Übersetzungen für onderhandelen
onderhandelen
hat 2 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 13 SynonymeNiederländisch Niederländisch
onderhandelen (overeenkomen, algemeen)
Französisch
onderhandelen Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
Italienisch
onderhandelen Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
contrattazione
(n)
[f.]
(overeenkomen)
mercanteggiamento (n) [m.] (overeenkomen)
negoziare
(v)
(algemeen)
negoziato
(n)
[m.]
(overeenkomen)
Englisch
onderhandelen Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
bargaining
(n)
(overeenkomen)
negotiation
(n)
(overeenkomen)
bargain
(v)
(algemeen)
negotiate
(v)
(algemeen)
Deutsch
onderhandelen Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Feilschen (n) [n.] (overeenkomen)
Handeln (n) [n.] (overeenkomen)
Unterhandeln (n) [n.] (overeenkomen)
verhandeln über (v) (algemeen)
Spanisch
onderhandelen Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
Schwedisch
onderhandelen Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
onderhandelen Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
negociar (v) (algemeen)
barganhar (v) (algemeen)
transação (n) [f.] (overeenkomen)
negociação (n) [f.] (overeenkomen)
Verbformen von onderhandelen
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onderhandelend | und | onderhandeld |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onderhandel | onderhandelt | onderhandelt | onderhandelen | onderhandelen | onderhandelen |
| Imperfect | onderhandelde | onderhandelde | onderhandelde | onderhandelden | onderhandelden | onderhandelden |
| Toekomende tijd I | zal onderhandelen | zult onderhandelen | zal onderhandelen | zullen onderhandelen | zullen onderhandelen | zullen onderhandelen |
| Conditionalis I | zou onderhandelen | zou onderhandelen | zou onderhandelen | zouden onderhandelen | zouden onderhandelen | zouden onderhandelen |
| Perfectum | heb onderhandeld | hebt onderhandeld | heeft onderhandeld | hebben onderhandeld | hebben onderhandeld | hebben onderhandeld |
| Voltooid verleden tijd | had onderhandeld | had onderhandeld | had onderhandeld | hadden onderhandeld | hadden onderhandeld | hadden onderhandeld |
| Toekomende tijd II | zal onderhandeld hebben | zult onderhandeld hebben | zal onderhandeld hebben | zullen onderhandeld hebben | zullen onderhandeld hebben | zullen onderhandeld hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onderhandeld | zou hebben onderhandeld | zou hebben onderhandeld | zouden hebben onderhandeld | zouden hebben onderhandeld | zouden hebben onderhandeld |
| Imperatief | - | onderhandel | - | - | onderhandelt | - |
