Übersetzungen für losbreken
losbreken
hat 4 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 11 SynonymeNiederländisch Niederländisch
losbreken (algemeen, storm, gevangene, voorwerp)
Französisch
losbreken Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
se détacher (v) (algemeen)
se détacher (v) (storm)
se détacher (v) (gevangene)
se casser (v) (voorwerp)
éclater
(v)
(algemeen)
éclater
(v)
(storm)
éclater
(v)
(gevangene)
s'échapper
(v)
(algemeen)
s'échapper
(v)
(storm)
s'échapper
(v)
(gevangene)
se libérer (v) (algemeen)
se libérer (v) (storm)
se libérer (v) (gevangene)
se déchaîner (v) (algemeen)
se déchaîner (v) (storm)
se déchaîner (v) (gevangene)
s'évader
(v)
(algemeen)
s'évader
(v)
(storm)
s'évader
(v)
(gevangene)
Italienisch
losbreken Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
evadere
(v)
(algemeen)
evadere
(v)
(storm)
evadere
(v)
(gevangene)
liberarsi
(v)
(algemeen)
liberarsi
(v)
(storm)
liberarsi
(v)
(gevangene)
rompersi
(v)
(voorwerp)
scappare
(v)
(algemeen)
scappare
(v)
(storm)
scappare
(v)
(gevangene)
scatenarsi
(v)
(algemeen)
scatenarsi
(v)
(storm)
scatenarsi
(v)
(gevangene)
scoppiare
(v)
(algemeen)
scoppiare
(v)
(storm)
scoppiare
(v)
(gevangene)
slegarsi
(v)
(algemeen)
slegarsi
(v)
(storm)
slegarsi
(v)
(gevangene)
spezzarsi
(v)
(voorwerp)
Englisch
losbreken Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
tear oneself free (v) (algemeen)
tear oneself loose (v) (algemeen)
break out (v) (storm)
burst
(v)
(storm)
blow up (v) (storm)
break loose (v) (gevangene)
break free (v) (gevangene)
break
(v)
(voorwerp)
be torn loose (v) (voorwerp)
Deutsch
losbreken Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
ausbrechen (v) (algemeen)
sich losreißen (v) (algemeen)
ausbrechen (v) (storm)
ausbrechen (v) (gevangene)
brechen (v) (voorwerp)
losreißen (v) (voorwerp)
Spanisch
losbreken Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
desencadenarse
(v)
(algemeen)
desencadenarse
(v)
(storm)
desencadenarse
(v)
(gevangene)
escaparse
(v)
(algemeen)
escaparse
(v)
(storm)
escaparse
(v)
(gevangene)
estallar (v) (algemeen)
estallar (v) (storm)
estallar (v) (gevangene)
evadirse
(v)
(algemeen)
evadirse
(v)
(storm)
evadirse
(v)
(gevangene)
fugarse
(v)
(algemeen)
fugarse
(v)
(storm)
fugarse
(v)
(gevangene)
liberarse (v) (algemeen)
liberarse (v) (storm)
liberarse (v) (gevangene)
rasgarse (v) (voorwerp)
romperse (v) (voorwerp)
soltarse
(v)
(algemeen)
soltarse
(v)
(storm)
soltarse
(v)
(gevangene)
Schwedisch
losbreken Niederländisch » Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
slita sig loss (v) (algemeen)
slita sig loss (v) (storm)
slita sig loss (v) (gevangene)
slita sig (v) (algemeen)
slita sig (v) (storm)
slita sig (v) (gevangene)
bryta ut (v) (algemeen)
bryta ut (v) (storm)
bryta ut (v) (gevangene)
bryta lös (v) (algemeen)
bryta lös (v) (storm)
bryta lös (v) (gevangene)
bryta lös (v) (voorwerp)
bryta sig fri (v) (algemeen)
bryta sig fri (v) (storm)
bryta sig fri (v) (gevangene)
bryta sig loss (v) (algemeen)
bryta sig loss (v) (storm)
bryta sig loss (v) (gevangene)
Portugiesisch
losbreken Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
cair (v) (algemeen)
cair (v) (storm)
cair (v) (gevangene)
soltar-se (v) (algemeen)
soltar-se (v) (storm)
soltar-se (v) (gevangene)
romper-se (v) (voorwerp)
libertar-se (v) (algemeen)
libertar-se (v) (storm)
libertar-se (v) (gevangene)
desabar (v) (algemeen)
desabar (v) (storm)
desabar (v) (gevangene)
fugir (v) (algemeen)
fugir (v) (storm)
fugir (v) (gevangene)
escapar (v) (algemeen)
escapar (v) (storm)
escapar (v) (gevangene)
partir-se (v) (voorwerp)
Verbformen von losbreken
| - | los | ||
| Tegenwoordig en verleden deelwoord | losbrekend | und | losgebroken |
| Ich | Du | Er/Sie/Es | Wir | Ihr | Sie | |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Presens | breek los | breekt los | breekt los | breken los | breken los | breken los |
| Imperfect | brak los | brak los | brak los | braken los | braken los | braken los |
| Toekomende tijd I | zal losbreken | zult losbreken | zal losbreken | zullen losbreken | zullen losbreken | zullen losbreken |
| Conditionalis I | zou losbreken | zou losbreken | zou losbreken | zouden losbreken | zouden losbreken | zouden losbreken |
| Perfectum | heb losgebroken | hebt losgebroken | heeft losgebroken | hebben losgebroken | hebben losgebroken | hebben losgebroken |
| Voltooid verleden tijd | had losgebroken | had losgebroken | had losgebroken | hadden losgebroken | hadden losgebroken | hadden losgebroken |
| Toekomende tijd II | zal losgebroken hebben | zult losgebroken hebben | zal losgebroken hebben | zullen losgebroken hebben | zullen losgebroken hebben | zullen losgebroken hebben |
| Conditionalis II | zou hebben losgebroken | zou hebben losgebroken | zou hebben losgebroken | zouden hebben losgebroken | zouden hebben losgebroken | zouden hebben losgebroken |
| Imperatief | - | breek los | - | - | breekt los | - |
