Übersetzungen für kunnen

Suchbegriff:

kunnen

  hat 3 Bedeutungen, 5 Synonymgruppen & 10 Synonyme

Niederländisch Niederländisch

kunnen (toestemming, hulpwerkwoord, mogelijkheid)

Französisch kunnen Niederländisch » Französisch Neues Wort vorschlagen

pouvoir (v) [m.] (toestemming)

pouvoir (v) [m.] (hulpwerkwoord)

pouvoir (v) [m.] (mogelijkheid)

Italienisch kunnen Niederländisch » Italienisch Neues Wort vorschlagen

potere (v) [m.] (hulpwerkwoord)

potere (v) [m.] (toestemming)

potere (v) [m.] (mogelijkheid)

volere (v) (hulpwerkwoord)

volere (v) (toestemming)

Englisch kunnen Niederländisch » Englisch Neues Wort vorschlagen

can (v) (hulpwerkwoord)

will (v) (hulpwerkwoord)

may (v) (toestemming)

can (v) (toestemming)

may (v) (mogelijkheid)

might (v) (mogelijkheid)

Deutsch kunnen Niederländisch » Deutsch Neues Wort vorschlagen

können (v) (hulpwerkwoord)

dürfen (v) (toestemming)

können (v) (toestemming)

mögen (v) (mogelijkheid)

Spanisch kunnen Niederländisch » Spanisch Neues Wort vorschlagen

poder (v) [m.] (toestemming)

poder (v) [m.] (hulpwerkwoord)

poder (v) [m.] (mogelijkheid)

Schwedisch kunnen Niederländisch » Schwedisch Neues Wort vorschlagen

(v) (hulpwerkwoord)

(v) (toestemming)

vilja (v) (hulpwerkwoord)

vilja (v) (toestemming)

kunna (v) (hulpwerkwoord)

kunna (v) (toestemming)

kan kanske (v) (mogelijkheid)

Portugiesisch kunnen Niederländisch » Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

querer (v) (hulpwerkwoord)

querer (v) (toestemming)

poder (v) [m.] (hulpwerkwoord)

poder (v) [m.] (toestemming)

poder (v) [m.] (mogelijkheid)

     

Verbformen von kunnen

mod., irr. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord kunnend und gekund
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kan kan kan kunnen kunnen kunnen
Imperfect kon kon kon konden konden konden
Toekomende tijd I zal kunnen zult kunnen zal kunnen zullen kunnen zullen kunnen zullen kunnen
Conditionalis I zou kunnen zou kunnen zou kunnen zouden kunnen zouden kunnen zouden kunnen
Perfectum heb gekund hebt gekund heeft gekund hebben gekund hebben gekund hebben gekund
Voltooid verleden tijd had gekund had gekund had gekund hadden gekund hadden gekund hadden gekund
Toekomende tijd II zal gekund hebben zult gekund hebben zal gekund hebben zullen gekund hebben zullen gekund hebben zullen gekund hebben
Conditionalis II zou hebben gekund zou hebben gekund zou hebben gekund zouden hebben gekund zouden hebben gekund zouden hebben gekund
Imperatief - - - - - -
kunnen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - kunnen übersetzen