Übersetzungen für koïncideren

Niederländisch Niederländisch

koïncideren

Französisch Französisch Neues Wort vorschlagen

Italienisch Italienisch Neues Wort vorschlagen

Englisch Englisch Neues Wort vorschlagen

Deutsch Deutsch Neues Wort vorschlagen

Spanisch Spanisch Neues Wort vorschlagen

Schwedisch Schwedisch Neues Wort vorschlagen

Portugiesisch Portugiesisch Neues Wort vorschlagen

     

Verbformen von koïncideren

def. -
Tegenwoordig en verleden deelwoord koïnciderend und gekoïncideerd
  Ich Du Er/Sie/Es Wir Ihr Sie
Presens - - koïncideert - - koïncideren
Imperfect - - koïncideerde - - koïncideerden
Toekomende tijd I - - zal koïncideren - - zult koïncideren
Conditionalis I - - zal koïncideren - - zullen koïncideren
Perfectum - - heeft gekoïncideerd - - hebben gekoïncideerd
Voltooid verleden tijd - - had gekoïncideerd - - hadden gekoïncideerd
Toekomende tijd II - - zal gekoïncideerd hebben - - zult gekoïncideerd hebben
Conditionalis II - - zal hebben gekoïncideerd - - zullen hebben gekoïncideerd
Imperatief - - - - - -
koïncideren - Niederländisch Wörterbuch | Übersetzung - koïncideren übersetzen