Übersetzungen für opgeven
opgeven
hat 11 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 18 SynonymeNiederländisch Niederländisch
opgeven (aanspraak, recht, overeenkomst, idee, afhaken, regel, scholen - universiteiten, beroep, algemeen, geneeskunde, prijs)
Französisch
opgeven Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
cesser
(v)
(aanspraak)
cesser
(v)
(recht)
cesser
(v)
(overeenkomst)
cesser
(v)
(idee)
cesser
(v)
(afhaken)
cesser
(v)
(regel)
abandonner ses études (v) (scholen - universiteiten)
abandonner
(v)
(idee)
abandonner
(v)
(aanspraak)
abandonner
(v)
(recht)
abandonner
(v)
(overeenkomst)
abandonner
(v)
(afhaken)
abandonner
(v)
(regel)
renoncer
(v)
(aanspraak)
renoncer
(v)
(recht)
renoncer
(v)
(overeenkomst)
renoncer
(v)
(idee)
renoncer
(v)
(afhaken)
renoncer
(v)
(regel)
renoncer à (v) (idee)
renoncer à (v) (aanspraak)
renoncer à (v) (recht)
renoncer à (v) (overeenkomst)
renoncer à (v) (afhaken)
renoncer à (v) (regel)
céder
(v)
(aanspraak)
céder
(v)
(recht)
céder
(v)
(overeenkomst)
céder
(v)
(idee)
céder
(v)
(afhaken)
résigner
(v)
(beroep)
abandon
(n)
[m.]
(algemeen)
capituler
(v)
(aanspraak)
capituler
(v)
(recht)
capituler
(v)
(overeenkomst)
capituler
(v)
(idee)
capituler
(v)
(afhaken)
se rendre (v) (aanspraak)
se rendre (v) (recht)
se rendre (v) (overeenkomst)
se rendre (v) (idee)
se rendre (v) (afhaken)
cracher
(v)
(geneeskunde)
expectorer
(v)
(geneeskunde)
coter
(v)
(prijs)
rendre
(v)
(geneeskunde)
vomir
(v)
(geneeskunde)
Italienisch
opgeven Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
abbandonare
(v)
(aanspraak)
abbandonare
(v)
(recht)
abbandonare
(v)
(overeenkomst)
abbandonare
(v)
(idee)
abbandonare
(v)
(afhaken)
abbandonare
(v)
(regel)
abbandonare gli studi (v) (scholen - universiteiten)
abbandono
(n)
[m.]
(algemeen)
arrendersi
(v)
(overeenkomst)
arrendersi
(v)
(aanspraak)
arrendersi
(v)
(recht)
arrendersi
(v)
(idee)
arrendersi
(v)
(afhaken)
capitolare
(v)
(overeenkomst)
capitolare
(v)
(aanspraak)
capitolare
(v)
(recht)
capitolare
(v)
(idee)
capitolare
(v)
(afhaken)
cedere
(v)
(aanspraak)
cedere
(v)
(recht)
cedere
(v)
(overeenkomst)
cedere
(v)
(idee)
cedere
(v)
(afhaken)
cedere
(v)
(regel)
espettorare (v) (geneeskunde)
privarsi di (v) (aanspraak)
privarsi di (v) (recht)
privarsi di (v) (regel)
privarsi di (v) (afhaken)
privarsi di (v) (overeenkomst)
privarsi di (v) (idee)
quotare
(v)
(prijs)
rigettare
(v)
(geneeskunde)
rimettere
(v)
(geneeskunde)
rinunciare
(v)
(beroep)
rinunciare a (v) (aanspraak)
rinunciare a (v) (recht)
rinunciare a (v) (overeenkomst)
rinunciare a (v) (idee)
rinunciare a (v) (afhaken)
rinunciare a (v) (regel)
rinunziare a (v) (aanspraak)
rinunziare a (v) (recht)
rinunziare a (v) (regel)
rinunziare a (v) (afhaken)
rinunziare a (v) (overeenkomst)
rinunziare a (v) (idee)
smettere di (v) (aanspraak)
smettere di (v) (recht)
smettere di (v) (overeenkomst)
smettere di (v) (idee)
smettere di (v) (afhaken)
smettere di (v) (regel)
sputare
(v)
(geneeskunde)
vomitare
(v)
(geneeskunde)
Englisch
opgeven Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
giving up (n) (algemeen)
surrender
(formal) (v)
(aanspraak)
relinquish
(formal) (v)
(aanspraak)
abnegate (v) (recht)
renounce
(v)
(recht)
give up
(v)
(recht)
surrender
(formal) (v)
(recht)
relinquish
(formal) (v)
(recht)
waive
(v)
(regel)
quote
(v)
(prijs)
capitulate
(formal) (v)
(overeenkomst)
surrender
(formal) (v)
(overeenkomst)
give up
(v)
(overeenkomst)
yield
(formal) (v)
(overeenkomst)
quit
(v)
(beroep)
abandon
(v)
(idee)
give up
(v)
(idee)
drop out (v) (scholen - universiteiten)
give up one' studies (v) (scholen - universiteiten)
