Übersetzungen für onteren
onteren
hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 12 SynonymeNiederländisch Niederländisch
onteren (moraliteit, vernederen, schande brengen over)
Französisch
onteren Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
ravaler
(v)
(moraliteit)
dégrader
(v)
(vernederen)
dégrader
(v)
(schande brengen over)
déshonorer
(v)
(vernederen)
déshonorer
(v)
(schande brengen over)
avilir
(v)
(moraliteit)
faire honte à (v) (vernederen)
faire honte à (v) (schande brengen over)
Italienisch
onteren Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
avvilire
(v)
(moraliteit)
degradare
(v)
(moraliteit)
degradare
(v)
(vernederen)
degradare
(v)
(schande brengen over)
disonorare
(v)
(vernederen)
disonorare
(v)
(schande brengen over)
recare onta a (v) (vernederen)
recare onta a (v) (schande brengen over)
Englisch
onteren Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
onteren Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
entwürdigen (v) (moraliteit)
degradieren (v) (vernederen)
entehren (v) (vernederen)
entehren (v) (schande brengen over)
Schande machen (v) (schande brengen over)
Spanisch
onteren Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
avergonzar
(v)
(vernederen)
avergonzar
(v)
(schande brengen over)
corromper
(v)
(moraliteit)
degradar
(v)
(vernederen)
degradar
(v)
(moraliteit)
degradar
(v)
(schande brengen over)
deshonrar
(v)
(vernederen)
deshonrar
(v)
(schande brengen over)
infamar (v) (vernederen)
infamar (v) (schande brengen over)
Schwedisch
onteren Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
onteren Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
Verbformen von onteren
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onterend | und | onteerd |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onteer | onteert | onteert | onteren | onteren | onteren |
| Imperfect | onteerde | onteerde | onteerde | onteerden | onteerden | onteerden |
| Toekomende tijd I | zal onteren | zult onteren | zal onteren | zullen onteren | zullen onteren | zullen onteren |
| Conditionalis I | zou onteren | zou onteren | zou onteren | zouden onteren | zouden onteren | zouden onteren |
| Perfectum | heb onteerd | hebt onteerd | heeft onteerd | hebben onteerd | hebben onteerd | hebben onteerd |
| Voltooid verleden tijd | had onteerd | had onteerd | had onteerd | hadden onteerd | hadden onteerd | hadden onteerd |
| Toekomende tijd II | zal onteerd hebben | zult onteerd hebben | zal onteerd hebben | zullen onteerd hebben | zullen onteerd hebben | zullen onteerd hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onteerd | zou hebben onteerd | zou hebben onteerd | zouden hebben onteerd | zouden hebben onteerd | zouden hebben onteerd |
| Imperatief | - | onteer | - | - | onteert | - |
