Übersetzungen für kolderen

Niederländisch Niederländisch

kolderen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von kolderen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord kolderend und gekolderd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kolder koldert koldert kolderen kolderen kolderen
Imperfect kolderde kolderde kolderde kolderden kolderden kolderden
Toekomende tijd I zal kolderen zult kolderen zal kolderen zullen kolderen zullen kolderen zullen kolderen
Conditionalis I zou kolderen zou kolderen zou kolderen zouden kolderen zouden kolderen zouden kolderen
Perfectum heb gekolderd hebt gekolderd heeft gekolderd hebben gekolderd hebben gekolderd hebben gekolderd
Voltooid verleden tijd had gekolderd had gekolderd had gekolderd hadden gekolderd hadden gekolderd hadden gekolderd
Toekomende tijd II zal gekolderd hebben zult gekolderd hebben zal gekolderd hebben zullen gekolderd hebben zullen gekolderd hebben zullen gekolderd hebben
Conditionalis II zou hebben gekolderd zou hebben gekolderd zou hebben gekolderd zouden hebben gekolderd zouden hebben gekolderd zouden hebben gekolderd
Imperatief - kolder - - koldert -
kolderen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - kolderen übersetzen