Übersetzungen für opbreken

Suchbegriff:

opbreken

  hat Eine Bedeutung, 3 Synonymgruppen & 7 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

opbreken (weg)

Französisch opbreken Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

défoncer (v) (weg)

Italienisch opbreken Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

smantellare (v) (weg)

Englisch opbreken Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

break up (v) (weg)

Deutsch opbreken Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

aufbrechen (v) (weg)

Spanisch opbreken Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

desmantelar (v) (weg)

Schwedisch opbreken Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

bryta upp (v) (weg)

Portugiesisch opbreken Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

quebrar (v) (weg)

     

Verbformen von opbreken

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opbrekend und opgebroken
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens breek op breekt op breekt op breken op breken op breken op
Imperfect brak op brak op brak op braken op braken op braken op
Toekomende tijd I zal opbreken zult opbreken zal opbreken zullen opbreken zullen opbreken zullen opbreken
Conditionalis I zou opbreken zou opbreken zou opbreken zouden opbreken zouden opbreken zouden opbreken
Perfectum heb opgebroken hebt opgebroken heeft opgebroken hebben opgebroken hebben opgebroken hebben opgebroken
Voltooid verleden tijd had opgebroken had opgebroken had opgebroken hadden opgebroken hadden opgebroken hadden opgebroken
Toekomende tijd II zal opgebroken hebben zult opgebroken hebben zal opgebroken hebben zullen opgebroken hebben zullen opgebroken hebben zullen opgebroken hebben
Conditionalis II zou hebben opgebroken zou hebben opgebroken zou hebben opgebroken zouden hebben opgebroken zouden hebben opgebroken zouden hebben opgebroken
Imperatief - breek op - - breekt op -
opbreken - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - opbreken übersetzen