Übersetzungen für openbreken

Suchbegriff:

openbreken

  hat 6 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 16 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

openbreken (eieren, openen, transitief, intransitief, geneeskunde, ei)

Französisch openbreken Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

rompre (v) (eieren)

rompre (v) (openen)

rompre (v) (transitief)

rompre (v) (intransitief)

casser (v) (eieren)

casser (v) (openen)

casser (v) (transitief)

casser (v) (intransitief)

se rompre (v) (intransitief)

se rompre (v) (eieren)

se rompre (v) (openen)

se rompre (v) (transitief)

se rompre (v) (geneeskunde)

se casser (v) (intransitief)

se casser (v) (eieren)

se casser (v) (openen)

se casser (v) (transitief)

se casser (v) (geneeskunde)

forcer (v) (eieren)

forcer (v) (openen)

forcer (v) (transitief)

forcer (v) (intransitief)

éclater (v) (intransitief)

éclater (v) (eieren)

éclater (v) (openen)

éclater (v) (transitief)

éclater (v) (geneeskunde)

se fendre (v) (intransitief)

se fendre (v) (eieren)

se fendre (v) (openen)

se fendre (v) (transitief)

se fendre (v) (geneeskunde)

éclore (v) (eieren)

éclore (v) (openen)

éclore (v) (transitief)

éclore (v) (intransitief)

se rouvrir (v) (intransitief)

se rouvrir (v) (geneeskunde)

éclosion (n) [f.] (ei)

Italienisch openbreken Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

aprirsi (v) (intransitief)

aprirsi (v) (geneeskunde)

aprirsi (v) (eieren)

aprirsi (v) (openen)

aprirsi (v) (transitief)

fendersi (v) (intransitief)

fendersi (v) (geneeskunde)

fendersi (v) (eieren)

fendersi (v) (openen)

fendersi (v) (transitief)

forzare (v) (eieren)

forzare (v) (openen)

forzare (v) (transitief)

forzare (v) (intransitief)

rompere (v) (transitief)

rompere (v) (eieren)

rompere (v) (openen)

rompere (v) (intransitief)

rompersi (v) (geneeskunde)

rompersi (v) (intransitief)

scassinare (v) (eieren)

scassinare (v) (openen)

scassinare (v) (transitief)

scassinare (v) (intransitief)

schiudersi (v) (eieren)

schiudersi (v) (openen)

schiudersi (v) (transitief)

schiudersi (v) (intransitief)

schiusa (n) [f.] (ei)

spaccare (v) (transitief)

spaccare (v) (eieren)

spaccare (v) (openen)

spaccare (v) (intransitief)

spaccarsi (v) (intransitief)

spaccarsi (v) (geneeskunde)

spaccarsi (v) (eieren)

spaccarsi (v) (openen)

spaccarsi (v) (transitief)

Englisch openbreken Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

hatching (n) (ei)

hatch (v) (eieren)

force (v) (openen)

break open (v) (openen)

pry (v) (openen)

pry open (v) (openen)

crack (v) (transitief)

break open (v) (transitief)

burst (v) (transitief)

burst open (v) (intransitief)

break open (v) (intransitief)

split open (v) (intransitief)

crack open (v) (intransitief)

burst (v) (geneeskunde)

rupture (v) (geneeskunde)

Deutsch openbreken Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Ausschlüpfen (n) [n.] (ei)

aufbrechen (v) (eieren)

aufbrechen (v) (openen)

aufschlagen (v) (transitief)

aufbrechen (v) (transitief)

aufspringen (v) (intransitief)

aufplatzen (v) (intransitief)

aufbersten (v) (intransitief)

aufbrechen (v) (intransitief)

aufreißen (v) (geneeskunde)

platzen (v) (geneeskunde)

aufplatzen (v) (geneeskunde)

aufspringen (v) (geneeskunde)

Spanisch openbreken Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

abrir a la fuerza (v) (eieren)

abrir a la fuerza (v) (openen)

abrir a la fuerza (v) (transitief)

abrir a la fuerza (v) (intransitief)

abrir por la fuerza (v) (eieren)

abrir por la fuerza (v) (openen)

abrir por la fuerza (v) (transitief)

abrir por la fuerza (v) (intransitief)

abrirse (v) (eieren)

abrirse (v) (openen)

abrirse (v) (transitief)

abrirse (v) (intransitief)

abrirse violentamente (v) (intransitief)

abrirse violentamente (v) (eieren)

abrirse violentamente (v) (openen)

abrirse violentamente (v) (transitief)

abrirse violentamente (v) (geneeskunde)

estallar (v) (intransitief)

estallar (v) (eieren)

estallar (v) (openen)

estallar (v) (transitief)

estallar (v) (geneeskunde)

forzar (v) (eieren)

forzar (v) (openen)

forzar (v) (transitief)

forzar (v) (intransitief)

partir (v) (eieren)

partir (v) (openen)

partir (v) (transitief)

partir (v) (intransitief)

quebrarse (v) (intransitief)

quebrarse (v) (geneeskunde)

reventar (v) (intransitief)

reventar (v) (eieren)

reventar (v) (openen)

reventar (v) (transitief)

reventar (v) (geneeskunde)

romper (v) (eieren)

romper (v) (openen)

romper (v) (transitief)

romper (v) (intransitief)

salida del cascarón (n) [f.] (ei)

