Übersetzungen für overheersen
overheersen
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
overheersen (persoon, situatie, belangrijkheid)
Französisch
overheersen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
dominer
(v)
(persoon)
dominer
(v)
(situatie)
dominer
(v)
(belangrijkheid)
gouverner
(v)
(situatie)
gouverner
(v)
(belangrijkheid)
prédominer
(v)
(situatie)
prédominer
(v)
(belangrijkheid)
prévaloir
(v)
(situatie)
prévaloir
(v)
(belangrijkheid)
Italienisch
overheersen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
dominare
(v)
(situatie)
dominare
(v)
(belangrijkheid)
predominare
(v)
(situatie)
predominare
(v)
(belangrijkheid)
prevalere
(v)
(situatie)
prevalere
(v)
(belangrijkheid)
reggere
(v)
(situatie)
reggere
(v)
(belangrijkheid)
spadroneggiare
(v)
(persoon)
tiranneggiare
(v)
(persoon)
Englisch
overheersen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
overheersen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
vorherrschen (v) (situatie)
vorherrschen (v) (belangrijkheid)
vorwiegen (v) (belangrijkheid)
beherrschen (v) (persoon)
dominieren (v) (persoon)
Spanisch
overheersen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
dominar
(v)
(situatie)
dominar
(v)
(belangrijkheid)
oprimir
(v)
(persoon)
predominar
(v)
(situatie)
predominar
(v)
(belangrijkheid)
prevalecer (v) (situatie)
prevalecer (v) (belangrijkheid)
regir
(v)
(situatie)
regir
(v)
(belangrijkheid)
tiranizar
(v)
(persoon)
Schwedisch
overheersen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
överväga (v) (situatie)
överväga (v) (belangrijkheid)
dominera (v) (situatie)
dominera (v) (belangrijkheid)
dominera (v) (persoon)
härska (v) (persoon)
ha överhanden (v) (situatie)
ha överhanden (v) (belangrijkheid)
förhärska (v) (situatie)
förhärska (v) (belangrijkheid)
Portugiesisch
overheersen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
dominar (v) (persoon)
dominar (v) (situatie)
dominar (v) (belangrijkheid)
tiranizar (v) (persoon)
reger (v) (situatie)
reger (v) (belangrijkheid)
reinar (v) (situatie)
reinar (v) (belangrijkheid)
prevalecer (v) (situatie)
prevalecer (v) (belangrijkheid)
governar (v) (situatie)
governar (v) (belangrijkheid)
predominar (v) (situatie)
predominar (v) (belangrijkheid)
Verbformen von overheersen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | overheersend | und | overheerst |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | overheers | overheerst | overheerst | overheersen | overheersen | overheersen |
| Imperfect | overheerste | overheerste | overheerste | overheersten | overheersten | overheersten |
| Toekomende tijd I | zal overheersen | zult overheersen | zal overheersen | zullen overheersen | zullen overheersen | zullen overheersen |
| Conditionalis I | zou overheersen | zou overheersen | zou overheersen | zouden overheersen | zouden overheersen | zouden overheersen |
| Perfectum | heb overheerst | hebt overheerst | heeft overheerst | hebben overheerst | hebben overheerst | hebben overheerst |
| Voltooid verleden tijd | had overheerst | had overheerst | had overheerst | hadden overheerst | hadden overheerst | hadden overheerst |
| Toekomende tijd II | zal overheerst hebben | zult overheerst hebben | zal overheerst hebben | zullen overheerst hebben | zullen overheerst hebben | zullen overheerst hebben |
| Conditionalis II | zou hebben overheerst | zou hebben overheerst | zou hebben overheerst | zouden hebben overheerst | zouden hebben overheerst | zouden hebben overheerst |
| Imperatief | - | overheers | - | - | overheerst | - |
