Übersetzungen für overweldigen
overweldigen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
overweldigen (vijand, gevoelens, algemeen)
Französisch
overweldigen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
écraser
(v)
(vijand)
écraser
(v)
(gevoelens)
accabler
(v)
(vijand)
accabler
(v)
(gevoelens)
abasourdir
(v)
(algemeen)
renverser
(v)
(algemeen)
confondre
(v)
(algemeen)
submerger
(v)
(vijand)
submerger
(v)
(gevoelens)
terrasser
(v)
(vijand)
terrasser
(v)
(gevoelens)
ahurir
(v)
(algemeen)
ébahir (v) (algemeen)
Italienisch
overweldigen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
meravigliare
(v)
(algemeen)
sbalordire
(v)
(algemeen)
sbigottire (v) (algemeen)
sconfiggere
(v)
(vijand)
sconfiggere
(v)
(gevoelens)
sopraffare
(v)
(vijand)
sopraffare
(v)
(gevoelens)
sorprendere
(v)
(algemeen)
soverchiare (v) (vijand)
soverchiare (v) (gevoelens)
stupire
(v)
(algemeen)
vincere
(v)
(vijand)
vincere
(v)
(gevoelens)
Englisch
overweldigen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
overweldigen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
betäuben (v) (algemeen)
verblüffen (v) (algemeen)
überwältigen (v) (vijand)
überwältigen (v) (gevoelens)
Spanisch
overweldigen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
overweldigen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
överväldiga (v) (algemeen)
överväldiga (v) (vijand)
överväldiga (v) (gevoelens)
förbluffa (v) (algemeen)
förstumma (v) (algemeen)
göra mållös (v) (algemeen)
övermanna (v) (vijand)
övermanna (v) (gevoelens)
Portugiesisch
overweldigen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von overweldigen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | overweldigend | und | overweldigd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | overweldig | overweldigt | overweldigt | overweldigen | overweldigen | overweldigen |
| Imperfect | overweldigde | overweldigde | overweldigde | overweldigden | overweldigden | overweldigden |
| Toekomende tijd I | zal overweldigen | zult overweldigen | zal overweldigen | zullen overweldigen | zullen overweldigen | zullen overweldigen |
| Conditionalis I | zou overweldigen | zou overweldigen | zou overweldigen | zouden overweldigen | zouden overweldigen | zouden overweldigen |
| Perfectum | heb overweldigd | hebt overweldigd | heeft overweldigd | hebben overweldigd | hebben overweldigd | hebben overweldigd |
| Voltooid verleden tijd | had overweldigd | had overweldigd | had overweldigd | hadden overweldigd | hadden overweldigd | hadden overweldigd |
| Toekomende tijd II | zal overweldigd hebben | zult overweldigd hebben | zal overweldigd hebben | zullen overweldigd hebben | zullen overweldigd hebben | zullen overweldigd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben overweldigd | zou hebben overweldigd | zou hebben overweldigd | zouden hebben overweldigd | zouden hebben overweldigd | zouden hebben overweldigd |
| Imperatief | - | overweldig | - | - | overweldigt | - |
