Übersetzungen für opkleden

Niederländisch Niederländisch

opkleden

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von opkleden

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opkledend und opgekleed
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kleed op kleedt op kleedt op kleden op kleden op kleden op
Imperfect kleedde op kleedde op kleedde op kleedden op kleedden op kleedden op
Toekomende tijd I zal opkleden zult opkleden zal opkleden zullen opkleden zullen opkleden zullen opkleden
Conditionalis I zou opkleden zou opkleden zou opkleden zouden opkleden zouden opkleden zouden opkleden
Perfectum heb opgekleed hebt opgekleed heeft opgekleed hebben opgekleed hebben opgekleed hebben opgekleed
Voltooid verleden tijd had opgekleed had opgekleed had opgekleed hadden opgekleed hadden opgekleed hadden opgekleed
Toekomende tijd II zal opgekleed hebben zult opgekleed hebben zal opgekleed hebben zullen opgekleed hebben zullen opgekleed hebben zullen opgekleed hebben
Conditionalis II zou hebben opgekleed zou hebben opgekleed zou hebben opgekleed zouden hebben opgekleed zouden hebben opgekleed zouden hebben opgekleed
Imperatief - kleed op - - kleedt op -
opkleden - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - opkleden übersetzen