Übersetzungen für passeren

Suchbegriff:

passeren

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 15 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

passeren (auto's, reizen, te voet)

Französisch passeren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

réviser (v) (auto's)

traverser (v) (reizen)

passer (v) (te voet)

dépasser (v) (auto's)

doubler (v) (auto's)

Italienisch passeren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

attraversare (v) (reizen)

passare (v) (te voet)

passare (v) (auto's)

revisionare (v) (auto's)

sorpassare (v) (auto's)

Englisch passeren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

pass (v) (te voet)

go by (v) (te voet)

pass through (v) (reizen)

travel through (v) (reizen)

pass (v) (auto's)

overtake (v) (auto's)

Deutsch passeren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

vorbeigehen (v) (te voet)

reisen durch (v) (reizen)

überholen (v) (auto's)

vorbeifahren (v) (auto's)

Spanisch passeren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

atravesar (v) (reizen)

ir más allá de (v) (auto's)

pasar (v) (auto's)

pasar (v) (te voet)

pasar por (v) (reizen)

revisar (v) (auto's)

Schwedisch passeren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

serva (v) (auto's)

gå igenom (v) (auto's)

resa igenom (v) (reizen)

passera (v) (te voet)

passera (v) (reizen)

passera (v) (auto's)

köra om (v) (auto's)

fara förbi (v) (auto's)

gå förbi (v) (te voet)

Portugiesisch passeren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

passar (v) (te voet)

passar (v) (auto's)

passar por (v) (reizen)

ultrapassar (v) (auto's)

atravessar (v) (reizen)

fazer revisão (v) (auto's)

passar direto (v) (auto's)

     

Verbformen von passeren

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord passerend und gepasseerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens passeer passeert passeert passeren passeren passeren
Imperfect passeerde passeerde passeerde passeerden passeerden passeerden
Toekomende tijd I zal passeren zult passeren zal passeren zullen passeren zullen passeren zullen passeren
Conditionalis I zou passeren zou passeren zou passeren zouden passeren zouden passeren zouden passeren
Perfectum heb gepasseerd hebt gepasseerd heeft gepasseerd hebben gepasseerd hebben gepasseerd hebben gepasseerd
Voltooid verleden tijd had gepasseerd had gepasseerd had gepasseerd hadden gepasseerd hadden gepasseerd hadden gepasseerd
Toekomende tijd II zal gepasseerd hebben zult gepasseerd hebben zal gepasseerd hebben zullen gepasseerd hebben zullen gepasseerd hebben zullen gepasseerd hebben
Conditionalis II zou hebben gepasseerd zou hebben gepasseerd zou hebben gepasseerd zouden hebben gepasseerd zouden hebben gepasseerd zouden hebben gepasseerd
Imperatief - passeer - - passeert -
passeren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - passeren übersetzen