeen)
pilhar (v) (militair)
depredação (n) [f.] (militair)
espoliação (n) [f.] (militair)
Verbformen von plunderen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | plunderend | und | geplunderd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | plunder | plundert | plundert | plunderen | plunderen | plunderen |
| Imperfect | plunderde | plunderde | plunderde | plunderden | plunderden | plunderden |
| Toekomende tijd I | zal plunderen | zult plunderen | zal plunderen | zullen plunderen | zullen plunderen | zullen plunderen |
| Conditionalis I | zou plunderen | zou plunderen | zou plunderen | zouden plunderen | zouden plunderen | zouden plunderen |
| Perfectum | heb geplunderd | hebt geplunderd | heeft geplunderd | hebben geplunderd | hebben geplunderd | hebben geplunderd |
| Voltooid verleden tijd | had geplunderd | had geplunderd | had geplunderd | hadden geplunderd | hadden geplunderd | hadden geplunderd |
| Toekomende tijd II | zal geplunderd hebben | zult geplunderd hebben | zal geplunderd hebben | zullen geplunderd hebben | zullen geplunderd hebben | zullen geplunderd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben geplunderd | zou hebben geplunderd | zou hebben geplunderd | zouden hebben geplunderd | zouden hebben geplunderd | zouden hebben geplunderd |
| Imperatief | - | plunder | - | - | plundert | - |
