Übersetzungen für overtreffen

Suchbegriff:

overtreffen

  hat 6 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 11 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

overtreffen (algemeen, mededinger, limiet, wedstrijd, vergelijking, persoon)

Französisch overtreffen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

dominer (v) (algemeen)

dominer (v) (mededinger)

dominer (v) (limiet)

dominer (v) (wedstrijd)

dominer (v) (vergelijking)

dominer (v) (persoon)

dépasser (v) (algemeen)

dépasser (v) (vergelijking)

dépasser (v) (limiet)

dépasser (v) (mededinger)

dépasser (v) (wedstrijd)

dépasser (v) (persoon)

éclipser (v) (persoon)

surpasser (v) (vergelijking)

surpasser (v) (limiet)

surpasser (v) (algemeen)

surpasser (v) (mededinger)

surpasser (v) (wedstrijd)

surpasser (v) (persoon)

exceller (v) (vergelijking)

exceller (v) (algemeen)

exceller (v) (mededinger)

exceller (v) (limiet)

exceller (v) (wedstrijd)

exceller (v) (persoon)

excéder (v) (vergelijking)

excéder (v) (limiet)

transcender (v) (limiet)

transcender (v) (vergelijking)

transcender (v) (algemeen)

transcender (v) (mededinger)

transcender (v) (wedstrijd)

transcender (v) (persoon)

surclasser (v) (algemeen)

surclasser (v) (mededinger)

surclasser (v) (limiet)

surclasser (v) (wedstrijd)

surclasser (v) (vergelijking)

surclasser (v) (persoon)

se montrer supérieur à (v) (algemeen)

se montrer supérieur à (v) (mededinger)

se montrer supérieur à (v) (limiet)

se montrer supérieur à (v) (wedstrijd)

se montrer supérieur à (v) (vergelijking)

se montrer supérieur à (v) (persoon)

Italienisch overtreffen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

eccedere (v) (vergelijking)

eccedere (v) (limiet)

eccellere (v) (algemeen)

eccellere (v) (mededinger)

eccellere (v) (limiet)

eccellere (v) (wedstrijd)

eccellere (v) (vergelijking)

eccellere (v) (persoon)

eclissare (v) (persoon)

essere superiore a (v) (algemeen)

essere superiore a (v) (mededinger)

essere superiore a (v) (limiet)

essere superiore a (v) (wedstrijd)

essere superiore a (v) (vergelijking)

essere superiore a (v) (persoon)

offuscare (v) (persoon)

oltrepassare (v) (vergelijking)

oltrepassare (v) (limiet)

oltrepassare (v) (algemeen)

oltrepassare (v) (mededinger)

oltrepassare (v) (wedstrijd)

oltrepassare (v) (persoon)

sorpassare (v) (algemeen)

sorpassare (v) (mededinger)

sorpassare (v) (limiet)

sorpassare (v) (wedstrijd)

sorpassare (v) (vergelijking)

sorpassare (v) (persoon)

sovrastare (v) (algemeen)

sovrastare (v) (mededinger)

sovrastare (v) (limiet)

sovrastare (v) (wedstrijd)

sovrastare (v) (vergelijking)

sovrastare (v) (persoon)

superare (v) (algemeen)

superare (v) (mededinger)

superare (v) (limiet)

superare (v) (wedstrijd)

superare (v) (vergelijking)

superare (v) (persoon)

surclassare (v) (algemeen)

surclassare (v) (mededinger)

surclassare (v) (limiet)

surclassare (v) (wedstrijd)

surclassare (v) (vergelijking)

surclassare (v) (persoon)

trascendere (v) (limiet)

trascendere (v) (vergelijking)

trascendere (v) (algemeen)

trascendere (v) (mededinger)

trascendere (v) (wedstrijd)

trascendere (v) (persoon)

