Übersetzungen für opbeuren

Suchbegriff:

opbeuren

  hat 6 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 16 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

opbeuren (bemoedigen, opwekken, gevoelens, hoop, persoon, troosten)

Französisch opbeuren Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

stimuler (v) (bemoedigen)

stimuler (v) (opwekken)

ranimer (v) (gevoelens)

ranimer (v) (opwekken)

ranimer (v) (bemoedigen)

encourager (v) (bemoedigen)

encourager (v) (opwekken)

encourager (v) (hoop)

réconforter (v) (bemoedigen)

réconforter (v) (gevoelens)

réconforter (v) (persoon)

réconforter (v) (troosten)

réconforter (v) (opwekken)

ragaillardir (v) (gevoelens)

ragaillardir (v) (persoon)

ragaillardir (v) (troosten)

ragaillardir (v) (opwekken)

ragaillardir (v) (bemoedigen)

remonter le moral à quelqu'un (v) (gevoelens)

remonter le moral à quelqu'un (v) (persoon)

remonter le moral à quelqu'un (v) (troosten)

revigorer (v) (gevoelens)

revigorer (v) (persoon)

revigorer (v) (troosten)

ranimer le courage de (v) (gevoelens)

ranimer le courage de (v) (persoon)

ranimer le courage de (v) (troosten)

ranimer le courage de (v) (opwekken)

ranimer l'énergie de (v) (gevoelens)

ranimer l'énergie de (v) (persoon)

ranimer l'énergie de (v) (troosten)

ranimer l'énergie de (v) (opwekken)

consoler (v) (gevoelens)

consoler (v) (persoon)

consoler (v) (troosten)

apaiser (v) (gevoelens)

apaiser (v) (persoon)

apaiser (v) (troosten)

calmer (v) (gevoelens)

calmer (v) (persoon)

calmer (v) (troosten)

vivifier (v) (gevoelens)

vivifier (v) (opwekken)

vivifier (v) (bemoedigen)

émoustiller (v) (gevoelens)

émoustiller (v) (opwekken)

émoustiller (v) (bemoedigen)

donner du courage (v) (hoop)

Italienisch opbeuren Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

confortare (v) (troosten)

confortare (v) (gevoelens)

confortare (v) (persoon)

consolare (v) (troosten)

consolare (v) (gevoelens)

consolare (v) (persoon)

esilarare (v) (bemoedigen)

esilarare (v) (opwekken)

esilarare (v) (gevoelens)

incoraggiare (v) (hoop)

incoraggiare (v) (bemoedigen)

incoraggiare (v) (opwekken)

rallegrare (v) (gevoelens)

rallegrare (v) (opwekken)

rallegrare (v) (bemoedigen)

rincuorare (v) (hoop)

rincuorare (v) (gevoelens)

rincuorare (v) (persoon)

rincuorare (v) (troosten)

rincuorare (v) (bemoedigen)

rincuorare (v) (opwekken)

rinfrancare (v) (gevoelens)

rinfrancare (v) (persoon)

rinfrancare (v) (troosten)

sollevare il morale (v) (gevoelens)

sollevare il morale (v) (opwekken)

sollevare il morale (v) (persoon)

sollevare il morale (v) (troosten)

tirare su il morale (v) (gevoelens)

tirare su il morale (v) (opwekken)

tirare su il morale (v) (persoon)

tirare su il morale (v) (troosten)

Englisch opbeuren Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

hearten (v) (hoop)

encourage (v) (hoop)

uplift one's spirits (v) (gevoelens)

pep up (v) (persoon)

cheer up (v) (persoon)

brighten up (v) (persoon)

perk up (v) (persoon)

enliven (v) (persoon)

liven up (v) (persoon)

encourage (v) (bemoedigen)

hearten (v) (bemoedigen)

comfort (v) (troosten)

console (v) (troosten)

solace (literature) (v) (troosten)

exhilarate (v) (opwekken)

animate (v) (opwekken)

Deutsch opbeuren Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

ermutigen (v) (hoop)

aufheitern (v) (gevoelens)

aufmuntern (v) (gevoelens)

aufmuntern (v) (persoon)

aufmöbeln (informal) (v) (persoon)

ermuntern (v) (bemoedigen)

anfeuern (v) (bemoedigen)

erheitern (v) (bemoedigen)

trösten (v) (troosten)

aufmuntern (v) (troosten)

Mut zusprechen (v) (troosten)

erheitern (v) (opwekken)

aufheitern (v) (opwekken)

