Übersetzungen für nut
nut
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 20 SynonymeNiederländisch Niederländisch
nut (bruikbaarheid, logica, voordeel, belangrijkheid)
Französisch
nut Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
usage
(n)
[m.]
(bruikbaarheid)
utilité
(n)
[f.]
(bruikbaarheid)
utilité
(n)
[f.]
(logica)
utilité
(n)
[f.]
(voordeel)
utilité
(n)
[f.]
(belangrijkheid)
aspect pratique (n) [m.] (bruikbaarheid)
bien
(n)
[m.]
(voordeel)
bénéfice
(n)
[m.]
(voordeel)
bénéfice
(n)
[m.]
(logica)
bénéfice
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
profit
(n)
[m.]
(voordeel)
profit
(n)
[m.]
(logica)
profit
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
avantage
(n)
[m.]
(voordeel)
avantage
(n)
[m.]
(logica)
avantage
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
gain
(n)
[m.]
(voordeel)
gain
(n)
[m.]
(logica)
gain
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
bien-fondé
(n)
[m.]
(logica)
bien-fondé
(n)
[m.]
(voordeel)
bien-fondé
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
valeur
(n)
[f.]
(logica)
valeur
(n)
[f.]
(voordeel)
valeur
(n)
[f.]
(belangrijkheid)
Italienisch
nut Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
bene
(n)
[m.]
(voordeel)
guadagno
(n)
[m.]
(voordeel)
guadagno
(n)
[m.]
(logica)
guadagno
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
l'essere utilizzabile (n) [m.] (bruikbaarheid)
profitto
(n)
[m.]
(voordeel)
profitto
(n)
[m.]
(logica)
profitto
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
senso
(n)
[m.]
(logica)
senso
(n)
[m.]
(voordeel)
senso
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
utilità
(n)
[f.]
(bruikbaarheid)
utilità
(n)
[f.]
(belangrijkheid)
utilità
(n)
[f.]
(logica)
utilità
(n)
[f.]
(voordeel)
utilizzabilità (n) [f.] (bruikbaarheid)
valore
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
valore
(n)
[m.]
(logica)
valore
(n)
[m.]
(voordeel)
vantaggio
(n)
[m.]
(voordeel)
vantaggio
(n)
[m.]
(bruikbaarheid)
vantaggio
(n)
[m.]
(logica)
vantaggio
(n)
[m.]
(belangrijkheid)
Englisch
nut Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
nut Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Nutzen (n) [m.] (logica)
Zweck (n) [m.] (logica)
Sinn (n) [m.] (logica)
Gute (n) [n.] (voordeel)
Vorteil (n) [m.] (voordeel)
Nutzen (n) [m.] (voordeel)
Gewinn (n) [m.] (voordeel)
Wert (n) [m.] (belangrijkheid)
Nutzen (n) [m.] (belangrijkheid)
Nützlichkeit (n) [f.] (bruikbaarheid)
Brauchbarkeit (n) [f.] (bruikbaarheid)
Spanisch
nut Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
beneficio (n) [m.] (voordeel)
beneficio (n) [m.] (logica)
beneficio (n) [m.] (belangrijkheid)
bien (n) [m.] (voordeel)
provecho (n) [m.] (bruikbaarheid)
provecho (n) [m.] (voordeel)
provecho (n) [m.] (logica)
provecho (n) [m.] (belangrijkheid)
sentido (n) [m.] (logica)
sentido (n) [m.] (voordeel)
sentido (n) [m.] (belangrijkheid)
uso (n) [m.] (bruikbaarheid)
utilidad
(n)
[f.]
(bruikbaarheid)
utilidad
(n)
[f.]
(logica)
utilidad
(n)
[f.]
(voordeel)
utilidad
(n)
[f.]
(belangrijkheid)
valor (n) [m.] (logica)
valor (n) [m.] (voordeel)
valor (n) [m.] (belangrijkheid)
ventaja (n) [f.] (voordeel)
ventaja (n) [f.] (logica)
ventaja (n) [f.] (belangrijkheid)
Schwedisch
nut Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
nut Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
bem (n) [m.] (voordeel)
uso (n) [m.] (bruikbaarheid)
sentido (n) [m.] (logica)
sentido (n) [m.] (voordeel)
sentido (n) [m.] (belangrijkheid)
ganho (n) [m.] (voordeel)
ganho (n) [m.] (logica)
ganho (n) [m.] (belangrijkheid)
utilidade (n) [f.] (bruikbaarheid)
utilidade (n) [f.] (logica)
utilidade (n) [f.] (voordeel)
utilidade (n) [f.] (belangrijkheid)
praticabilidade (n) [f.] (bruikbaarheid)
lucro (n) [m.] (voordeel)
lucro (n) [m.] (logica)
lucro (n) [m.] (belangrijkheid)
benefício (n) [m.] (voordeel)
benefício (n) [m.] (logica)
benefício (n) [m.] (belangrijkheid)
vantagem (n) [f.] (voordeel)
vantagem (n) [f.] (logica)
vantagem (n) [f.] (belangrijkheid)
valor (n) [m.] (belangrijkheid)
valor (n) [m.] (logica)
valor (n) [m.] (voordeel)