Englisch overtreffen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

overtop (v) (algemeen)

outstrip (v) (mededinger)

outpace (v) (mededinger)

transcend (formal) (v) (limiet)

outrival (v) (wedstrijd)

surpass (formal) (v) (vergelijking)

exceed (v) (vergelijking)

be greater then (v) (vergelijking)

excel (v) (vergelijking)

outdo (v) (vergelijking)

outshine (v) (vergelijking)

do better than (v) (vergelijking)

outclass (v) (persoon)

outshine (v) (persoon)

outmatch (v) (persoon)

outdo (v) (persoon)

Deutsch overtreffen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

überragen (v) (algemeen)

übertreffen (v) (algemeen)

übertreffen (v) (mededinger)

übersteigen (v) (limiet)

übertreffen (v) (limiet)

übertreffen (v) (wedstrijd)

übertreffen (v) (vergelijking)

überschreiten (v) (vergelijking)

übersteigen (v) (vergelijking)

übertreten (v) (vergelijking)

überflügeln (v) (vergelijking)

übertreffen (v) (persoon)

in den Schatten stellen (v) (persoon)

Spanisch overtreffen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

aventajar (v) (algemeen)

aventajar (v) (mededinger)

aventajar (v) (limiet)

aventajar (v) (wedstrijd)

aventajar (v) (vergelijking)

aventajar (v) (persoon)

dejar atrás (v) (algemeen)

dejar atrás (v) (mededinger)

dejar atrás (v) (limiet)

dejar atrás (v) (wedstrijd)

dejar atrás (v) (vergelijking)

dejar atrás (v) (persoon)

eclipsar (v) (persoon)

exceder (v) (vergelijking)

exceder (v) (limiet)

exceder (v) (algemeen)

exceder (v) (mededinger)

exceder (v) (wedstrijd)

exceder (v) (persoon)

prevalecer sobre (v) (algemeen)

prevalecer sobre (v) (mededinger)

prevalecer sobre (v) (limiet)

prevalecer sobre (v) (wedstrijd)

prevalecer sobre (v) (vergelijking)

prevalecer sobre (v) (persoon)

ser superior a (v) (algemeen)

ser superior a (v) (mededinger)

ser superior a (v) (limiet)

ser superior a (v) (wedstrijd)

ser superior a (v) (vergelijking)

ser superior a (v) (persoon)

sobrepasar (v) (algemeen)

sobrepasar (v) (mededinger)

sobrepasar (v) (limiet)

sobrepasar (v) (wedstrijd)

sobrepasar (v) (vergelijking)

sobrepasar (v) (persoon)

sobresalir (v) (vergelijking)

sobresalir (v) (algemeen)

sobresalir (v) (mededinger)

sobresalir (v) (limiet)

sobresalir (v) (wedstrijd)

sobresalir (v) (persoon)

superar (v) (vergelijking)

superar (v) (limiet)

superar (v) (algemeen)

superar (v) (mededinger)

superar (v) (wedstrijd)

superar (v) (persoon)

Schwedisch overtreffen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

slå (v) (algemeen)

slå (v) (mededinger)

slå (v) (limiet)

slå (v) (wedstrijd)

slå (v) (vergelijking)

slå (v) (persoon)

besegra (v) (algemeen)

besegra (v) (mededinger)

besegra (v) (limiet)

besegra (v) (wedstrijd)

besegra (v) (vergelijking)

besegra (v) (persoon)

överglänsa (v) (algemeen)

överglänsa (v) (mededinger)

överglänsa (v) (limiet)

överglänsa (v) (wedstrijd)

överglänsa (v) (vergelijking)

överglänsa (v) (persoon)

ställa i skuggan (v) (persoon)

överträffa (v) (algemeen)

överträffa (v) (mededinger)

överträffa (v) (limiet)

överträffa (v) (wedstrijd)

överträffa (v) (vergelijking)

överträffa (v) (persoon)

överskrida (v) (algemeen)

överskrida (v) (mededinger)

överskrida (v) (limiet)

överskrida (v) (wedstrijd)

överskrida (v) (vergelijking)

överskrida (v) (persoon)

vara överlägsen (v) (algemeen)

vara överlägsen (v) (mededinger)

vara överlägsen (v) (limiet)

vara överlägsen (v) (wedstrijd)

vara överlägsen (v) (vergelijking)

vara överlägsen (v) (persoon)

