Übersetzungen für overeenkomen
overeenkomen
hat 5 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
overeenkomen (plannen, persoon, mening, overeenstemmen, onderhandelen)
Französisch
overeenkomen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
régler
(v)
(plannen)
arrêter
(v)
(plannen)
s'entendre
(v)
(persoon)
concorder
(v)
(mening)
concorder
(v)
(overeenstemmen)
s'accorder
(v)
(mening)
s'accorder
(v)
(overeenstemmen)
correspondre
(v)
(mening)
correspondre
(v)
(overeenstemmen)
marchandage
(n)
[m.]
(onderhandelen)
négociation
(n)
[f.]
(onderhandelen)
s'harmoniser (v) (overeenstemmen)
s'harmoniser (v) (mening)
coïncider
(v)
(mening)
coïncider
(v)
(overeenstemmen)
convenir de (v) (plannen)
s'entendre sur (v) (plannen)
Italienisch
overeenkomen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
accordarsi
(v)
(mening)
accordarsi
(v)
(overeenstemmen)
andare d'accordo (v) (persoon)
coincidere
(v)
(mening)
coincidere
(v)
(overeenstemmen)
combinare
(v)
(plannen)
concordare
(v)
(mening)
concordare
(v)
(overeenstemmen)
contrattazione
(n)
[f.]
(onderhandelen)
corrispondere
(v)
(mening)
corrispondere
(v)
(overeenstemmen)
decidere
(v)
(plannen)
essere in armonia (v) (mening)
essere in armonia (v) (overeenstemmen)
mercanteggiamento (n) [m.] (onderhandelen)
mettersi d'accordo (v) (plannen)
negoziato
(n)
[m.]
(onderhandelen)
organizzare
(v)
(plannen)
Englisch
overeenkomen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
bargaining
(n)
(onderhandelen)
negotiation
(n)
(onderhandelen)
arrange
(v)
(plannen)
settle
(v)
(plannen)
decide on (v) (plannen)
fix
(v)
(plannen)
coincide
(v)
(mening)
concur
(formal) (v)
(mening)
accord
(formal) (v)
(mening)
correspond
(v)
(mening)
match
(v)
(mening)
get along
(v)
(persoon)
get on
(v)
(persoon)
correspond
(v)
(overeenstemmen)
match
(v)
(overeenstemmen)
tally
(v)
(overeenstemmen)
Deutsch
overeenkomen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Feilschen (n) [n.] (onderhandelen)
Handeln (n) [n.] (onderhandelen)
Unterhandeln (n) [n.] (onderhandelen)
verabreden (v) (plannen)
vereinbaren (v) (plannen)
übereinstimmen (v) (mening)
kongruieren (v) (mening)
harmonieren (v) (mening)
zusammenstimmen (v) (mening)
auskommen (v) (persoon)
übereinstimmen (v) (overeenstemmen)
in Einklang stehen (v) (overeenstemmen)
Spanisch
overeenkomen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
arreglar (v) (plannen)
coincidir (v) (mening)
coincidir (v) (overeenstemmen)
concordar
(v)
(mening)
concordar
(v)
(overeenstemmen)
convenir
(v)
(overeenstemmen)
convenir
(v)
(mening)
corresponder (v) (overeenstemmen)
corresponder (v) (mening)
estar de acuerdo con (v) (mening)
estar de acuerdo con (v) (overeenstemmen)
llevarse bien (v) (persoon)
negociación (n) [f.] (onderhandelen)
planear (v) (plannen)
planificar (v) (plannen)
regateo
(n)
[m.]
(onderhandelen)
Schwedisch
overeenkomen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
dra jämt (v) (persoon)
komma överens (v) (persoon)
korrespondera (v) (mening)
korrespondera (v) (overeenstemmen)
stämma överens (v) (mening)
stämma överens (v) (overeenstemmen)
matcha (v) (mening)
matcha (v) (overeenstemmen)
passa ihop (v) (mening)
passa ihop (v) (overeenstemmen)
överensstämma (v) (mening)
överensstämma (v) (overeenstemmen)
avtala (v) (plannen)
komma överens om (v) (plannen)
Portugiesisch
overeenkomen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
combinar (v) (mening)
combinar (v) (plannen)
combinar (v) (overeenstemmen)
planejar (v) (plannen)
dar-se bem (v) (persoon)
ter afinidade (v) (persoon)
estar de acordo (v) (mening)
estar de acordo (v) (overeenstemmen)
corresponder (v) (mening)
corresponder (v) (overeenstemmen)
transação (n) [f.] (onderhandelen)
negociação (n) [f.] (onderhandelen)
coincidir (v) (mening)
coincidir (v) (overeenstemmen)
relacionar-se (v) (mening)
relacionar-se (v) (overeenstemmen)
decidir sobre (v) (plannen)
Verbformen von overeenkomen
| irr. | overeen | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | overeenkomend | und | overeengekomen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | kom overeen | komt overeen | komt overeen | komen overeen | komen overeen | komen overeen |
| Imperfect | kwam overeen | kwam overeen | kwam overeen | kwamen overeen | kwamen overeen | kwamen overeen |
| Toekomende tijd I | zal overeenkomen | zult overeenkomen | zal overeenkomen | zullen overeenkomen | zullen overeenkomen | zullen overeenkomen |
| Conditionalis I | zou overeenkomen | zou overeenkomen | zou overeenkomen | zouden overeenkomen | zouden overeenkomen | zouden overeenkomen |
| Perfectum | ben overeengekomen | bent overeengekomen | is overeengekomen | zijn overeengekomen | zijn overeengekomen | zijn overeengekomen |
| Voltooid verleden tijd | was overeengekomen | was overeengekomen | was overeengekomen | waren overeengekomen | waren overeengekomen | waren overeengekomen |
| Toekomende tijd II | zal overeengekomen zijn | zult overeengekomen zijn | zal overeengekomen zijn | zullen overeengekomen zijn | zullen overeengekomen zijn | zullen overeengekomen zijn |
| Conditionalis II | zou zijn overeengekomen | zou zijn overeengekomen | zou zijn overeengekomen | zouden zijn overeengekomen | zouden zijn overeengekomen | zouden zijn overeengekomen |
| Imperatief | - | kom overeen | - | - | komt overeen | - |