Spanisch opbeuren Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

alentar (v) (bemoedigen)

alentar (v) (opwekken)

alentar (v) (hoop)

animar (v) (bemoedigen)

animar (v) (gevoelens)

animar (v) (persoon)

animar (v) (troosten)

animar (v) (opwekken)

animar (v) (hoop)

consolar (v) (gevoelens)

consolar (v) (persoon)

consolar (v) (troosten)

estimular (v) (bemoedigen)

estimular (v) (opwekken)

exhortar (v) (bemoedigen)

exhortar (v) (opwekken)

levantarle los ánimos de alguien (v) (gevoelens)

levantarle los ánimos de alguien (v) (persoon)

levantarle los ánimos de alguien (v) (troosten)

levantarle los ánimos de alguien (v) (opwekken)

reconfortar (v) (gevoelens)

reconfortar (v) (persoon)

reconfortar (v) (troosten)

vigorizar (v) (gevoelens)

vigorizar (v) (opwekken)

vigorizar (v) (bemoedigen)

vivificar (v) (gevoelens)

vivificar (v) (opwekken)

vivificar (v) (bemoedigen)

Schwedisch opbeuren Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

uppmuntra (v) (hoop)

uppmuntra (v) (gevoelens)

uppmuntra (v) (persoon)

uppmuntra (v) (bemoedigen)

uppmuntra (v) (troosten)

uppmuntra (v) (opwekken)

glädja (v) (bemoedigen)

glädja (v) (opwekken)

liva upp (v) (gevoelens)

liva upp (v) (persoon)

liva upp (v) (troosten)

pigga upp (v) (gevoelens)

pigga upp (v) (persoon)

pigga upp (v) (bemoedigen)

pigga upp (v) (troosten)

pigga upp (v) (opwekken)

trösta (v) (gevoelens)

trösta (v) (persoon)

trösta (v) (troosten)

lugna (v) (gevoelens)

lugna (v) (persoon)

lugna (v) (troosten)

uppliva (v) (gevoelens)

uppliva (v) (bemoedigen)

uppliva (v) (opwekken)

Portugiesisch opbeuren Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

estimular (v) (bemoedigen)

estimular (v) (opwekken)

encorajar (v) (hoop)

encorajar (v) (bemoedigen)

encorajar (v) (opwekken)

incentivar (v) (bemoedigen)

incentivar (v) (opwekken)

animar (v) (gevoelens)

animar (v) (persoon)

animar (v) (troosten)

animar (v) (hoop)

animar (v) (opwekken)

animar (v) (bemoedigen)

alegrar (v) (gevoelens)

alegrar (v) (persoon)

alegrar (v) (troosten)

dar alegria a (v) (gevoelens)

dar alegria a (v) (persoon)

dar alegria a (v) (troosten)

levantar o espírito (v) (gevoelens)

levantar o espírito (v) (opwekken)

levantar o espírito (v) (persoon)

levantar o espírito (v) (troosten)

levantar o espírito de (v) (gevoelens)

levantar o espírito de (v) (opwekken)

levantar o espírito de (v) (persoon)

levantar o espírito de (v) (troosten)

confortar (v) (troosten)

confortar (v) (gevoelens)

confortar (v) (persoon)

consolar (v) (troosten)

consolar (v) (gevoelens)

consolar (v) (persoon)

reconfortar (v) (troosten)

reconfortar (v) (gevoelens)

reconfortar (v) (persoon)

     

Verbformen von opbeuren

- op
Tegenwoordig en verleden deelwoord opbeurend und opgebeurd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens beur op beurt op beurt op beuren op beuren op beuren op
Imperfect beurde op beurde op beurde op beurden op beurden op beurden op
Toekomende tijd I zal opbeuren zult opbeuren zal opbeuren zullen opbeuren zullen opbeuren zullen opbeuren
Conditionalis I zou opbeuren zou opbeuren zou opbeuren zouden opbeuren zouden opbeuren zouden opbeuren
Perfectum heb opgebeurd hebt opgebeurd heeft opgebeurd hebben opgebeurd hebben opgebeurd hebben opgebeurd
Voltooid verleden tijd had opgebeurd had opgebeurd had opgebeurd hadden opgebeurd hadden opgebeurd hadden opgebeurd
Toekomende tijd II zal opgebeurd hebben zult opgebeurd hebben zal opgebeurd hebben zullen opgebeurd hebben zullen opgebeurd hebben zullen opgebeurd hebben
Conditionalis II zou hebben opgebeurd zou hebben opgebeurd zou hebben opgebeurd zouden hebben opgebeurd zouden hebben opgebeurd zouden hebben opgebeurd
Imperatief - beur op - - beurt op -
opbeuren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - opbeuren übersetzen