Übersetzungen für ophangen

Suchbegriff:

ophangen

  hat 8 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

ophangen (informatie, algemeen, bericht, wasgoed, voorwerpen, misdaad, telefoon, muur)

Französisch ophangen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

afficher (v) (informatie)

afficher (v) (algemeen)

afficher (v) (bericht)

afficher (v) (wasgoed)

afficher (v) (voorwerpen)

afficher (v) (misdaad)

mettre (v) (algemeen)

mettre (v) (bericht)

mettre (v) (wasgoed)

mettre (v) (voorwerpen)

mettre (v) (misdaad)

pendaison (n) [f.] (algemeen)

accrocher (v) (algemeen)

accrocher (v) (bericht)

accrocher (v) (wasgoed)

accrocher (v) (voorwerpen)

accrocher (v) (misdaad)

accrocher (v) (telefoon)

pendre (v) (algemeen)

pendre (v) (bericht)

pendre (v) (wasgoed)

pendre (v) (voorwerpen)

pendre (v) (misdaad)

pendre (v) (muur)

pendre (v) (telefoon)

étendre (v) (algemeen)

étendre (v) (bericht)

étendre (v) (wasgoed)

étendre (v) (voorwerpen)

étendre (v) (misdaad)

mettre à sécher (v) (algemeen)

mettre à sécher (v) (bericht)

mettre à sécher (v) (wasgoed)

mettre à sécher (v) (voorwerpen)

mettre à sécher (v) (misdaad)

suspendre (v) (algemeen)

suspendre (v) (bericht)

suspendre (v) (wasgoed)

suspendre (v) (voorwerpen)

suspendre (v) (misdaad)

Italienisch ophangen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

affiggere (v) (algemeen)

affiggere (v) (bericht)

affiggere (v) (wasgoed)

affiggere (v) (voorwerpen)

affiggere (v) (misdaad)

affiggere (v) (informatie)

appendere (v) (algemeen)

appendere (v) (bericht)

appendere (v) (wasgoed)

appendere (v) (voorwerpen)

appendere (v) (misdaad)

appendere (v) (muur)

attaccare (v) (algemeen)

attaccare (v) (bericht)

attaccare (v) (wasgoed)

attaccare (v) (voorwerpen)

attaccare (v) (misdaad)

attaccare (v) (telefoon)

attaccare (v) (informatie)

impiccagione (n) [f.] (algemeen)

impiccare (v) (algemeen)

impiccare (v) (bericht)

impiccare (v) (wasgoed)

impiccare (v) (voorwerpen)

impiccare (v) (misdaad)

mettere ad asciugare (v) (algemeen)

mettere ad asciugare (v) (bericht)

mettere ad asciugare (v) (wasgoed)

mettere ad asciugare (v) (voorwerpen)

mettere ad asciugare (v) (misdaad)

riattaccare (v) (telefoon)

sospendere (v) (muur)

stendere (v) (algemeen)

stendere (v) (bericht)

stendere (v) (wasgoed)

stendere (v) (voorwerpen)

stendere (v) (misdaad)

Englisch ophangen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

hanging (n) (algemeen)

hang up (v) (algemeen)

put up (v) (bericht)

post (v) (bericht)

hang (v) (muur)

suspend (formal) (v) (muur)

pin on (v) (wasgoed)

hang out to dry (v) (wasgoed)

hang up (v) (telefoon)

post (v) (informatie)

post up (v) (informatie)

put up (v) (voorwerpen)

string up (v) (voorwerpen)

hang (v) (misdaad)

string up (informal) (v) (misdaad)

scrag (informal) (v) (misdaad)

Deutsch ophangen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Aufhängen (n) [n.] (algemeen)

aufhängen (v) (algemeen)

auflegen (v) (algemeen)

aufhängen (v) (bericht)

hängen (v) (muur)

aufhängen (v) (wasgoed)

Hörer einhängen (v) (telefoon)

anschlagen (v) (informatie)

ankleben (v) (informatie)

aufhängen (v) (voorwerpen)

aufhängen (v) (misdaad)

erhängen (v) (misdaad)

aufknüpfen (v) (misdaad)

