Übersetzungen für ontwijken
ontwijken
hat 3 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 7 SynonymeNiederländisch Niederländisch
ontwijken (vermijden, vermijding, ontsnappen aan)
Französisch
ontwijken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
tourner
(v)
(vermijden)
évasion
(n)
[f.]
(vermijding)
esquiver
(v)
(vermijden)
esquiver
(v)
(ontsnappen aan)
éviter
(v)
(vermijden)
circonvenir
(v)
(vermijden)
échapper
(v)
(ontsnappen aan)
contourner
(v)
(vermijden)
éluder
(v)
(ontsnappen aan)
Italienisch
ontwijken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
aggirare
(v)
(vermijden)
eludere
(v)
(vermijden)
eludere
(v)
(ontsnappen aan)
evitare
(n)
[m.]
(vermijding)
evitare
(v)
[m.]
(vermijden)
scansare
(n)
[m.]
(vermijding)
schivare
(v)
(vermijden)
sfuggire
(n)
[m.]
(vermijding)
sfuggire a (v) (ontsnappen aan)
sottrarsi a (v) (ontsnappen aan)
Englisch
ontwijken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
ontwijken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Vermeidung (n) [f.] (vermijding)
Ausweichen (n) [n.] (vermijding)
umgehen (v) (vermijden)
vermeiden (v) (vermijden)
entgehen (v) (vermijden)
entkommen (v) (ontsnappen aan)
entziehen (v) (ontsnappen aan)
Spanisch
ontwijken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
circunvenir (v) (vermijden)
eludir
(v)
(ontsnappen aan)
escapar de (v) (ontsnappen aan)
esquivar
(v)
(vermijden)
evadir
(v)
(ontsnappen aan)
evasión
(n)
[f.]
(vermijding)
evitación (n) [f.] (vermijding)
evitar (v) (vermijden)
Schwedisch
ontwijken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
undvikande (n) [n.] (vermijding)
kringgående (n) [n.] (vermijding)
undgå (v) (vermijden)
undvika (v) (vermijden)
kringgå (v) (vermijden)
undfly (v) (ontsnappen aan)
undkomma (v) (ontsnappen aan)
undslippa (v) (ontsnappen aan)
Portugiesisch
ontwijken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
desviar-se (v) (vermijden)
evitar (v) (vermijden)
escapar (v) (ontsnappen aan)
evasão (n) [f.] (vermijding)
evitação (n) [f.] (vermijding)
esquivar-se (v) (vermijden)
eludir (v) (ontsnappen aan)
evadir (v) (ontsnappen aan)
Verbformen von ontwijken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontwijkend | und | ontweken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontwijk | ontwijkt | ontwijkt | ontwijken | ontwijken | ontwijken |
| Imperfect | ontweek | ontweek | ontweek | ontweken | ontweken | ontweken |
| Toekomende tijd I | zal ontwijken | zult ontwijken | zal ontwijken | zullen ontwijken | zullen ontwijken | zullen ontwijken |
| Conditionalis I | zou ontwijken | zou ontwijken | zou ontwijken | zouden ontwijken | zouden ontwijken | zouden ontwijken |
| Perfectum | heb ontweken | hebt ontweken | heeft ontweken | hebben ontweken | hebben ontweken | hebben ontweken |
| Voltooid verleden tijd | had ontweken | had ontweken | had ontweken | hadden ontweken | hadden ontweken | hadden ontweken |
| Toekomende tijd II | zal ontweken hebben | zult ontweken hebben | zal ontweken hebben | zullen ontweken hebben | zullen ontweken hebben | zullen ontweken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontweken | zou hebben ontweken | zou hebben ontweken | zouden hebben ontweken | zouden hebben ontweken | zouden hebben ontweken |
| Imperatief | - | ontwijk | - | - | ontwijkt | - |
