Übersetzungen für ontstaan
ontstaan
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
ontstaan (begin, oorsprong, voortkomen)
Französisch
ontstaan Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
origine
(n)
[f.]
(begin)
origine
(n)
[f.]
(oorsprong)
naître
(v)
(voortkomen)
commencement
(n)
[m.]
(begin)
source
(n)
[f.]
(begin)
naissance
(n)
[f.]
(oorsprong)
naissance
(n)
[f.]
(begin)
genèse
(n)
[f.]
(oorsprong)
genèse
(n)
[f.]
(begin)
apparition
(n)
[f.]
(oorsprong)
apparition
(n)
[f.]
(begin)
s'élever
(v)
(voortkomen)
prendre naissance (v) (voortkomen)
avoir son origine (v) (voortkomen)
émaner
(v)
(voortkomen)
provenir
(v)
(voortkomen)
Italienisch
ontstaan Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
emanare
(v)
(voortkomen)
fonte
(n)
[f.]
(begin)
genesi
(n)
[f.]
(begin)
genesi
(n)
[f.]
(oorsprong)
inizio
(n)
[m.]
(oorsprong)
inizio
(n)
[m.]
(begin)
nascere
(v)
(voortkomen)
nascita
(n)
[f.]
(begin)
nascita
(n)
[f.]
(oorsprong)
origine
(n)
[f.]
(begin)
origine
(n)
[f.]
(oorsprong)
principio
(n)
[m.]
(begin)
provenire
(v)
(voortkomen)
Englisch
ontstaan Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
ontstaan Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Entstehung (n) [f.] (begin)
Ursprung (n) [m.] (begin)
Geburtsstunde (n) [f.] (begin)
Genese (n) [f.] (begin)
Aufkommen (n) [n.] (oorsprong)
Entstehen (n) [n.] (oorsprong)
Entstehung (n) [f.] (oorsprong)
Genese (n) [f.] (oorsprong)
entstehen (v) (voortkomen)
Ausgang nehmen (v) (voortkomen)
seinen Ausgang nehmen (v) (voortkomen)
Spanisch
ontstaan Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
ontstaan Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
ursprung (n) [n.] (begin)
uppstå (v) (voortkomen)
uppkomma (v) (voortkomen)
ha sitt upphov i (v) (voortkomen)
härröra (v) (voortkomen)
Portugiesisch
ontstaan Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
origem (n) [f.] (begin)
origem (n) [f.] (oorsprong)
princípio (n) [m.] (begin)
fonte (n) [f.] (begin)
começo (n) [m.] (begin)
surgir (v) (voortkomen)
gênese (n) [f.] (begin)
gênese (n) [f.] (oorsprong)
nascimento (n) [m.] (begin)
nascimento (n) [m.] (oorsprong)
originar (v) (voortkomen)
vir a ser (v) (voortkomen)
génese (n) [f.] (begin)
génese (n) [f.] (oorsprong)
Verbformen von ontstaan
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontstaand | und | ontstaan |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontsta | ontstaat | ontstaat | ontstaan | ontstaan | ontstaan |
| Imperfect | ontstond | ontstond | ontstond | ontstonden | ontstonden | ontstonden |
| Toekomende tijd I | zal ontstaan | zult ontstaan | zal ontstaan | zullen ontstaan | zullen ontstaan | zullen ontstaan |
| Conditionalis I | zou ontstaan | zou ontstaan | zou ontstaan | zouden ontstaan | zouden ontstaan | zouden ontstaan |
| Perfectum | ben ontstaan | bent ontstaan | is ontstaan | zijn ontstaan | zijn ontstaan | zijn ontstaan |
| Voltooid verleden tijd | was ontstaan | was ontstaan | was ontstaan | waren ontstaan | waren ontstaan | waren ontstaan |
| Toekomende tijd II | zal ontstaan zijn | zult ontstaan zijn | zal ontstaan zijn | zullen ontstaan zijn | zullen ontstaan zijn | zullen ontstaan zijn |
| Conditionalis II | zou zijn ontstaan | zou zijn ontstaan | zou zijn ontstaan | zouden zijn ontstaan | zouden zijn ontstaan | zouden zijn ontstaan |
| Imperatief | - | - | - | - | - | - |