överstiga (v) (algemeen)

överstiga (v) (mededinger)

överstiga (v) (limiet)

överstiga (v) (wedstrijd)

överstiga (v) (vergelijking)

överstiga (v) (persoon)

överskjuta (v) (limiet)

överskjuta (v) (vergelijking)

utklassa (v) (algemeen)

utklassa (v) (mededinger)

utklassa (v) (limiet)

utklassa (v) (wedstrijd)

utklassa (v) (vergelijking)

utklassa (v) (persoon)

Portugiesisch overtreffen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

derrotar (v) (algemeen)

derrotar (v) (mededinger)

derrotar (v) (limiet)

derrotar (v) (wedstrijd)

derrotar (v) (vergelijking)

derrotar (v) (persoon)

vencer (v) (algemeen)

vencer (v) (mededinger)

vencer (v) (limiet)

vencer (v) (wedstrijd)

vencer (v) (vergelijking)

vencer (v) (persoon)

superar (v) (algemeen)

superar (v) (mededinger)

superar (v) (limiet)

superar (v) (wedstrijd)

superar (v) (vergelijking)

superar (v) (persoon)

apagar o brilho de (v) (persoon)

ofuscar o brilho de (v) (algemeen)

ofuscar o brilho de (v) (mededinger)

ofuscar o brilho de (v) (limiet)

ofuscar o brilho de (v) (wedstrijd)

ofuscar o brilho de (v) (vergelijking)

ofuscar o brilho de (v) (persoon)

exceder (v) (limiet)

exceder (v) (vergelijking)

exceder (v) (algemeen)

exceder (v) (mededinger)

exceder (v) (wedstrijd)

exceder (v) (persoon)

fazer melhor (v) (algemeen)

fazer melhor (v) (mededinger)

fazer melhor (v) (limiet)

fazer melhor (v) (wedstrijd)

fazer melhor (v) (vergelijking)

fazer melhor (v) (persoon)

ser maior do que (v) (vergelijking)

ser maior do que (v) (limiet)

transcender (v) (limiet)

transcender (v) (vergelijking)

transcender (v) (algemeen)

transcender (v) (mededinger)

transcender (v) (wedstrijd)

transcender (v) (persoon)

deixar para trás (v) (algemeen)

deixar para trás (v) (mededinger)

deixar para trás (v) (limiet)

deixar para trás (v) (wedstrijd)

deixar para trás (v) (vergelijking)

deixar para trás (v) (persoon)

levar vantagem sobre (v) (algemeen)

levar vantagem sobre (v) (mededinger)

levar vantagem sobre (v) (limiet)

levar vantagem sobre (v) (wedstrijd)

levar vantagem sobre (v) (vergelijking)

levar vantagem sobre (v) (persoon)

     

Verbformen von overtreffen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord overtreffend und overtroffen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens overtref overtreft overtreft overtreffen overtreffen overtreffen
Imperfect overtrof overtrof overtrof overtroffen overtroffen overtroffen
Toekomende tijd I zal overtreffen zult overtreffen zal overtreffen zullen overtreffen zullen overtreffen zullen overtreffen
Conditionalis I zou overtreffen zou overtreffen zou overtreffen zouden overtreffen zouden overtreffen zouden overtreffen
Perfectum heb overtroffen hebt overtroffen heeft overtroffen hebben overtroffen hebben overtroffen hebben overtroffen
Voltooid verleden tijd had overtroffen had overtroffen had overtroffen hadden overtroffen hadden overtroffen hadden overtroffen
Toekomende tijd II zal overtroffen hebben zult overtroffen hebben zal overtroffen hebben zullen overtroffen hebben zullen overtroffen hebben zullen overtroffen hebben
Conditionalis II zou hebben overtroffen zou hebben overtroffen zou hebben overtroffen zouden hebben overtroffen zouden hebben overtroffen zouden hebben overtroffen
Imperatief - overtref - - overtreft -
overtreffen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - overtreffen übersetzen