Übersetzungen für neergooien
neergooien
hat 2 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 5 SynonymeNiederländisch Niederländisch
neergooien (voorwerpen, algemeen)
Französisch
neergooien Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
rabattre
(v)
(voorwerpen)
poser lourdement (v) (voorwerpen)
jeter brutalement (v) (voorwerpen)
jeter violemment (v) (voorwerpen)
jeter à terre (v) (algemeen)
Italienisch
neergooien Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
buttare a terra (v) (algemeen)
mettere giù (v) (voorwerpen)
sbattere
(v)
[m.]
(voorwerpen)
sbattere giù (v) (voorwerpen)
Englisch
neergooien Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
Deutsch
neergooien Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
niederwerfen (v) (algemeen)
hinschmeißen (v) (voorwerpen)
hinwerfen (v) (voorwerpen)
hinknallen (v) (voorwerpen)
Spanisch
neergooien Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
arrojar
(v)
(voorwerpen)
dejar caer (v) (voorwerpen)
tirar (v) (voorwerpen)
tirar al suelo (v) (algemeen)
Schwedisch
neergooien Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
slänga (v) (voorwerpen)
släppa med en duns (v) (voorwerpen)
smälla ned (v) (voorwerpen)
slänga ned (v) (voorwerpen)
kasta ned (v) (algemeen)
Portugiesisch
neergooien Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
lançar (v) (voorwerpen)
largar (v) (voorwerpen)
jogar (v) (voorwerpen)
atirar ao chão (v) (voorwerpen)
jogar no chão (v) (algemeen)
jogar no chão (v) (voorwerpen)
atirar (v) (voorwerpen)
atirar ao solo (v) (algemeen)
Verbformen von neergooien
| - | neer | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | neergooiend | und | neergegooid |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | gooi neer | gooit neer | gooit neer | gooien neer | gooien neer | gooien neer |
| Imperfect | gooide neer | gooide neer | gooide neer | gooiden neer | gooiden neer | gooiden neer |
| Toekomende tijd I | zal neergooien | zult neergooien | zal neergooien | zullen neergooien | zullen neergooien | zullen neergooien |
| Conditionalis I | zou neergooien | zou neergooien | zou neergooien | zouden neergooien | zouden neergooien | zouden neergooien |
| Perfectum | heb neergegooid | hebt neergegooid | heeft neergegooid | hebben neergegooid | hebben neergegooid | hebben neergegooid |
| Voltooid verleden tijd | had neergegooid | had neergegooid | had neergegooid | hadden neergegooid | hadden neergegooid | hadden neergegooid |
| Toekomende tijd II | zal neergegooid hebben | zult neergegooid hebben | zal neergegooid hebben | zullen neergegooid hebben | zullen neergegooid hebben | zullen neergegooid hebben |
| Conditionalis II | zou hebben neergegooid | zou hebben neergegooid | zou hebben neergegooid | zouden hebben neergegooid | zouden hebben neergegooid | zouden hebben neergegooid |
| Imperatief | - | gooi neer | - | - | gooit neer | - |
