Übersetzungen für ontslaan
ontslaan
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 17 SynonymeNiederländisch Niederländisch
ontslaan (baan, patiënt, beroep)
Französisch
ontslaan Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
renvoyer
(v)
(baan)
renvoyer
(v)
(patiënt)
congédier
(v)
(baan)
congédier
(v)
(patiënt)
destituer
(v)
(patiënt)
destituer
(v)
(baan)
renvoi
(n)
[m.]
(beroep)
congé
(n)
[m.]
(beroep)
renvoyé (v) (patiënt)
renvoyé (v) (baan)
sorti de l'hôpital (v) (patiënt)
sorti de l'hôpital (v) (baan)
licencier
(v)
(patiënt)
licencier
(v)
(baan)
débaucher
(v)
(patiënt)
débaucher
(v)
(baan)
licenciement
(n)
[m.]
(beroep)
Italienisch
ontslaan Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
destituire
(v)
(patiënt)
destituire
(v)
(baan)
destituzione
(n)
[f.]
(beroep)
dimesso (v) (patiënt)
dimesso (v) (baan)
dimettere
(v)
(patiënt)
dimettere
(v)
(baan)
licenziamento
(n)
[m.]
(beroep)
licenziare
(v)
(patiënt)
licenziare
(v)
(baan)
mettere in cassa integrazione (v) (patiënt)
mettere in cassa integrazione (v) (baan)
preavviso di licenziamento (n) [m.] (beroep)
Englisch
ontslaan Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
dismissal
(n)
(beroep)
discharge
(n)
(beroep)
firing
(n)
(beroep)
discharge
(v)
(patiënt)
release
(v)
(patiënt)
discharge
(v)
(baan)
fire
(informal) (v)
(baan)
dismiss
(formal) (v)
(baan)
give the sack (informal) (v) (baan)
sack
(informal) (v)
(baan)
separate
(v)
(baan)
axe
(informal) (v)
(baan)
ax
(informal) (v)
(baan)
displace
(v)
(baan)
lay off (v) (baan)
Deutsch
ontslaan Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Entlassung (n) [f.] (beroep)
Absetzung (n) [f.] (beroep)
entlassen (v) (patiënt)
entlassen (v) (baan)
absetzen (v) (baan)
vor die Tür setzen (informal) (v) (baan)
Spanisch
ontslaan Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
aviso de despido (n) [m.] (beroep)
dado de alta (v) (patiënt)
dado de alta (v) (baan)
dar de alta (v) (patiënt)
dar de alta (v) (baan)
despedida (n) [f.] (beroep)
despedir (v) (baan)
despedir (v) (patiënt)
despido (n) [m.] (beroep)
destituir
(v)
(patiënt)
destituir
(v)
(baan)
licenciar
(v)
(baan)
licenciar
(v)
(patiënt)
Schwedisch
ontslaan Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
avsked (n) [n.] (beroep)
avskeda (v) (patiënt)
avskeda (v) (baan)
avsätta (v) (patiënt)
avsätta (v) (baan)
avskedande (n) [n.] (beroep)
entledigande (n) [n.] (beroep)
skriva ut (v) (patiënt)
skriva ut (v) (baan)
utskriven (v) (patiënt)
utskriven (v) (baan)
friställa (v) (patiënt)
friställa (v) (baan)
Portugiesisch
ontslaan Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
despedir (v) (patiënt)
despedir (v) (baan)
mandar embora (v) (patiënt)
mandar embora (v) (baan)
demitir (v) (patiënt)
demitir (v) (baan)
destituir (v) (patiënt)
destituir (v) (baan)
dispensa (n) [f.] (beroep)
demissão (n) [f.] (beroep)
de alta (v) (patiënt)
de alta (v) (baan)
dar alta (v) (patiënt)
dar alta (v) (baan)
aviso prévio (n) [m.] (beroep)
Verbformen von ontslaan
| irr. | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | ontslaand | und | ontslagen |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | ontsla | ontslaat | ontslaat | ontslaan | ontslaan | ontslaan |
| Imperfect | ontsloeg | ontsloeg | ontsloeg | ontsloegen | ontsloegen | ontsloegen |
| Toekomende tijd I | zal ontslaan | zult ontslaan | zal ontslaan | zullen ontslaan | zullen ontslaan | zullen ontslaan |
| Conditionalis I | zou ontslaan | zou ontslaan | zou ontslaan | zouden ontslaan | zouden ontslaan | zouden ontslaan |
| Perfectum | heb ontslagen | hebt ontslagen | heeft ontslagen | hebben ontslagen | hebben ontslagen | hebben ontslagen |
| Voltooid verleden tijd | had ontslagen | had ontslagen | had ontslagen | hadden ontslagen | hadden ontslagen | hadden ontslagen |
| Toekomende tijd II | zal ontslagen hebben | zult ontslagen hebben | zal ontslagen hebben | zullen ontslagen hebben | zullen ontslagen hebben | zullen ontslagen hebben |
| Conditionalis II | zou hebben ontslagen | zou hebben ontslagen | zou hebben ontslagen | zouden hebben ontslagen | zouden hebben ontslagen | zouden hebben ontslagen |
| Imperatief | - | ontsla | - | - | ontslaat | - |
