Übersetzungen für opsluiten
opsluiten
hat 4 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 8 SynonymeNiederländisch Niederländisch
opsluiten (algemeen, gevangene, insluiten, misdadiger)
Französisch
opsluiten Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
enfermer à clef (v) (algemeen)
enfermer à clef (v) (gevangene)
enfermer à clef (v) (insluiten)
enfermer à clef (v) (misdadiger)
mettre sous clef (v) (algemeen)
mettre sous clef (v) (gevangene)
mettre sous clef (v) (insluiten)
mettre sous clef (v) (misdadiger)
enfermer
(v)
(algemeen)
enfermer
(v)
(gevangene)
enfermer
(v)
(insluiten)
enfermer
(v)
(misdadiger)
emprisonner
(v)
(algemeen)
emprisonner
(v)
(gevangene)
emprisonner
(v)
(insluiten)
emprisonner
(v)
(misdadiger)
Italienisch
opsluiten Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
chiudere dentro (v) (algemeen)
chiudere dentro (v) (gevangene)
chiudere dentro (v) (insluiten)
chiudere dentro (v) (misdadiger)
confinare
(v)
(algemeen)
confinare
(v)
(gevangene)
confinare
(v)
(insluiten)
confinare
(v)
(misdadiger)
imprigionare
(v)
(algemeen)
imprigionare
(v)
(misdadiger)
imprigionare
(v)
(insluiten)
mettere sotto chiave (v) (algemeen)
mettere sotto chiave (v) (gevangene)
mettere sotto chiave (v) (insluiten)
mettere sotto chiave (v) (misdadiger)
relegare
(v)
(algemeen)
relegare
(v)
(gevangene)
relegare
(v)
(insluiten)
relegare
(v)
(misdadiger)
rinchiudere
(v)
(algemeen)
rinchiudere
(v)
(gevangene)
rinchiudere
(v)
(insluiten)
rinchiudere
(v)
(misdadiger)
Englisch
opsluiten Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
opsluiten Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
einschließen (v) (algemeen)
einsperren (v) (algemeen)
einschließen (v) (gevangene)
einsperren (v) (misdadiger)
ins Gefängnis bringen (v) (misdadiger)
einschließen (v) (insluiten)
einsperren (v) (insluiten)
Spanisch
opsluiten Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
confinar
(v)
(algemeen)
confinar
(v)
(gevangene)
confinar
(v)
(insluiten)
confinar
(v)
(misdadiger)
encajonar (v) (algemeen)
encajonar (v) (gevangene)
encajonar (v) (insluiten)
encajonar (v) (misdadiger)
encarcelar
(v)
(algemeen)
encarcelar
(v)
(misdadiger)
encarcelar
(v)
(insluiten)
encerrar
(v)
(algemeen)
encerrar
(v)
(gevangene)
encerrar
(v)
(insluiten)
encerrar
(v)
(misdadiger)
Schwedisch
opsluiten Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
fängsla (v) (algemeen)
fängsla (v) (misdadiger)
fängsla (v) (insluiten)
låsa in (v) (algemeen)
låsa in (v) (gevangene)
låsa in (v) (misdadiger)
låsa in (v) (insluiten)
stänga in (v) (algemeen)
stänga in (v) (gevangene)
stänga in (v) (misdadiger)
stänga in (v) (insluiten)
spärra in (v) (algemeen)
spärra in (v) (gevangene)
spärra in (v) (misdadiger)
spärra in (v) (insluiten)
stoppa in (v) (algemeen)
stoppa in (v) (gevangene)
stoppa in (v) (misdadiger)
stoppa in (v) (insluiten)
sätta i fängelse (v) (algemeen)
sätta i fängelse (v) (misdadiger)
sätta i fängelse (v) (insluiten)
Portugiesisch
opsluiten Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
trancar (v) (algemeen)
trancar (v) (gevangene)
trancar (v) (insluiten)
trancar (v) (misdadiger)
prender (v) (algemeen)
prender (v) (gevangene)
prender (v) (insluiten)
confinar (v) (algemeen)
confinar (v) (gevangene)
confinar (v) (insluiten)
confinar (v) (misdadiger)
encerrar (v) (algemeen)
encerrar (v) (gevangene)
encerrar (v) (insluiten)
encerrar (v) (misdadiger)
encarcerar (v) (algemeen)
encarcerar (v) (gevangene)
encarcerar (v) (insluiten)
encarcerar (v) (misdadiger)
aprisionar (v) (algemeen)
aprisionar (v) (misdadiger)
aprisionar (v) (insluiten)
Verbformen von opsluiten
| - | op | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | opsluitend | und | opgesloten |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | sluit op | sluit op | sluit op | sluiten op | sluiten op | sluiten op |
| Imperfect | sloot op | sloot op | sloot op | sloten op | sloten op | sloten op |
| Toekomende tijd I | zal opsluiten | zult opsluiten | zal opsluiten | zullen opsluiten | zullen opsluiten | zullen opsluiten |
| Conditionalis I | zou opsluiten | zou opsluiten | zou opsluiten | zouden opsluiten | zouden opsluiten | zouden opsluiten |
| Perfectum | heb opgesloten | hebt opgesloten | heeft opgesloten | hebben opgesloten | hebben opgesloten | hebben opgesloten |
| Voltooid verleden tijd | had opgesloten | had opgesloten | had opgesloten | hadden opgesloten | hadden opgesloten | hadden opgesloten |
| Toekomende tijd II | zal opgesloten hebben | zult opgesloten hebben | zal opgesloten hebben | zullen opgesloten hebben | zullen opgesloten hebben | zullen opgesloten hebben |
| Conditionalis II | zou hebben opgesloten | zou hebben opgesloten | zou hebben opgesloten | zouden hebben opgesloten | zouden hebben opgesloten | zouden hebben opgesloten |
| Imperatief | - | sluit op | - | - | sluit op | - |
