Übersetzungen für leggen

Suchbegriff:

leggen

  hat 5 Bedeutungen, 3 Synonymgruppen & 7 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

leggen (vloer, ei, positie, voorwerpen, algemeen)

Französisch leggen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

mettre (v) (vloer)

mettre (v) (ei)

mettre (v) (positie)

mettre (v) (voorwerpen)

placer (v) (vloer)

placer (v) (ei)

placer (v) (positie)

placer (v) (voorwerpen)

étendre (v) (vloer)

étendre (v) (ei)

étendre (v) (positie)

étendre (v) (voorwerpen)

planter (v) (voorwerpen)

poser (v) (vloer)

poser (v) (ei)

poser (v) (positie)

poser (v) (voorwerpen)

enfoncer (v) (voorwerpen)

ponte (n) [f.] (ei)

ponte (n) [f.] (algemeen)

pondre (v) (vloer)

pondre (v) (ei)

pondre (v) (positie)

pondre (v) (voorwerpen)

coucher (v) [m.] (vloer)

coucher (v) [m.] (ei)

coucher (v) [m.] (positie)

coucher (v) [m.] (voorwerpen)

pose (n) [f.] (algemeen)

pose (n) [f.] (ei)

Italienisch leggen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

appoggiare (v) (vloer)

appoggiare (v) (ei)

appoggiare (v) (positie)

appoggiare (v) (voorwerpen)

conficcare (v) (voorwerpen)

deporre (v) (vloer)

deporre (v) (ei)

deporre (v) (positie)

deporre (v) (voorwerpen)

deposizione delle uova (n) [f.] (ei)

fare (v) (vloer)

fare (v) (ei)

fare (v) (positie)

fare (v) (voorwerpen)

ficcare (v) (voorwerpen)

mettere (v) (vloer)

mettere (v) (ei)

mettere (v) (positie)

mettere (v) (voorwerpen)

piantare (v) (voorwerpen)

porre (v) (positie)

porre (v) (vloer)

porre (v) (ei)

porre (v) (voorwerpen)

posare (v) (vloer)

posare (v) (ei)

posare (v) (positie)

posare (v) (voorwerpen)

Englisch leggen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

laying (n) (algemeen)

laying (n) (ei)

lay (v) (vloer)

lay (v) (ei)

lay (v) (positie)

lay down (v) (positie)

lay (v) (voorwerpen)

put (v) (voorwerpen)

place (v) (voorwerpen)

set (v) (voorwerpen)

Deutsch leggen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

Legen (n) [n.] (algemeen)

Legen (n) [n.] (ei)

Eierlegen (n) [n.] (ei)

legen (v) (vloer)

legen (v) (ei)

legen (v) (positie)

stellen (v) (positie)

legen (v) (voorwerpen)

setzen (v) (voorwerpen)

Spanisch leggen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

asestar (v) (voorwerpen)

colocación (n) [f.] (algemeen)

colocación (n) [f.] (ei)

colocar (v) (vloer)

colocar (v) (ei)

colocar (v) (positie)

colocar (v) (voorwerpen)

plantar (v) (voorwerpen)

poner (v) (vloer)

poner (v) (ei)

poner (v) (positie)

poner (v) (voorwerpen)

puesta (n) [f.] (ei)

puesta (n) [f.] (algemeen)

Schwedisch leggen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

lägga ned (v) (vloer)

lägga ned (v) (ei)

lägga ned (v) (positie)

lägga ned (v) (voorwerpen)

lägga (v) (vloer)

lägga (v) (ei)

lägga (v) (positie)

lägga (v) (voorwerpen)

sätta (v) (vloer)

sätta (v) (ei)

sätta (v) (positie)

sätta (v) (voorwerpen)

ställa (v) (voorwerpen)

Portugiesisch leggen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

colocar (v) (vloer)

colocar (v) (ei)

colocar (v) (positie)

colocar (v) (voorwerpen)

por (v) (vloer)

por (v) (ei)

por (v) (positie)

por (v) (voorwerpen)

postura de ovos (n) [f.] (algemeen)

postura de ovos (n) [f.] (ei)

postura (n) [f.] (algemeen)

postura (n) [f.] (ei)

fincar (v) (voorwerpen)

cravar (v) (voorwerpen)

pousar (v) (vloer)

pousar (v) (ei)

pousar (v) (positie)

pousar (v) (voorwerpen)

deitar (v) (vloer)

deitar (v) (ei)

deitar (v) (positie)

deitar (v) (voorwerpen)

assentar (v) (vloer)

assentar (v) (ei)

assentar (v) (positie)

assentar (v) (voorwerpen)

botar (v) (vloer)

botar (v) (ei)

botar (v) (positie)

botar (v) (voorwerpen)

colocação (n) [f.] (algemeen)

colocação (n) [f.] (ei)

     

Verbformen von leggen

irr. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord leggend und gelegd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens leg legt legt leggen leggen leggen
Imperfect legde legde legde legden legden legden
Toekomende tijd I zal leggen zult leggen zal leggen zullen leggen zullen leggen zullen leggen
Conditionalis I zou leggen zou leggen zou leggen zouden leggen zouden leggen zouden leggen
Perfectum heb gelegd hebt gelegd heeft gelegd hebben gelegd hebben gelegd hebben gelegd
Voltooid verleden tijd had gelegd had gelegd had gelegd hadden gelegd hadden gelegd hadden gelegd
Toekomende tijd II zal gelegd hebben zult gelegd hebben zal gelegd hebben zullen gelegd hebben zullen gelegd hebben zullen gelegd hebben
Conditionalis II zou hebben gelegd zou hebben gelegd zou hebben gelegd zouden hebben gelegd zouden hebben gelegd zouden hebben gelegd
Imperatief - leg - - legt -
leggen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - leggen übersetzen