Übersetzungen für nabootsen

Suchbegriff:

nabootsen

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 14 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

nabootsen (algemeen, gedrag, theater)

Französisch nabootsen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

copier (v) (algemeen)

copier (v) (gedrag)

imiter (v) (algemeen)

imiter (v) (gedrag)

mimer (v) (theater)

Italienisch nabootsen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

copiare (v) (algemeen)

copiare (v) (gedrag)

imitare (v) (algemeen)

imitare (v) (gedrag)

mimare (v) (theater)

Englisch nabootsen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

impersonate (v) (algemeen)

mime (v) (theater)

copy (v) (gedrag)

Deutsch nabootsen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

imitieren (v) (algemeen)

nachahmen (v) (algemeen)

mimen (v) (theater)

nachahmen (v) (gedrag)

Spanisch nabootsen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

copiar (v) (algemeen)

copiar (v) (gedrag)

hacerse pasar por (v) (algemeen)

hacerse pasar por (v) (gedrag)

imitar (v) (theater)

imitar (v) (algemeen)

imitar (v) (gedrag)

remedar (v) (algemeen)

remedar (v) (gedrag)

Schwedisch nabootsen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

träffa (v) (algemeen)

träffa (v) (gedrag)

imitera (v) (algemeen)

imitera (v) (gedrag)

härma (v) (algemeen)

härma (v) (gedrag)

mima (v) (theater)

träffande återge (v) (algemeen)

träffande återge (v) (gedrag)

Portugiesisch nabootsen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

copiar (v) (algemeen)

copiar (v) (gedrag)

reproduzir (v) (algemeen)

reproduzir (v) (gedrag)

encarnar (v) (algemeen)

encarnar (v) (gedrag)

imitar (v) (algemeen)

imitar (v) (gedrag)

arremedar (v) (algemeen)

arremedar (v) (gedrag)

mimicar (v) (theater)

     

Verbformen von nabootsen

- na
Tegenwoordig en verleden deelwoord nabootsend und nagebootst
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens boots na bootst na bootst na bootsen na bootsen na bootsen na
Imperfect bootste na bootste na bootste na bootsten na bootsten na bootsten na
Toekomende tijd I zal nabootsen zult nabootsen zal nabootsen zullen nabootsen zullen nabootsen zullen nabootsen
Conditionalis I zou nabootsen zou nabootsen zou nabootsen zouden nabootsen zouden nabootsen zouden nabootsen
Perfectum heb nagebootst hebt nagebootst heeft nagebootst hebben nagebootst hebben nagebootst hebben nagebootst
Voltooid verleden tijd had nagebootst had nagebootst had nagebootst hadden nagebootst hadden nagebootst hadden nagebootst
Toekomende tijd II zal nagebootst hebben zult nagebootst hebben zal nagebootst hebben zullen nagebootst hebben zullen nagebootst hebben zullen nagebootst hebben
Conditionalis II zou hebben nagebootst zou hebben nagebootst zou hebben nagebootst zouden hebben nagebootst zouden hebben nagebootst zouden hebben nagebootst
Imperatief - boots na - - bootst na -
nabootsen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - nabootsen übersetzen