Übersetzungen für ophouden
ophouden
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 10 SynonymeNiederländisch Niederländisch
ophouden (activiteit, beëindiging, verkeer, tijd)
Französisch
ophouden Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
cesser
(v)
(activiteit)
retenir
(v)
(beëindiging)
retenir
(v)
(activiteit)
retenir
(v)
(verkeer)
retenir
(v)
(tijd)
arrêter
(v)
(activiteit)
arrêter
(v)
(beëindiging)
arrêter
(v)
(verkeer)
arrêter
(v)
(tijd)
remettre
(v)
(tijd)
stopper
(v)
(activiteit)
finir
(v)
(activiteit)
mettre fin à (v) (activiteit)
cessation
(n)
[f.]
(activiteit)
terminaison
(n)
[f.]
(activiteit)
fin
(n)
[f.]
(activiteit)
différer
(v)
(tijd)
retarder
(v)
(beëindiging)
retarder
(v)
(activiteit)
retarder
(v)
(verkeer)
retarder
(v)
(tijd)
paralyser
(v)
(beëindiging)
paralyser
(v)
(activiteit)
paralyser
(v)
(verkeer)
paralyser
(v)
(tijd)
immobiliser
(v)
(beëindiging)
immobiliser
(v)
(activiteit)
immobiliser
(v)
(verkeer)
immobiliser
(v)
(tijd)
bloquer
(v)
(beëindiging)
bloquer
(v)
(activiteit)
bloquer
(v)
(verkeer)
bloquer
(v)
(tijd)
ajourner
(v)
(tijd)
tarder
(v)
(tijd)
encombrer
(v)
(verkeer)
Italienisch
ophouden Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
arrestare
(v)
(beëindiging)
arrestare
(v)
(activiteit)
arrestare
(v)
(verkeer)
arrestare
(v)
(tijd)
bloccare
(v)
(verkeer)
bloccare
(v)
(beëindiging)
bloccare
(v)
(activiteit)
bloccare
(v)
(tijd)
cessare
(v)
(activiteit)
cessazione
(n)
[f.]
(activiteit)
conclusione
(n)
[f.]
(activiteit)
differire
(v)
(tijd)
far ritardare (v) (beëindiging)
far ritardare (v) (activiteit)
far ritardare (v) (verkeer)
far ritardare (v) (tijd)
far tardare (v) (tijd)
far tardare (v) (beëindiging)
far tardare (v) (activiteit)
far tardare (v) (verkeer)
fermare
(v)
(beëindiging)
fermare
(v)
(activiteit)
fermare
(v)
(verkeer)
fermare
(v)
(tijd)
fine
(n)
[f.]
(activiteit)
finire
(v)
(activiteit)
ingorgare (v) (verkeer)
intasare
(v)
(verkeer)
istruire
(v)
(verkeer)
ostruire
(v)
(verkeer)
ostruire
(v)
(beëindiging)
ostruire
(v)
(activiteit)
ostruire
(v)
(tijd)
procrastinare (v) (tijd)
rimandare
(v)
(tijd)
rinviare
(v)
(tijd)
ritardare
(v)
(beëindiging)
ritardare
(v)
(activiteit)
ritardare
(v)
(verkeer)
ritardare
(v)
(tijd)
smettere
(v)
(activiteit)
terminare
(v)
(activiteit)
termine
(n)
[m.]
(activiteit)
Englisch
ophouden Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
cessation
(n)
(activiteit)
termination
(n)
(activiteit)
check
(v)
(beëindiging)
stop
(v)
(activiteit)
cease
(formal) (v)
(activiteit)
quit
(v)
(activiteit)
cut out
(v)
(activiteit)
desist from (formal) (v) (activiteit)
discontinue
(v)
(activiteit)
end
(v)
(activiteit)
terminate
(formal) (v)
(activiteit)
detain
(v)
(activiteit)
delay
(v)
(activiteit)
tie up
(v)
(verkeer)
delay
(v)
(tijd)
Deutsch
ophouden Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Beendigung (n) [f.] (activiteit)
Schluss (n) [m.] (activiteit)
Abschluss (n) [m.] (activiteit)
aufhalten (v) (beëindiging)
aufhören (v) (activiteit)
ablassen von (v) (activiteit)
einstellen (v) (activiteit)
ablassen (v) (activiteit)
beenden (v) (activiteit)
stoppen (v) (activiteit)
anhalten (v) (activiteit)
enden (v) (activiteit)
aufhalten (v) (activiteit)
aufhalten (v) (verkeer)
blockieren (v) (verkeer)
verzögern (v) (tijd)
aufhalten (v) (tijd)
Spanisch
ophouden Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
acabar (v) (activiteit)
aplazar
(v)
(tijd)
bloquear
(v)
(beëindiging)
bloquear
(v)
(activiteit)
bloquear
(v)
(verkeer)
bloquear
(v)
(tijd)
cesación
(n)
[f.]
(activiteit)
cesar
(v)
(activiteit)
cese
(n)
[m.]