Schwedisch openbreken Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

brista (v) (eieren)

brista (v) (openen)

brista (v) (transitief)

brista (v) (intransitief)

brista (v) (geneeskunde)

spricka (v) (eieren)

spricka (v) (openen)

spricka (v) (transitief)

spricka (v) (intransitief)

spricka (v) (geneeskunde)

gå upp (v) (eieren)

gå upp (v) (openen)

gå upp (v) (transitief)

gå upp (v) (intransitief)

gå upp (v) (geneeskunde)

kläckas (v) (eieren)

kläckas (v) (openen)

kläckas (v) (transitief)

kläckas (v) (intransitief)

tvinga (v) (eieren)

tvinga (v) (openen)

tvinga (v) (transitief)

tvinga (v) (intransitief)

bryta upp (v) (eieren)

bryta upp (v) (openen)

bryta upp (v) (transitief)

bryta upp (v) (intransitief)

bända upp (v) (eieren)

bända upp (v) (openen)

bända upp (v) (transitief)

bända upp (v) (intransitief)

spräcka (v) (eieren)

spräcka (v) (openen)

spräcka (v) (transitief)

spräcka (v) (intransitief)

spräcka (v) (geneeskunde)

spränga (v) (eieren)

spränga (v) (openen)

spränga (v) (transitief)

spränga (v) (intransitief)

spränga (v) (geneeskunde)

Portugiesisch openbreken Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

quebrar (v) (transitief)

quebrar (v) (eieren)

quebrar (v) (openen)

quebrar (v) (intransitief)

quebrar (v) (geneeskunde)

romper (v) (intransitief)

romper (v) (geneeskunde)

romper (v) (eieren)

romper (v) (openen)

romper (v) (transitief)

partir (v) (eieren)

partir (v) (openen)

partir (v) (transitief)

partir (v) (intransitief)

partir (v) (geneeskunde)

romper-se (v) (geneeskunde)

romper-se (v) (intransitief)

nascer (v) (eieren)

nascer (v) (openen)

nascer (v) (transitief)

nascer (v) (intransitief)

abrir (v) (intransitief)

abrir (v) (geneeskunde)

abrir (v) (eieren)

abrir (v) (openen)

abrir (v) (transitief)

forçar (v) (eieren)

forçar (v) (openen)

forçar (v) (transitief)

forçar (v) (intransitief)

arrombar (v) (eieren)

arrombar (v) (openen)

arrombar (v) (transitief)

arrombar (v) (intransitief)

espatifar (v) (transitief)

espatifar (v) (eieren)

espatifar (v) (openen)

espatifar (v) (intransitief)

abrir a força (v) (eieren)

abrir a força (v) (openen)

abrir a força (v) (transitief)

abrir a força (v) (intransitief)

estourar (v) (geneeskunde)

estourar (v) (intransitief)

eclosão (n) [f.] (ei)

     

Verbformen von openbreken

- open
Tegenwoordig en verleden deelwoord openbrekend und opengebroken
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens breek open breekt open breekt open breken open breken open breken open
Imperfect brak open brak open brak open braken open braken open braken open
Toekomende tijd I zal openbreken zult openbreken zal openbreken zullen openbreken zullen openbreken zullen openbreken
Conditionalis I zou openbreken zou openbreken zou openbreken zouden openbreken zouden openbreken zouden openbreken
Perfectum heb opengebroken hebt opengebroken heeft opengebroken hebben opengebroken hebben opengebroken hebben opengebroken
Voltooid verleden tijd had opengebroken had opengebroken had opengebroken hadden opengebroken hadden opengebroken hadden opengebroken
Toekomende tijd II zal opengebroken hebben zult opengebroken hebben zal opengebroken hebben zullen opengebroken hebben zullen opengebroken hebben zullen opengebroken hebben
Conditionalis II zou hebben opengebroken zou hebben opengebroken zou hebben opengebroken zouden hebben opengebroken zouden hebben opengebroken zouden hebben opengebroken
Imperatief - breek open - - breekt open -
openbreken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - openbreken übersetzen