abandon one's studies (v) (scholen - universiteiten)
throw up one's studies (v) (scholen - universiteiten)
vomit
(v)
(geneeskunde)
throw up
(informal) (v)
(geneeskunde)
be sick (v) (geneeskunde)
disgorge
(v)
(geneeskunde)
chuck up
(informal) (v)
(geneeskunde)
puke
(slang) (v)
(geneeskunde)
spew
(slang) (v)
(geneeskunde)
expectorate (v) (geneeskunde)
spit up (v) (geneeskunde)
spit
(v)
(geneeskunde)
abandon
(v)
(afhaken)
give up
(v)
(afhaken)
Deutsch
opgeven Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Aufgeben (n) [n.] (algemeen)
aufgeben (v) (aanspraak)
verzichten auf (v) (aanspraak)
verzichten auf (v) (recht)
aufgeben (v) (recht)
verzichten auf (v) (regel)
bewerten (v) (prijs)
kapitulieren (v) (overeenkomst)
aufgeben (v) (overeenkomst)
sich ergeben (v) (overeenkomst)
niederlegen (v) (beroep)
aufgeben (v) (idee)
absehen von (v) (idee)
abbrechen (v) (scholen - universiteiten)
erbrechen (v) (geneeskunde)
sich erbrechen (v) (geneeskunde)
sich übergeben (v) (geneeskunde)
kotzen (slang) (v) (geneeskunde)
auswerfen (v) (geneeskunde)
aushusten (v) (geneeskunde)
aufgeben (v) (afhaken)
verzichten auf (v) (afhaken)
Spanisch
opgeven Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
abandonar (v) (idee)
abandonar (v) (aanspraak)
abandonar (v) (recht)
abandonar (v) (overeenkomst)
abandonar (v) (afhaken)
abandonar (v) (regel)
abandonar los estudios (v) (scholen - universiteiten)
abandono (n) [m.] (algemeen)
capitular
(v)
(aanspraak)
capitular
(v)
(recht)
capitular
(v)
(overeenkomst)
capitular
(v)
(idee)
capitular
(v)
(afhaken)
ceder
(v)
(aanspraak)
ceder
(v)
(recht)
ceder
(v)
(overeenkomst)
ceder
(v)
(idee)
ceder
(v)
(afhaken)
ceder
(v)
(regel)
cotizar
(v)
(prijs)
dejar (v) (beroep)
dejar de (v) (aanspraak)
dejar de (v) (recht)
dejar de (v) (overeenkomst)
dejar de (v) (idee)
dejar de (v) (afhaken)
dejar de (v) (regel)
dejar los estudios (v) (scholen - universiteiten)
desistir
(v)
(idee)
desistir
(v)
(aanspraak)
desistir
(v)
(recht)
desistir
(v)
(overeenkomst)
desistir
(v)
(afhaken)
devolver (v) (geneeskunde)
entregarse
(v)
(aanspraak)
entregarse
(v)
(recht)
entregarse
(v)
(overeenkomst)
entregarse
(v)
(idee)
entregarse
(v)
(afhaken)
escupir
(v)
(geneeskunde)
expectorar (v) (geneeskunde)
privarse de (v) (aanspraak)
privarse de (v) (recht)
privarse de (v) (overeenkomst)
privarse de (v) (idee)
privarse de (v) (afhaken)
privarse de (v) (regel)
rendirse
(v)
(aanspraak)
rendirse
(v)
(recht)
rendirse
(v)
(overeenkomst)
rendirse
(v)
(idee)
rendirse
(v)
(afhaken)
renunciar (v) (aanspraak)
renunciar (v) (recht)
renunciar (v) (overeenkomst)
renunciar (v) (idee)
renunciar (v) (afhaken)
renunciar (v) (beroep)
renunciar (v) (regel)
renunciar a (v) (aanspraak)
renunciar a (v) (recht)
renunciar a (v) (overeenkomst)
renunciar a (v) (idee)
renunciar a (v) (afhaken)
renunciar a (v) (regel)
suspender (v) (aanspraak)
suspender (v) (recht)
suspender (v) (regel)
suspender (v) (afhaken)
vomitar (v) (geneeskunde)
Schwedisch
opgeven Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
hoppa av (v) (scholen - universiteiten)
ge upp sina studier (v) (scholen - universiteiten)
sluta (v) (beroep)
uppskatta (v) (prijs)
värdera (v) (prijs)
ge upp (v) (aanspraak)
ge upp (v) (recht)
ge upp (v) (regel)
ge upp (v) (overeenkomst)
ge upp (v) (idee)
ge upp (v) (afhaken)
avsäga sig (v) (aanspraak)
avsäga sig (v) (recht)
avsäga sig (v) (regel)
avsäga sig (v) (overeenkomst)
avsäga sig (v) (idee)
avsäga sig (v) (afhaken)
uppgivande (n) [n.] (algemeen)
avstå från (v) (aanspraak)
avstå från (v) (recht)
avstå från (v) (regel)
avstå från (v) (overeenkomst)
avstå från (v) (idee)
avstå från (v) (afhaken)
