Übersetzungen für ontglazen

Niederländisch Niederländisch

ontglazen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von ontglazen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord ontglazend und ontglaasd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens ontglaas ontglaast ontglaast ontglazen ontglazen ontglazen
Imperfect ontglaasde ontglaasde ontglaasde ontglaasden ontglaasden ontglaasden
Toekomende tijd I zal ontglazen zult ontglazen zal ontglazen zullen ontglazen zullen ontglazen zullen ontglazen
Conditionalis I zou ontglazen zou ontglazen zou ontglazen zouden ontglazen zouden ontglazen zouden ontglazen
Perfectum heb ontglaasd hebt ontglaasd heeft ontglaasd hebben ontglaasd hebben ontglaasd hebben ontglaasd
Voltooid verleden tijd had ontglaasd had ontglaasd had ontglaasd hadden ontglaasd hadden ontglaasd hadden ontglaasd
Toekomende tijd II zal ontglaasd hebben zult ontglaasd hebben zal ontglaasd hebben zullen ontglaasd hebben zullen ontglaasd hebben zullen ontglaasd hebben
Conditionalis II zou hebben ontglaasd zou hebben ontglaasd zou hebben ontglaasd zouden hebben ontglaasd zouden hebben ontglaasd zouden hebben ontglaasd
Imperatief - ontglaas - - ontglaast -
ontglazen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - ontglazen übersetzen