(activiteit)
dejar (v) (activiteit)
dejar de (v) (activiteit)
detener (v) (activiteit)
diferir
(v)
(tijd)
dilatar
(v)
(tijd)
fin (n) [m.] (activiteit)
obstruir
(v)
(verkeer)
parar (v) (beëindiging)
parar (v) (activiteit)
parar (v) (verkeer)
parar (v) (tijd)
posponer
(v)
(tijd)
postergar
(v)
(tijd)
refrenar (v) (beëindiging)
refrenar (v) (activiteit)
refrenar (v) (verkeer)
refrenar (v) (tijd)
retardar
(v)
(beëindiging)
retardar
(v)
(activiteit)
retardar
(v)
(verkeer)
retardar
(v)
(tijd)
retener (v) (beëindiging)
retener (v) (activiteit)
retener (v) (verkeer)
retener (v) (tijd)
retrasar
(v)
(beëindiging)
retrasar
(v)
(activiteit)
retrasar
(v)
(verkeer)
retrasar
(v)
(tijd)
suspender (v) (activiteit)
suspensión
(n)
[f.]
(activiteit)
terminación
(n)
[f.]
(activiteit)
terminar (v) (activiteit)
término (n) [m.] (activiteit)
Schwedisch
ophouden Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
avbryta (v) (activiteit)
upphöra (v) (activiteit)
sluta upp med (v) (activiteit)
upphöra med (v) (activiteit)
sluta (v) (activiteit)
upphörande (n) [n.] (activiteit)
avsluta (v) (activiteit)
slut (n) [n.] (activiteit)
avslut (n) [n.] (activiteit)
stoppa (v) (beëindiging)
stoppa (v) (activiteit)
stoppa (v) (verkeer)
stoppa (v) (tijd)
uppehålla (v) (beëindiging)
uppehålla (v) (activiteit)
uppehålla (v) (verkeer)
uppehålla (v) (tijd)
försena (v) (beëindiging)
försena (v) (activiteit)
försena (v) (verkeer)
försena (v) (tijd)
fördröja (v) (beëindiging)
fördröja (v) (activiteit)
fördröja (v) (verkeer)
fördröja (v) (tijd)
hindra (v) (beëindiging)
hindra (v) (activiteit)
hindra (v) (verkeer)
hindra (v) (tijd)
uppskjuta (v) (tijd)
dröja med (v) (tijd)
senarelägga (v) (tijd)
fylla (v) (verkeer)
blockera (v) (verkeer)
Portugiesisch
ophouden Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
interromper (v) (activiteit)
terminar (v) (activiteit)
bloquear (v) (verkeer)
deter (v) (beëindiging)
deter (v) (activiteit)
deter (v) (verkeer)
deter (v) (tijd)
segurar (v) (beëindiging)
segurar (v) (activiteit)
segurar (v) (verkeer)
segurar (v) (tijd)
deixar de (v) (activiteit)
parar (v) (activiteit)
abandonar (v) (activiteit)
desistir de (v) (activiteit)
término (n) [m.] (activiteit)
acabar (v) (activiteit)
obstruir (v) (verkeer)
final (n) [m.] (activiteit)
cessação (n) [f.] (activiteit)
fim (n) [m.] (activiteit)
transferir (v) (tijd)
cessar (v) (activiteit)
descontinuar (v) (activiteit)
conter (v) (beëindiging)
conter (v) (activiteit)
conter (v) (verkeer)
conter (v) (tijd)
retardar (v) (tijd)
atrasar (v) (beëindiging)
atrasar (v) (activiteit)
atrasar (v) (verkeer)
atrasar (v) (tijd)
reter (v) (beëindiging)
reter (v) (activiteit)
reter (v) (verkeer)
reter (v) (tijd)
adiar (v) (tijd)
procrastinar (v) (tijd)
transferir para outra data (v) (tijd)
Verbformen von ophouden
| irr. | op | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ophoudend | und | opgehouden |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | houd op | houdt op | houdt op | houden op | houden op | houden op |
| Imperfect | hield op | hield op | hield op | hielden op | hielden op | hielden op |
| Toekomende tijd I | zal ophouden | zult ophouden | zal ophouden | zullen ophouden | zullen ophouden | zullen ophouden |
| Conditionalis I | zou ophouden | zou ophouden | zou ophouden | zouden ophouden | zouden ophouden | zouden ophouden |
| Perfectum | heb opgehouden | hebt opgehouden | heeft opgehouden | hebben opgehouden | hebben opgehouden | hebben opgehouden |
| Voltooid verleden tijd | had opgehouden | had opgehouden | had opgehouden | hadden opgehouden | hadden opgehouden | hadden opgehouden |
| Toekomende tijd II | zal opgehouden hebben | zult opgehouden hebben | zal opgehouden hebben | zullen opgehouden hebben | zullen opgehouden hebben | zullen opgehouden hebben |
| Conditionalis II | zou hebben opgehouden | zou hebben opgehouden | zou hebben opgehouden | zouden hebben opgehouden | zouden hebben opgehouden | zouden hebben opgehouden |
| Imperatief | - | houd op | - | - | houdt op | - |
