Übersetzungen für ontweien
ontweien
hat 2 BedeutungenNiederländisch Niederländisch
ontweien (van de ingewanden ontdoen, dieren)
Französisch
ontweien Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
éventrer
(v)
(van de ingewanden ontdoen)
éviscérer (v) (van de ingewanden ontdoen)
éviscération (n) [f.] (dieren)
Italienisch
ontweien Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
eviscerazione (n) [f.] (dieren)
sbudellare (v) (van de ingewanden ontdoen)
sventramento (n) [m.] (dieren)
sventrare (v) (van de ingewanden ontdoen)
Englisch
ontweien Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
evisceration (n) (dieren)
disembowel
(v)
(van de ingewanden ontdoen)
eviscerate (v) (van de ingewanden ontdoen)
gut
(v)
(van de ingewanden ontdoen)
draw
(v)
(van de ingewanden ontdoen)
Deutsch
ontweien Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Ausweidung (n) [f.] (dieren)
ausweiden (v) (van de ingewanden ontdoen)
den Bauch aufschlitzen (v) (van de ingewanden ontdoen)
Spanisch
ontweien Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
desentrañar
(v)
(van de ingewanden ontdoen)
destripamiento (n) [m.] (dieren)
destripar (v) (van de ingewanden ontdoen)
Schwedisch
ontweien Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
rensa (v) (van de ingewanden ontdoen)
ta inälvorna ur (v) (van de ingewanden ontdoen)
skära upp magen på (v) (van de ingewanden ontdoen)
Portugiesisch
ontweien Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
destripar (v) (van de ingewanden ontdoen)
estripar (v) (van de ingewanden ontdoen)
tirar as vísceras de (v) (van de ingewanden ontdoen)
evisceração (n) [f.] (dieren)
estripação (n) [f.] (dieren)
Verbformen von ontweien
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontweiend | und | ontweid |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontwei | ontweit | ontweit | ontweien | ontweien | ontweien |
| Imperfect | ontweide | ontweide | ontweide | ontweiden | ontweiden | ontweiden |
| Toekomende tijd I | zal ontweien | zult ontweien | zal ontweien | zullen ontweien | zullen ontweien | zullen ontweien |
| Conditionalis I | zou ontweien | zou ontweien | zou ontweien | zouden ontweien | zouden ontweien | zouden ontweien |
| Perfectum | heb ontweid | hebt ontweid | heeft ontweid | hebben ontweid | hebben ontweid | hebben ontweid |
| Voltooid verleden tijd | had ontweid | had ontweid | had ontweid | hadden ontweid | hadden ontweid | hadden ontweid |
| Toekomende tijd II | zal ontweid hebben | zult ontweid hebben | zal ontweid hebben | zullen ontweid hebben | zullen ontweid hebben | zullen ontweid hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontweid | zou hebben ontweid | zou hebben ontweid | zouden hebben ontweid | zouden hebben ontweid | zouden hebben ontweid |
| Imperatief | - | ontwei | - | - | ontweit | - |