Spanisch ophangen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

ahorcar (v) (algemeen)

ahorcar (v) (bericht)

ahorcar (v) (wasgoed)

ahorcar (v) (voorwerpen)

ahorcar (v) (misdaad)

colgamiento (n) [m.] (algemeen)

colgar (v) (algemeen)

colgar (v) (bericht)

colgar (v) (wasgoed)

colgar (v) (voorwerpen)

colgar (v) (misdaad)

colgar (v) (muur)

colgar (v) (telefoon)

fijar (v) (informatie)

fijar (v) (algemeen)

fijar (v) (bericht)

fijar (v) (wasgoed)

fijar (v) (voorwerpen)

fijar (v) (misdaad)

pegar (v) (informatie)

pegar (v) (algemeen)

pegar (v) (bericht)

pegar (v) (wasgoed)

pegar (v) (voorwerpen)

pegar (v) (misdaad)

poner (v) (algemeen)

poner (v) (bericht)

poner (v) (wasgoed)

poner (v) (voorwerpen)

poner (v) (misdaad)

suspender (v) (muur)

tender (v) (algemeen)

tender (v) (bericht)

tender (v) (wasgoed)

tender (v) (voorwerpen)

tender (v) (misdaad)

Schwedisch ophangen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

sätta upp (v) (algemeen)

sätta upp (v) (bericht)

sätta upp (v) (wasgoed)

sätta upp (v) (informatie)

sätta upp (v) (voorwerpen)

sätta upp (v) (misdaad)

hänga upp (v) (algemeen)

hänga upp (v) (bericht)

hänga upp (v) (wasgoed)

hänga upp (v) (voorwerpen)

hänga upp (v) (misdaad)

upphänga (v) (algemeen)

upphänga (v) (bericht)

upphänga (v) (wasgoed)

upphänga (v) (voorwerpen)

upphänga (v) (misdaad)

hänga (v) (algemeen)

hänga (v) (bericht)

hänga (v) (muur)

hänga (v) (wasgoed)

hänga (v) (voorwerpen)

hänga (v) (misdaad)

ringa av (v) (telefoon)

lägga på luren (v) (telefoon)

Portugiesisch ophangen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

desligar (v) (telefoon)

afixar (v) (algemeen)

afixar (v) (bericht)

afixar (v) (wasgoed)

afixar (v) (voorwerpen)

afixar (v) (misdaad)

afixar (v) (informatie)

estender (v) (algemeen)

estender (v) (bericht)

estender (v) (wasgoed)

estender (v) (voorwerpen)

estender (v) (misdaad)

exibir (v) (algemeen)

exibir (v) (bericht)

exibir (v) (wasgoed)

exibir (v) (voorwerpen)

exibir (v) (misdaad)

enforcamento (n) [m.] (algemeen)

pendurar (v) (algemeen)

pendurar (v) (bericht)

pendurar (v) (wasgoed)

pendurar (v) (voorwerpen)

pendurar (v) (misdaad)

pendurar (v) (muur)

enforcar (v) (algemeen)

enforcar (v) (bericht)

enforcar (v) (wasgoed)

enforcar (v) (voorwerpen)

enforcar (v) (misdaad)

     

Verbformen von ophangen

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord ophangend und opgehangen
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens hang op hangt op hangt op hangen op hangen op hangen op
Imperfect hing op hing op hing op hingen op hingen op hingen op
Toekomende tijd I zal ophangen zult ophangen zal ophangen zullen ophangen zullen ophangen zullen ophangen
Conditionalis I zou ophangen zou ophangen zou ophangen zouden ophangen zouden ophangen zouden ophangen
Perfectum heb opgehangen hebt opgehangen heeft opgehangen hebben opgehangen hebben opgehangen hebben opgehangen
Voltooid verleden tijd had opgehangen had opgehangen had opgehangen hadden opgehangen hadden opgehangen hadden opgehangen
Toekomende tijd II zal opgehangen hebben zult opgehangen hebben zal opgehangen hebben zullen opgehangen hebben zullen opgehangen hebben zullen opgehangen hebben
Conditionalis II zou hebben opgehangen zou hebben opgehangen zou hebben opgehangen zouden hebben opgehangen zouden hebben opgehangen zouden hebben opgehangen
Imperatief - hang op - - hangt op -
ophangen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - ophangen übersetzen