Übersetzungen für opvrolijken
opvrolijken
hat 4 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 14 SynonymeNiederländisch Niederländisch
opvrolijken (persoon, opwekken, feestje, plaats)
Französisch
opvrolijken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
réconforter
(v)
(persoon)
animer
(v)
(opwekken)
animer
(v)
(feestje)
animer
(v)
(plaats)
aviver
(v)
(opwekken)
aviver
(v)
(feestje)
ragaillardir
(v)
(persoon)
remonter le moral à quelqu'un (v) (persoon)
revigorer
(v)
(persoon)
égayer
(v)
(feestje)
égayer
(v)
(plaats)
Italienisch
opvrolijken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
animare
(v)
(feestje)
animare
(v)
(opwekken)
animare
(v)
(plaats)
rallegrare
(v)
(feestje)
rallegrare
(v)
(plaats)
rallegrare
(v)
(opwekken)
ravvivare
(v)
(feestje)
ravvivare
(v)
(opwekken)
ravvivare
(v)
(plaats)
rincuorare (v) (persoon)
rinfrancare (v) (persoon)
Englisch
opvrolijken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
liven up (v) (feestje)
cheer up (v) (plaats)
brighten up (v) (plaats)
make cheerful (v) (plaats)
pep up (v) (persoon)
cheer up (v) (persoon)
brighten up (v) (persoon)
perk up (v) (persoon)
enliven
(v)
(persoon)
liven up (v) (persoon)
animate
(v)
(opwekken)
enliven
(v)
(opwekken)
vitalize (v) (opwekken)
Deutsch
opvrolijken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
aufheitern (v) (feestje)
beleben (v) (feestje)
Leben bringen in (v) (feestje)
aufheitern (v) (plaats)
aufhellen (v) (plaats)
aufmuntern (v) (persoon)
aufmöbeln (informal) (v) (persoon)
animieren (v) (opwekken)
beleben (v) (opwekken)
Spanisch
opvrolijken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
alegrar (v) (feestje)
alegrar (v) (plaats)
animar
(v)
(opwekken)
animar
(v)
(persoon)
animar
(v)
(feestje)
animar
(v)
(plaats)
dar vida (v) (feestje)
dar vida (v) (plaats)
dar vida (v) (opwekken)
infundir vida a (v) (opwekken)
infundir vida a (v) (feestje)
vivificar (v) (opwekken)
vivificar (v) (feestje)
Schwedisch
opvrolijken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
uppmuntra (v) (persoon)
animera (v) (feestje)
animera (v) (opwekken)
liva upp (v) (feestje)
liva upp (v) (plaats)
liva upp (v) (persoon)
liva upp (v) (opwekken)
ge liv åt (v) (feestje)
ge liv åt (v) (opwekken)
pigga upp (v) (feestje)
pigga upp (v) (plaats)
pigga upp (v) (persoon)
pigga upp (v) (opwekken)
lysa upp (v) (feestje)
lysa upp (v) (plaats)
Portugiesisch
opvrolijken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von opvrolijken
| - | op | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | opvrolijkend | und | opgevrolijkt |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | vrolijk op | vrolijkt op | vrolijkt op | vrolijken op | vrolijken op | vrolijken op |
| Imperfect | vrolijkte op | vrolijkte op | vrolijkte op | vrolijkten op | vrolijkten op | vrolijkten op |
| Toekomende tijd I | zal opvrolijken | zult opvrolijken | zal opvrolijken | zullen opvrolijken | zullen opvrolijken | zullen opvrolijken |
| Conditionalis I | zou opvrolijken | zou opvrolijken | zou opvrolijken | zouden opvrolijken | zouden opvrolijken | zouden opvrolijken |
| Perfectum | heb opgevrolijkt | hebt opgevrolijkt | heeft opgevrolijkt | hebben opgevrolijkt | hebben opgevrolijkt | hebben opgevrolijkt |
| Voltooid verleden tijd | had opgevrolijkt | had opgevrolijkt | had opgevrolijkt | hadden opgevrolijkt | hadden opgevrolijkt | hadden opgevrolijkt |
| Toekomende tijd II | zal opgevrolijkt hebben | zult opgevrolijkt hebben | zal opgevrolijkt hebben | zullen opgevrolijkt hebben | zullen opgevrolijkt hebben | zullen opgevrolijkt hebben |
| Conditionalis II | zou hebben opgevrolijkt | zou hebben opgevrolijkt | zou hebben opgevrolijkt | zouden hebben opgevrolijkt | zouden hebben opgevrolijkt | zouden hebben opgevrolijkt |
| Imperatief | - | vrolijk op | - | - | vrolijkt op | - |