kapitulera (v) (aanspraak)
kapitulera (v) (recht)
kapitulera (v) (overeenkomst)
kapitulera (v) (idee)
kapitulera (v) (afhaken)
ge sig (v) (aanspraak)
ge sig (v) (recht)
ge sig (v) (overeenkomst)
ge sig (v) (idee)
ge sig (v) (afhaken)
hosta upp (v) (geneeskunde)
spotta (v) (geneeskunde)
kräkas (v) (geneeskunde)
kasta upp (v) (geneeskunde)
ha kväljningar (v) (geneeskunde)
ge avkall på (v) (aanspraak)
ge avkall på (v) (recht)
ge avkall på (v) (regel)
ge avkall på (v) (afhaken)
frånträda (v) (aanspraak)
frånträda (v) (recht)
frånträda (v) (regel)
frånträda (v) (afhaken)
Portugiesisch
opgeven Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
abandonar os estudos (v) (scholen - universiteiten)
desistir dos estudos (v) (scholen - universiteiten)
abster-se de (v) (aanspraak)
abster-se de (v) (recht)
abster-se de (v) (regel)
abster-se de (v) (afhaken)
abster-se de (v) (overeenkomst)
abster-se de (v) (idee)
revogar (v) (aanspraak)
revogar (v) (recht)
revogar (v) (regel)
revogar (v) (afhaken)
abandonar (v) (aanspraak)
abandonar (v) (recht)
abandonar (v) (overeenkomst)
abandonar (v) (idee)
abandonar (v) (afhaken)
abandonar (v) (regel)
desistir de (v) (aanspraak)
desistir de (v) (recht)
desistir de (v) (overeenkomst)
desistir de (v) (idee)
desistir de (v) (afhaken)
renunciar (v) (aanspraak)
renunciar (v) (recht)
renunciar (v) (overeenkomst)
renunciar (v) (idee)
renunciar (v) (afhaken)
renunciar (v) (regel)
abrir mão de (v) (aanspraak)
abrir mão de (v) (recht)
abrir mão de (v) (overeenkomst)
abrir mão de (v) (idee)
abrir mão de (v) (afhaken)
abrir mão de (v) (regel)
ceder (v) (aanspraak)
ceder (v) (recht)
ceder (v) (overeenkomst)
ceder (v) (idee)
ceder (v) (afhaken)
ceder (v) (regel)
abandono (n) [m.] (algemeen)
desistência (n) [f.] (algemeen)
abnegar (v) (aanspraak)
abnegar (v) (recht)
abnegar (v) (regel)
abnegar (v) (afhaken)
abnegar (v) (overeenkomst)
abnegar (v) (idee)
capitular (v) (overeenkomst)
capitular (v) (aanspraak)
capitular (v) (recht)
capitular (v) (idee)
capitular (v) (afhaken)
render-se (v) (overeenkomst)
render-se (v) (aanspraak)
render-se (v) (recht)
render-se (v) (idee)
render-se (v) (afhaken)
largar (v) (beroep)
largar (v) (aanspraak)
largar (v) (recht)
largar (v) (overeenkomst)
largar (v) (idee)
largar (v) (afhaken)
largar (v) (regel)
expectorar (v) (geneeskunde)
cuspir (v) (geneeskunde)
cobrar (v) (prijs)
vomitar (v) (geneeskunde)
pedir demissão (v) (beroep)
Verbformen von opgeven
| - | op | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | opgevend | und | opgegeven |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | geef op | geeft op | geeft op | geven op | geven op | geven op |
| Imperfect | gaf op | gaf op | gaf op | gaven op | gaven op | gaven op |
| Toekomende tijd I | zal opgeven | zult opgeven | zal opgeven | zullen opgeven | zullen opgeven | zullen opgeven |
| Conditionalis I | zou opgeven | zou opgeven | zou opgeven | zouden opgeven | zouden opgeven | zouden opgeven |
| Perfectum | heb opgegeven | hebt opgegeven | heeft opgegeven | hebben opgegeven | hebben opgegeven | hebben opgegeven |
| Voltooid verleden tijd | had opgegeven | had opgegeven | had opgegeven | hadden opgegeven | hadden opgegeven | hadden opgegeven |
| Toekomende tijd II | zal opgegeven hebben | zult opgegeven hebben | zal opgegeven hebben | zullen opgegeven hebben | zullen opgegeven hebben | zullen opgegeven hebben |
| Conditionalis II | zou hebben opgegeven | zou hebben opgegeven | zou hebben opgegeven | zouden hebben opgegeven | zouden hebben opgegeven | zouden hebben opgegeven |
| Imperatief | - | geef op | - | - | geeft op | - |
