Übersetzungen für onderbreken
onderbreken
hat 4 Bedeutungen, 4 Synonymgruppen & 16 SynonymeNiederländisch Niederländisch
onderbreken (telefoon, continuïteit, gesprek, bespreking)
Französisch
onderbreken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
couper
(v)
(telefoon)
couper
(v)
(continuïteit)
couper
(v)
(gesprek)
interrompre
(v)
(telefoon)
interrompre
(v)
(continuïteit)
interrompre
(v)
(gesprek)
intervenir
(v)
(bespreking)
dire son mot (v) (bespreking)
interpeller
(v)
(continuïteit)
interpeller
(v)
(gesprek)
interpeller
(v)
(telefoon)
Italienisch
onderbreken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
interrompere
(v)
(continuïteit)
interrompere
(v)
(gesprek)
interrompere
(v)
(telefoon)
interrompere
(v)
(bespreking)
intervenire
(v)
(bespreking)
intromettersi
(v)
(bespreking)
tagliare
(v)
(telefoon)
tagliare
(v)
(continuïteit)
tagliare
(v)
(gesprek)
Englisch
onderbreken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
onderbreken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
unterbrechen (v) (continuïteit)
einfallen (v) (bespreking)
sich einmischen (v) (bespreking)
dazwischenfahren (v) (bespreking)
unterbrechen (v) (gesprek)
abbrechen (v) (telefoon)
unterbrechen (v) (telefoon)
Spanisch
onderbreken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
cortar (v) (telefoon)
cortar (v) (continuïteit)
cortar (v) (gesprek)
interrumpir (v) (telefoon)
interrumpir (v) (bespreking)
interrumpir (v) (continuïteit)
interrumpir (v) (gesprek)
intervenir
(v)
(bespreking)
Schwedisch
onderbreken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
onderbreken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
cortar (v) (telefoon)
cortar (v) (continuïteit)
cortar (v) (gesprek)
interromper (v) (continuïteit)
interromper (v) (gesprek)
interromper (v) (telefoon)
intervir (v) (bespreking)
intrometer-se (v) (bespreking)
Verbformen von onderbreken
| - | - | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | onderbrekend | und | onderbroken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | onderbreek | onderbreekt | onderbreekt | onderbreken | onderbreken | onderbreken |
| Imperfect | onderbrak | onderbrak | onderbrak | onderbraken | onderbraken | onderbraken |
| Toekomende tijd I | zal onderbreken | zult onderbreken | zal onderbreken | zullen onderbreken | zullen onderbreken | zullen onderbreken |
| Conditionalis I | zou onderbreken | zou onderbreken | zou onderbreken | zouden onderbreken | zouden onderbreken | zouden onderbreken |
| Perfectum | heb onderbroken | hebt onderbroken | heeft onderbroken | hebben onderbroken | hebben onderbroken | hebben onderbroken |
| Voltooid verleden tijd | had onderbroken | had onderbroken | had onderbroken | hadden onderbroken | hadden onderbroken | hadden onderbroken |
| Toekomende tijd II | zal onderbroken hebben | zult onderbroken hebben | zal onderbroken hebben | zullen onderbroken hebben | zullen onderbroken hebben | zullen onderbroken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben onderbroken | zou hebben onderbroken | zou hebben onderbroken | zouden hebben onderbroken | zouden hebben onderbroken | zouden hebben onderbroken |
| Imperatief | - | onderbreek | - | - | onderbreekt | - |
