Übersetzungen für opnoemen

Suchbegriff:

opnoemen

  hat 2 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 10 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

opnoemen (algemeen, detail)

Französisch opnoemen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

citer (v) (algemeen)

citer (v) (detail)

nommer (v) (algemeen)

nommer (v) (detail)

énumérer (v) (algemeen)

énumérer (v) (detail)

détailler (v) (algemeen)

détailler (v) (detail)

dénombrer (v) (algemeen)

dénombrer (v) (detail)

Italienisch opnoemen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

citare (v) (algemeen)

citare (v) (detail)

dire il nome di (v) (algemeen)

dire il nome di (v) (detail)

elencare (v) (detail)

elencare (v) (algemeen)

enumerare (v) (detail)

enumerare (v) (algemeen)

Englisch opnoemen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

name (v) (algemeen)

enumerate (v) (detail)

list (v) (detail)

recite (v) (detail)

name one by one (v) (detail)

Deutsch opnoemen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

nennen (v) (algemeen)

aufführen (v) (algemeen)

aufzählen (v) (detail)

auflisten (v) (detail)

aufführen (v) (detail)

Spanisch opnoemen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

enumerar (v) (algemeen)

enumerar (v) (detail)

mencionar (v) (algemeen)

mencionar (v) (detail)

nombrar (v) (algemeen)

nombrar (v) (detail)

nombrar uno tras uno (v) (algemeen)

nombrar uno tras uno (v) (detail)

Schwedisch opnoemen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

namnge (v) (algemeen)

namnge (v) (detail)

uppräkna (v) (algemeen)

uppräkna (v) (detail)

nämna (v) (algemeen)

nämna (v) (detail)

lista (v) (algemeen)

lista (v) (detail)

Portugiesisch opnoemen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

citar (v) (algemeen)

citar (v) (detail)

dar o nome de (v) (algemeen)

dar o nome de (v) (detail)

enumerar (v) (detail)

enumerar (v) (algemeen)

especificar (v) (detail)

especificar (v) (algemeen)

citar um por um (v) (detail)

citar um por um (v) (algemeen)

     

Verbformen von opnoemen

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opnoemend und opgenoemd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens noem op noemt op noemt op noemen op noemen op noemen op
Imperfect noemde op noemde op noemde op noemden op noemden op noemden op
Toekomende tijd I zal opnoemen zult opnoemen zal opnoemen zullen opnoemen zullen opnoemen zullen opnoemen
Conditionalis I zou opnoemen zou opnoemen zou opnoemen zouden opnoemen zouden opnoemen zouden opnoemen
Perfectum heb opgenoemd hebt opgenoemd heeft opgenoemd hebben opgenoemd hebben opgenoemd hebben opgenoemd
Voltooid verleden tijd had opgenoemd had opgenoemd had opgenoemd hadden opgenoemd hadden opgenoemd hadden opgenoemd
Toekomende tijd II zal opgenoemd hebben zult opgenoemd hebben zal opgenoemd hebben zullen opgenoemd hebben zullen opgenoemd hebben zullen opgenoemd hebben
Conditionalis II zou hebben opgenoemd zou hebben opgenoemd zou hebben opgenoemd zouden hebben opgenoemd zouden hebben opgenoemd zouden hebben opgenoemd
Imperatief - noem op - - noemt op -
opnoemen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - opnoemen übersetzen