Übersetzungen für levendigheid
levendigheid
hat 4 Bedeutungen, 2 Synonymgruppen & 6 SynonymeNiederländisch Niederländisch
levendigheid (kwiekheid, algemeen, persoon, gedrag)
Französisch
levendigheid Niederländisch » Französisch
Neues Wort vorschlagen
élan
(n)
[m.]
(kwiekheid)
élan
(n)
[m.]
(algemeen)
élan
(n)
[m.]
(persoon)
vitalité
(n)
[f.]
(persoon)
vitalité
(n)
[f.]
(gedrag)
agilité
(n)
[f.]
(kwiekheid)
agilité
(n)
[f.]
(algemeen)
agilité
(n)
[f.]
(persoon)
vivacité
(n)
[f.]
(kwiekheid)
vivacité
(n)
[f.]
(persoon)
vivacité
(n)
[f.]
(gedrag)
vivacité
(n)
[f.]
(algemeen)
chaleur
(n)
[f.]
(persoon)
chaleur
(n)
[f.]
(algemeen)
chaleur
(n)
[f.]
(kwiekheid)
entrain
(n)
[m.]
(persoon)
entrain
(n)
[m.]
(gedrag)
animation
(n)
[f.]
(persoon)
animation
(n)
[f.]
(algemeen)
animation
(n)
[f.]
(kwiekheid)
Italienisch
levendigheid Niederländisch » Italienisch
Neues Wort vorschlagen
brio
(n)
[m.]
(persoon)
brio
(n)
[m.]
(algemeen)
brio
(n)
[m.]
(kwiekheid)
brio
(n)
[m.]
(gedrag)
esuberanza
(n)
[f.]
(persoon)
esuberanza
(n)
[f.]
(algemeen)
esuberanza
(n)
[f.]
(kwiekheid)
sveltezza
(n)
[f.]
(kwiekheid)
sveltezza
(n)
[f.]
(algemeen)
sveltezza
(n)
[f.]
(persoon)
vita
(n)
[f.]
(persoon)
vita
(n)
[f.]
(gedrag)
vitalità
(n)
[f.]
(algemeen)
vitalità
(n)
[f.]
(persoon)
vitalità
(n)
[f.]
(kwiekheid)
vitalità
(n)
[f.]
(gedrag)
vivacità
(n)
[f.]
(persoon)
vivacità
(n)
[f.]
(algemeen)
vivacità
(n)
[f.]
(kwiekheid)
vivacità
(n)
[f.]
(gedrag)
Englisch
levendigheid Niederländisch » Englisch
Neues Wort vorschlagen
liveliness
(n)
(algemeen)
animation
(n)
(persoon)
vivacity
(n)
(persoon)
vitality
(n)
(persoon)
sprightliness (n) (gedrag)
briskness
(n)
(kwiekheid)
activeness (n) (kwiekheid)
Deutsch
levendigheid Niederländisch » Deutsch
Neues Wort vorschlagen
Lebhaftigkeit (n) [f.] (algemeen)
Lebhaftigkeit (n) [f.] (persoon)
Lebenskraft (n) [f.] (persoon)
Munterkeit (n) [f.] (persoon)
Vitalität (n) [f.] (persoon)
Lebendigkeit (n) [f.] (persoon)
Lebendigkeit (n) [f.] (gedrag)
Temperament (n) [n.] (kwiekheid)
Schwung (n) [m.] (kwiekheid)
Dynamik (n) [f.] (kwiekheid)
Lebhaftigkeit (n) [f.] (kwiekheid)
Spanisch
levendigheid Niederländisch » Spanisch
Neues Wort vorschlagen
actividad (n) [f.] (kwiekheid)
actividad (n) [f.] (algemeen)
actividad (n) [f.] (persoon)
animación
(n)
[f.]
(persoon)
animación
(n)
[f.]
(algemeen)
animación
(n)
[f.]
(kwiekheid)
energía (n) [f.] (kwiekheid)
energía (n) [f.] (algemeen)
energía (n) [f.] (persoon)
vitalidad
(n)
[f.]
(persoon)
vitalidad
(n)
[f.]
(gedrag)
vivacidad
(n)
[f.]
(persoon)
vivacidad
(n)
[f.]
(gedrag)
vivacidad
(n)
[f.]
(algemeen)
vivacidad
(n)
[f.]
(kwiekheid)
viveza
(n)
[f.]
(persoon)
viveza
(n)
[f.]
(algemeen)
viveza
(n)
[f.]
(kwiekheid)
Schwedisch
Schwedisch
Neues Wort vorschlagen
Portugiesisch
levendigheid Niederländisch » Portugiesisch
Neues Wort vorschlagen
atividade (n) [f.] (kwiekheid)
atividade (n) [f.] (algemeen)
atividade (n) [f.] (persoon)
animação (n) [f.] (persoon)
animação (n) [f.] (algemeen)
animação (n) [f.] (kwiekheid)
vivacidade (n) [f.] (persoon)
vivacidade (n) [f.] (algemeen)
vivacidade (n) [f.] (kwiekheid)
vivacidade (n) [f.] (gedrag)
vitalidade (n) [f.] (persoon)
vitalidade (n) [f.] (gedrag)
