Übersetzungen für kokkelen

Niederländisch Niederländisch

kokkelen

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von kokkelen

- -
Tegenwoordig en verleden deelwoord kokkelend und gekokkeld
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens kokkel kokkelt kokkelt kokkelen kokkelen kokkelen
Imperfect kokkelde kokkelde kokkelde kokkelden kokkelden kokkelden
Toekomende tijd I zal kokkelen zult kokkelen zal kokkelen zullen kokkelen zullen kokkelen zullen kokkelen
Conditionalis I zou kokkelen zou kokkelen zou kokkelen zouden kokkelen zouden kokkelen zouden kokkelen
Perfectum heb gekokkeld hebt gekokkeld heeft gekokkeld hebben gekokkeld hebben gekokkeld hebben gekokkeld
Voltooid verleden tijd had gekokkeld had gekokkeld had gekokkeld hadden gekokkeld hadden gekokkeld hadden gekokkeld
Toekomende tijd II zal gekokkeld hebben zult gekokkeld hebben zal gekokkeld hebben zullen gekokkeld hebben zullen gekokkeld hebben zullen gekokkeld hebben
Conditionalis II zou hebben gekokkeld zou hebben gekokkeld zou hebben gekokkeld zouden hebben gekokkeld zouden hebben gekokkeld zouden hebben gekokkeld
Imperatief - kokkel - - kokkelt -
kokkelen - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - kokkelen übersetzen